*

 
dossier

Archief

Carlo Maria Giulini dompelt Radu Lupu in een lome Mozart

PETER VAN DER LINT − 03/03/95, 00:00

AMSTERDAM - Na de degelijkheid van de tweeëntachtig jarige Jean Fournet, die vorige week een concertreeks van het Concertgebouworkest redde, was het woensdag de beurt aan de verbijsterende tegendraadsheid van de één jaar jongere Carlo Maria Giulini. De Italiaanse maëstro zorgde met het orkest voor een Eerste Brahms van grote allure, die de irritatie over zijn Mozart-opvattingen van voor de pauze naar de achtergrond verdrong.

Welk doel dient het laten horen van Giulini's hopeloos verouderde, ronduit slaapverwekkende Mozart-interpretaties? Een orkest dat met dirigenten als Josef Krips en Nikolaus Harnoncourt een formidabele Mozart-stijl ontwikkelde, werd door Giulini niet op die merites aangesproken. Giulini en Harnoncourt verhouden zich in Mozart als mayonaise tot mosterd. De romige, vette strijkerssound die Giulini graag wil horen, is in alles het tegendeel van wat Harnoncourt bewerkstelligt.

De vier deeltjes van 'Eine kleine Nachtmusik' werden gespeeld zonder contrasten, kleurverschillen of tempofricties. Vooral in de begeleiding was Giulini's interpretatie saai en log. In het pianoconcert nr 25 was Giulini al niet veel geïnspireerder of pittiger. Pianist Radu Lupu zat er bij met een houding waaruit gelaten eerbied voor de oude dirigent viel af te leiden. Lupu is een Mozart-interpreet van naam, maar dat kwam woensdagavond nauwelijks uit de verf. Als hij zelf het orkest vanachter de vleugel had kunnen dirigeren, was het resultaat ongetwijfeld vele malen opwindender geweest.

Tempo is zeer belangrijk in muziek en even leek het er bij het begin van Brahm's Eerste symfonie op dat Giulini ook hier een verkeerde keuze ging maken. 'Un poco sostenuto' wordt in zijn handen 'largo assai' en zelfs dirigenten die wèl de herhaling in het eerste deel spelen, zijn veel sneller met dit deel klaar dan Giulini (die de herhaling negeerde).

Maar, Giulini heeft een muzikaal leven lang geleefd met de muziek van Brahms en hij weet, uit zijn hoofd dirigerend, wat er na de eerste noot nog allemaal volgt. Zijn visie is in de loop der jaren nogal wat langdradiger geworden, maar juist zijn overzicht over de gehele partituur maakt dat hij nooit zijn kruit te vroeg verschiet. Uiteindelijk, met terugwerkende kracht, valt dat uiterst langzaam genomen begin op zijn plaats.

Bijgestaan door een subliem spelend orkest, waarin Van Zwedens super-romantische solo helemaal in Giulini's opvatting lag, bereikte de maëstro ondanks het tempo een enerverend resultaat. Voor het abonnements-publiek in de B-serie moet dit gehoord de toejuichingen de ultieme Brahms zijn geweest.

mailIcon print |