Van onze onderwijsredactie AMSTERDAM - Universiteiten hebben geen idee welk “contractonderzoek”, onderzoek in opdracht van derden, er precies bij hen in huis plaatsvindt. Sinds de Algemene rekenkamer dat in 1988 ook al eens vaststelde, zijn universiteiten er niet netter in geworden.
Dat oordeel geeft de Rekenkamer in een gisteren verschenen vervolgrapport. De totale inkomsten uit opdracht-onderzoek zijn sinds 1988 gestegen, van 525 miljoen gulden in 1989 tot 958 miljoen in 1992. Met die bedragen levert dit zogeheten “derde geldstroom”-onderzoek inmiddels 17 procent van de inkomsten van een universiteit op. De twee andere geldstromen komen van het rijk (de eerste geldstroom) en van NWO, de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (de tweede geldstroom).
Ondanks dat toegenomen belang, weet volgens de Rekenkamer meer dan de helft van de universiteiten niet precies welk onderzoek er op contract wordt verricht. En geen enkele universiteit blijkt precies bij te houden hoeveel menskracht ermee gemoeid is, of wat het kost om het uit te voeren. Volgens de Rekenkamer berekenen universiteiten aan de drie voornaamste opdrachtgevers - de ministeries, de Europese unie en de “collectebusfondsen”, zoals de Hartstichting - doorgaans een te laag tarief: minder dan de werkelijke kosten.
Als het overzicht ontbreekt over de kosten en baten van deze zogeheten “derde geldstroom”, dan volgt daaruit - zegt de Rekenkamer -dat er ook geen overzicht is of het geld uit de andere twee geldstromen wel doelmatig worden besteed.
De vereniging van universiteiten, de VSNU, reageert gepikeerd op de kritiek van de Rekenkamer. “Eenzijdig”, vindt de VSNU die. Dat universiteiten niet de werkelijke kosten in rekening brengen aan hun opdrachtgevers, zou bij voorbeeld zijn omdat die dat niet kunnen, of willen, betalen. Ook komt het voor dat opdracht-onderzoek precies past in het werk van een vakgroep, zodat het gerechtvaardigd is om er ook eigen geld in te steken.
Bovendien vindt de VSNU dat er binnen een faculteit geen strikt onderscheid te maken is tussen eerste, tweede en derde geldstroom. De Rekenkamer denkt volgens de VSNU te centralistisch.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.