*

 
dossier

Archief

De calamiteitencowboy heeft lak aan privacy

RUUD VERDONCK − 27/01/96, 00:00

De Nationale Ombudsman heeft aanbevelingen gedaan voor slachtoffers en verdachten, het openbaar ministerie stelt strakkere richtlijnen op voor justitiële medewerkers, en de journalistenvakbond NVJ wil op korte termijn met minister Dijkstal praten over terughoudendheid bij regelgeving. Terwijl de hausse in reality-tv al bijna is verdwenen zitten angst en verontwaardiging er nog stevig in. Maar wat is eigenlijk reality-tv, en wat doe je er tegen?

Het is een vorm van reality-tv, maar dan op z'n smalst, want eigenlijk verschijnt de camera overal hopeloos te laat. Telkens kom je als terloopse voorbijganger minstens een kwartier na een of andere calamiteit langs. Hier wordt nog juist een glimp opgevangen van de zwaailichten van een wegrijdende ziekenwagen, daar gaat een duiker van de politie te water om een tip na te trekken over een betrokken schutter die in de gracht is gesprongen - niet te vinden dus - en daar ligt een eenzaam hoofdkussen tegen de pui nog wat na te roken van een binnenbrandje.

Als het even kan is elk item geïllustreerd met een persoonlijke noot van een official, een getuige of een buurtbewoner. 'We zaten tv te kijken en toen hoorden we ineens een knal en toen ben ik gaan kijken, en toen zat hij vol tegen hem op.'

Reality-tv, de vorm althans die het afgelopen jaar volop ter discussie is gesteld, is meestal een achterneefje van wat gewoonlijk actualiteitenuitzendingen worden genoemd, zo blijkt niet zelden schrijnend. Moeten daarvoor nu speciale richtlijnen worden ontworpen door het openbaar ministerie, ter bescherming van de privacy van verdachten en slachtoffers? Eigenlijk gaat het om een herziening van de bestaande richtlijnen in het kielzog van aanbevelingen van de Nationale Ombudsman, nadat slachtoffers van de hausse in allerlei vormen van reality-tv daarover hadden geklaagd. Ombudsman Oosting vindt dat verdachten en slachtoffers op de hoogte moeten worden gesteld alvorens de camera's gaan draaien. Daarnaast moeten ze gelegenheid krijgen bezwaar te maken als ze herkenbaar in beeld zijn geweest. En daar moeten de betrokken tv-stations vervolgens rekening mee houden. Aldus Oosting.

Als ze zo over de volle linie doorgezet worden, zijn het scherpe richtlijnen, die al snel botsen met de journalistieke vrijheid van de beroeps. Daar zit 'm dan ook de grootste zorg van de Nederlandse Vereniging van Journalisten: bonafide nieuwsjagers, echte journalisten, worden als het goed is door hun omgeving op hun verantwoordelijkheden gedrukt. Maar het zijn met name de onheil-jagers van de commerciële tv-zonder-grenzen, die ervoor gezorgd hebben dat deze vorm van journalistiek, en daarmee ook alle aanpalende vormen, in een kwaad daglicht zijn komen te staan.

Reality-tv heeft een slechte naam, maar het definiëren ervan is niet eenvoudig. Als tv-programma's worden ze vaak op één hoop gegooid en dan is een documentaire Tros-reeks over de politie in de Bijlmer ('Bureau Bijlmer') evenzeer reality-tv als het RTL-programma '06-11 Weekend', waarin te hooi en te gras bijeen geraapte beelden van ongelukken achter elkaar worden geplakt of als 'Hart van Nederland' van SBS 6, waar een toevallig gefilmde brand, waarvan buiten het dorp verder niemand in de andere media zal vernemen, tot een nationaal item wordt verheven.

Het is vanuit de journalistiek gezien vooral de kontekst die reality-tv definieert. Zo draagt het NCRV-programma 'Blik op de weg', gemaakt in samenwerking met de politie, volop kenmerken van reality-tv, maar kan men met een beetje goede wil ook spreken van een educatieve uitzending voor weggebruikers. En de genoemde reeks over 'Bureau Bijlmer' valt als geheel ook te duiden als een onthutsende, maar verhelderende reeks achtergrondreportages over een Amsterdamse probleemwijk. Even goed zijn ook daarin nog fragmenten te zien die eerder uitgezonden lijken vanwege het vermaak van de sensatie-beluste kijker, dan vanwege de lering van allen. De omgeving van de beelden en de journalistieke benadering bepalen de termen die men voor dit soort programma's gereserveerd heeft. Wat niet wil zeggen dat de rechter daarmee uit de voeten kan, zo is inmiddels wel gebleken.

Reality-tv (SBS 6-directeur Fons van Westerloo vond er de vriendelijker klinkende term 'meemaak-tv' voor uit) heeft in Nederland opgang gemaakt met de komst van commerciële stations. Scoren! is daar de dagelijkse opdracht en uit andere landen was mondjesmaat al komen overwaaien dat de sensatie van de werkelijkheid van narigheid en ellende uitstekend scoort. De afgelopen jaren heeft Nederland een sterke stijging van dit soort programma's gezien. De tv-camera als onbarmhartige waarnemer onder alle omstandigheden en ten behoeve van een scala van bedoelingen.

Tot dan toe was het jagen achter hulptroepen van politie, brandweer en GGD een hobby van zonderlingen met veel vrije tijd. Met name in de avonduren, als het uitgaansleven en het bijbehorend gedrag z'n tol eist, zaten ze in hun auto te luisteren naar hun scanners, waarmee de radiofrequenties van de hulptroepen gevolgd konden worden. Geavanceerde apparatuur die her en der boven en onder de toonbank verkrijgbaar was, zorgde ervoor dat de officiële gebruikers van de frequenties altijd achterliepen bij hun achtervolgers. Niet af te schudden lui, die soms eerder ter plaatse waren dan politie of brandweer. Enkelen daarvan slaagden erin van hun hobby een aardige bijverdienste te maken, door van huis hun Agfa-klak mee te nemen en kiekjes te schieten van de calamiteiten, die dan vervolgens bij de kranten werden aangeboden. Vervelend, vond de politie in met name de grote steden soms, maar weinig aan te doen, zo lang ze maar op afstand blijven.

Daar kwam verandering in toen een aardige bijverdienste ineens een leuke extra cent kon worden. Commerciële stations (maar ook het NOS-Journaal heeft toevalstreffers van hobby-nieuwsjagers al benut) maakten steeds meer gebruik van videobeelden van amateurs en bezorgden daarvoor een mooie vergoeding. Dat was het moment waarop de filmers begrepen dat ze zich ook steeds professioneler moesten gaan gedragen: als heuse nieuwsjagers. En toen kwamen de eerste problemen, want privacy-bescherming is niet echt het fort van de sensatiezoeker.

Vorige week waarschuwde secretaris J. van Bree van het NAP, het Nederlands Ambulance Platform, tegen het betalen van tipgeld aan ambulancepersoneel. Vanuit de tv-wereld werd daar voorbeeldig verontwaardigd op gereageerd: onzin, dat gebeurt niet. Het zal Van Bree inderdaad moeilijk vallen om dat te bewijzen, want het gaat vast niet om betalingen waarvoor een reçu wordt verstrekt. Maar niet lang geleden werd in reportages over die merkwaardige particuliere ongelukkenjagers open en bloot, en met een trots die beroepsmatig leek, toegegeven dat de lui beschikten over voortreffelijke contacten bij de diverse diensten. Een tip van een bevriende politieman, een snel telefoontje van de brandweer of ambulance. Dat waren de goede contacten, die in ruil voor hun diensten een afdrukje kregen van een foto waarop ze in actie waren te zien.

Zo ver kan Van Bree er niet meer naast zitten. Toen vorige zomer de toneelspeelster Gerda Havertong ernstig gewond raakte bij een verkeersongeluk, drukte de Telegraaf de volgende dag op de voorpagina een foto af waarop de actrice te zien was: met vertrokken gezicht, beklemd in het autowrak. Leverancier van de foto bleek een (later door zijn commandant op het matje geroepen) brandweerman te zijn, die qualitate qua bij het ongeval was, maar inmiddels wist van de veranderende tijden: als hij z'n fotocamera meenam, kon hij onderhand een leuke cent bijverdienen. Andere uitzendingen, '06-11 Weekend' bijvoorbeeld, lieten zien vanuit welke meldkamer de 'weekendjournalisten' met de politie mee optrokken naar een ongeluk.

Het is niet eenvoudig om reality-tv te definiëren. Het mag soms makkelijk klagen zijn over de nieuwe calamiteitencowboys, feit blijft dat ook zij zich journalist mogen noemen en de programmamakers mogen zich ook zonder aanleiding of toelichting voor journalistieke producenten verslijten. Weliswaar hanteert de journalistenvakbond criteria waaraan de leden moeten voldoen (journalistiek als hoofdberoep), het is verder een vrij beroep dat iedereen zich in z'n vrije tijd kan toeëigenen. Waarmee maar gezegd is dat 'de journalistiek' wel een rol speelt in de discussie, maar niet doorslaggevend hoeft te zijn in de eindafrekening. Per slot van rekening: hoeveel journalistieke medewerkers die het er ook maar bij doen hebben grote kranten niet?

Het grote probleem bij reality-tv waar Ombudsman Oosting zich tegen richt en het openbaar ministerie maatregelen tegen wenst, is de definitie. Dat is meer dan duidelijk geworden in de gevallen waarbij de rechter door klagers werd ingeschakeld. In het jongste nummer van 'Mediaforum', tijdschrift voor media- en communicatierecht, wordt een opsomming gegeven van veertien rechtszaken die sinds april 1994 hebben gespeeld over tv-programma's waarbij beelden werden vertoond van burgers in beroering. Het is een uitdagende reeks die de dilemma's die samenhangen met wat in het algemeen reality-tv wordt genoemd duidelijk toont.

De ene keer is sprake van een overvalcamera, de andere keer is iemand buiten het programma waarvoor zij zich bloot had gegeven nog eens ter verstrooiing getoond. Is stilzwijgende toestemming ook echt toestemming om te filmen, is een verwijzing naar een draaiende camera voldoende, is elke verdachte zo maar op de tv te vertonen? Een reeks van problemen waarbij vooral de privacy voorop stond, is aan de rechter voorgelegd. Uit de vonnissen blijkt dat rechters het er maar moeilijk mee hebben, zo zonder al te duidelijke definities per programmasoort. Maar bovendien geconfronteerd met de niet geringe belangen van de tv-zenders, die dan ook nog te splitsen zijn in commerciële belangen en journalistieke belangen. De NVJ zou klagers graag verwijzen naar de Raad voor de Journalistiek, maar de recente reeks vonnissen toont aan dat sommige zaken daar helemaal niet thuishoren, tenzij de raad nieuwe definities wil gaan geven van wat journalistieke tv-programma's zijn.

“Afgezien van enkele uitschieters stemt het feit dat de rechter doorgaans genegen is om de 'slachtoffers' van reality-tv in het gelijk te stellen tot tevredenheid”, schrijft de Amsterdamse advocate Carien Zábrowski-Van Boxtel, die alle vonnissen bestudeerde, in 'Mediaforum'. Die conclusie sluit aardig aan bij de richtlijnen waaraan de Ombudsman en justitie denken. Zábrowski's belangrijkste vaststelling is dat de rechters het afgelopen anderhalf jaar een behoorlijke hoeveelheid jurisprudentie hebben verzorgd, die langzaam een weg wijzen naar een definitie van reality-tv.

Die steunt vooral op wat een algemeen belang wordt geacht en dat raakt dan wel weer ten nauwste aan de journalistiek en dus aan de definitie van reality-tv: de kennelijke bedoeling van de programmamakers speelt een hoofdrol.

“Dit algemeen belang”, aldus de advocate, “is naar mijn oordeel uitsluitend gelegen in de voornaamste functie van de media, die het tot hun taak mogen rekenen misstanden met een zeker publiek belang of andere belangwekkende maatschappelijke verschijnselen in de samenleving aan het licht te brengen. Het te kijk zetten van een willekeurig persoon louter ter vermaak van het publiek alsmede van de bevrediging van de nieuwsgierigheid van het publiek zijn geen belangen, die boven het privacybelang van de betrokkene behoren te prevaleren.”

Simpeler: de meeste rechters vinden dat reality-tv in z'n slechtste vorm te ver gaat en geen beroep kan doen op journalistieke vrijheden. Maar die conclusie trekken ze achteraf, na wijs beraad over de aangevoerde argumenten. Vooraf valt dat een stuk moeilijker aan te wijzen, want geen enkele maker van onverhoedse beelden van 'een' werkelijkheid, geeft toe slechts op sensatie en vermaak van de kijker uit te zijn. Vandaar dat de overvaltechniek nog steeds bestaat, mensen in verwarring nog worden benaderd alsof ze de situatie geheel meester zijn en soms, als ze geluk hebben, sommige programma's nog een glimp kunnen tonen van het bebloede hoofd van het slachtoffer voordat hij in de ziekenwagen wordt geschoven.

Daar zal alleen wat aan veranderen als de kijkcijfers het laten afweten van programma's die reality-tv worden gevonden. Voor het overige zullen de slachtoffers en verdachten huns ondanks de regels en richtlijnen vorm moeten geven, vóór iedereen eraan gewend is geraakt. Want ook dat is een kenmerk van reality-tv, de discussie erover is snel verflauwd.

mailIcon print |