HILVERSUM - Of 'Hubertien en Willemien' zusters of vriendinnen zijn heeft Karen van Holst Pellekaan bij het schrijven van deze nieuwe VPRO-jeugdserie in het midden gelaten.
Wat er op aankomt is dat de twee eigenzinnige, fantasierijke dametjes van middelbare leeftijd die zij samen met Carolien van den Berg ook op het televisiescherm vorm en inhoud geeft avonturen beleven die niet alleen voor kinderen leuk zijn om naar te kijken.
Het duo had eerder al succes met de televisiereeks 'De freules'. Na de première in 1989 is die serie vorig jaar met groot succes herhaald. Carolien van den Berg: “Wij hadden daar graag een vervolg op gemaakt, maar dat is vooral vanwege de hoge productiekosten niet doorgegaan. Zelf hebben we het gevoel dat deze nieuwe serie ook zal aanspreken. We hebben er met groot enthousiasme aan gewerkt. De eerste reacties zijn positief. We hebben zelfs goede hoop dat op deze serie van zeven afleveringen wel een vervolg komt. De plannen ervoor zijn ingediend. Binnenkort valt de beslissing.”
Hubertien en Willemien leven in een romantisch huisje dat (voor de geïnteresseerden) ergens in de bossen in Lage Vuursche staat. Daar is de reeks de afgelopen zomer opgenomen. Het tweetal leeft nogal geïsoleerd. Bezoek komt er niet op verdwaalde dieren na zoals een forse kalkoen. De postbode bezoekt het huisje in de bossen ook zelden. Het duo voorziet in het eigen levensonderhoud dankzij de activiteiten in hun moestuin. Brood bakken de dames eveneens zelf al gaat dat wel eens mis als ze teveel tegelijkertijd willen doen. In hun besloten wereldje spelen ze een spel dat ze nauwelijks meer van de werkelijkheid kunnen onderscheiden. Dat loopt soms op een klein menselijk drama uit. De twee zijn in zekere zin onafscheidelijk maar er zijn ook momenten waarop ze elkaar de huid vol schelden. Dan geven ze er blijk van over een fantasierijke woordenschat te beschikken. In de eerste aflevering, die zondagmorgen 2 februari om tien over half tien (Ned. 3) wordt uitgezonden wil Willemien zich aan de schoonmaakrage van Hubertien onttrekken door ziekte voor te wenden. De dokter wordt ingeschakeld en die besluit de patient flink aan te pakken. Op het moment dat er zagen en andere griezelige attributen tevoorschijn worden gehaald neemt Willemien de benen via het slaapkamerraam.
Drs P.
Het idee voor de serie is volgens Carolien van den Berg min of meer ingegeven door drs P. die een liedje schreef over twee dametjes die elkaar naar het leven staan. Dat is bij Hubertien en Willemien zeer zeker niet het geval. Opmerkelijk is dat de nevenrollen, duidelijk als zodanig herkenbaar, ook door Carolien en Karen worden gespeeld.
Carolien van den Berg: “Het vervolg willen we op een onbewoond eiland situeren. Je hoort in verhalen altijd dat mannen op zo'n plek aanspoelen. Wij laten dat twee vrouwen overkomen. We willen die opnamen, als het licht op groen gaat, op Terschelling maken.”
Aan nieuwe jeugd-producties bij de VPRO geen gebrek. Op 21 februari begint een dertiendelige serie over bijzondere Nederlandse feestdagen. Nederland is nog rijk aan lokale volksgebruiken. Zo wordt in het Friese Grouw jaarlijks Sint Pieter ingehaald, de broer van Sinterklaas. De basis van die traditie is het verhaal dat Sinterklaas lang geleden eens zou zijn vergeten cadeautjes mee te nemen voor de inwoners van deze Friese gemeente en toen, teruggekeerd in Madrid, zijn broer er op uitstuurde om dat alsnog goed te maken.
Voeten spoelen
In Zeeland vindt in tal van gemeenten in maart het 'strâorijden' plaats. Paarden galopperen dan sierlijk opgetuigd naar het strand om hun voeten te spoelen en daarmee kwalijke invloeden te weren. Zo is onder regie van Benthe Forrer op tal van plaatsen in ons land waar oude volksgebruiken nog niet door de commercie zijn verknoeid gefilmd, variërende van krombroodrapen in Sittard, vlöggeln in Ootmarsum tot het fikkie stoken op 1 mei in Hoorn op Terschelling. Het is de bedoeling de reportages daarover uit te zenden op de dag waarop ze plaatsvinden. Dat is mogelijk omdat de VPRO dagelijks zendtijd heeft gekregen. De dertiendelige reeks zal doorlopen tot 1998 en mogelijk nog worden uitgebreid.
Telkens wordt een onderwerp belicht vanuit een gezin waarvan de kinderen actief bij de vieringen zijn betrokken. Dat ze vaak dialect spreken is geen probleem. Hun uitspraken worden dan wel ondertiteld, maar het maakt alles juist levensecht vindt Benthe Forrer.
Dialect
De VPRO heeft trouwens de komende maanden toch veel met dialect. Ian Pieters maakte een zevendelige serie 'Spreken in je moers taal' (vanaf 13 februari ) waarin het Gronings in Drieborg, het Zeeuws in Westkapelle, het Stellingwerfs in Oldeholtpade, het Brabants in Rosmalen, het Twents in Enter, het West-Fries in Wervershoof en het Limburgs in Roermond aan de orde komen.
Je kunt het een pleidooi voor de culturele waarde van het dialect noemen. Ian Pieters: “Ik laat zien dat mensen die een dialect spreken beslist niet onderontwikkeld zijn. Streektalen zijn trouwens weer in zwang. In de praktijk heeft het spreken van een dialect zelfs voordelen. Wie tweetalig is opgevoed heeft een grote voorsprong bij het leren van een vreemde taal!”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.