*

 
dossier

Archief

Willy Wielek

WILLY WIELEK − 06/01/96, 00:00

'Kat! Kom hier, kat! Ik moet met je praten. Kom je, zomaar? Dat mag een wonder heten, dat is nog nooit gebeurd. Zou het een Teken wezen? O, ik heb een plakje worst in mijn hand, zodoende.

Kijk, het zit zo. Ik las in een boek iets dat zo waar is dat ik het zelf had kunnen schrijven. Er stond: 'Alle katers zijn mannen maar dat zijn ze vergeten. Als je ze te veel verwend en te lekker eten geeft herinneren ze het zich weer.'

Het was alsof er een klok begon te kleppen in mijn hoofd. Want de laatste tijd leek je niet alleen dikker te worden maar ook groter. En brutaler. Nee, dat is niet het goede woord. Zelfverzekerder. Mensachtiger. Ik dacht: 'Ben ik nu bezig gek te worden of hoe?' Nee dus, als ik het geschrevene wil geloven. En dat doe ik.

En zie, ongeveer terzelfder tijd las ik in twee boeken dat een kater tot man werd. Een echte man. Die boeken kunnen natuurlijk geen toeval zijn, toeval is dood leert ons de New Age. Lees 'De Celestijnse belofte'. Onder andere, de boekenplanken buigen onder het gewicht van de Nieuwe Leer. Nee, het zijn welzeker Tekenen. Die ons De Weg wijzen.

Nu waren die katers in de boeken wel wat vreemd, moet ik toegeven. Zulke katers ben ik nog nooit tegengekomen. Natuurlijk zijn ze macho, daar kan niemand om heen, katertjes die niet macho zijn worden door hun moeders gekeeld nog voor ze de oogjes open hebben. Zo is het vrouwvolk wel. Maar die katers uit de boeken waren op een bepaalde manier macho. Aardig macho en dat kom je ook in het gewone leven zelden tegen. Bescheiden omdat ze niet met hun overduidelijke kwaliteiten te koop hoefden te lopen. En beschermend. Ze liepen een pas achter het vrouwtje aan en kwamen pas in actie als er gevaar dreigde.

Ja, nu, dat zal de artistieke vrijheid dan wel wezen. Bescheiden? Beschermend? Dat zijn toch karaktertrekken van honden? Een herdershond valt aan als het vrouwtje wordt bedreigd, om van een pitbull en een dobermannpinscher maar niet te spreken, maar een kat neemt geheid de benen. Die zal zijn kostbare lijf wagen voor een ander, hij denkt er niet aan. Dus de vrouwen die die boeken schreven lieten de wens de moeder zijn van de gedachte. Maar onverlet blijft het feit dat katers allerlei kapsones krijgen als je ze verwend en te lekker eten geeft. Dan worden het net lastige mannen, dus nog lastiger dan ze van hun eigen al zijn.

Kijk, jij bent altijd al een lastige man. Schreeuwen en krijsen als ik een uurtje weg ben geweest, ook al heb ik het me je afgesproken. Me aanvallen en in de benen bijten als je kop ernaar staat, zonder dat ik enige aanleiding geef. En dan opeens weer zo allerliefst dat mijn hart in mijn borst smelt. Maar de laatste tijd heb ik menen te ontdekken dat die eigenschappen zich als het ware verdichten. Ten goede en ten kwade.

Nooit eerder kwam je 's nachts om drie uur zachtjes mijn oogleden likken, ik noem maar iets. Ja, dat is natuurlijk adorabel, maar het is ook hartstikke vervelend. Want iemand wordt daar wakker van. En iemands eerste reactie is om de likker een flinke ram te geven. Maar iemands tweede reactie is 'Kijk nu toch eens hoeveel hij van me houdt', dus je laat hem zijn gang gaan. En je bent voor lange tijd of voor goed uit de slaap.

Je bent ook veel bijteriger dan vroeger, bijna elke dag zie ik die serpenterige gloed in je ogen. Ik gooi je dan een kussen naar je kop en je sluipt weg, maar toch. Ik moet altijd op mijn qui vive zijn.

Ik kan wel een verklaring bedenken voor deze verschijnselen. De laatste tijd geef ik je Culinair Menu van Sheba en dat kost wel wat meer, maar je smult er zo van dat ik het niet kan laten. Bovendien mag je wel wat dikker worden. Ik hou van dikke katten, hoe vetter hoe beter, het lijkt wel of ik ze opfok voor de slacht. En jij bent slank. Andere mensen vinden dat mooi, maar ik ben bang voor schonkig.

Om een lang verhaal kort te maken: ik wil niet dat je een man wordt. Ook al ben je dan nog zo onweerstaanbaar, met van dat korte, zwarte otterhaar en zachte kussentjes op je handen waarmee je me streelt als je in een goede bui bent. Waarom niet? Omdat je een secreet bent, dat heb ik altijd geweten. Onberekenbaar, saggerijnig, egoistisch, noem maar op. En nu kun je niet zo veel, want katten zijn klein. Als je op straat loopt en ze sluipen naast je, zie je pas goed hoe klein. Bovendien weet je dat je van mij afhankelijk bent. Maar als je een man wordt dan word je sterk en dan ga je me niet alleen pesten, je laat me op de meest onverwachte ogenblikken alle hoeken van de kamer zien, dat weet ik zeker. Dan moet ik naar een blijf-van-mijn-lijf-huis. En daar is het 's winters koud. Verschrikkelijk! En jij maar voor mijn warme kachel liggen!

Nu heb ik zo gedacht: ik zet je weer terug op je vroegere dieet, ik neem geen risico. En als je het niet wilt eten, die Whiskas, dan laat je het maar staan, dan word je maar niet dik. En als het je niet zint dan verhonger je maar. Ziezo.'

'Wat klets je nu toch. Als jij dat doet loop ik gewoon weg. Geen mand vol maar een land vol, dat is mijn motto.'

'En waar zou je dan wel heen kunnen? He? Je bent te bang om naar buiten te gaan, je durft zelfs het dakterras niet op. Laf ook nog.'

'Als ik groot ben en sterk ben ik nergens meer bang voor. En er zijn eenzame vrouwtjes genoeg die naar me hunkeren. Maar ik kom wel terug, van tijd tot tijd. Dan wil ik geen Sheba, dan wil ik zalm. En gerookte paling. En leverworst. En rauw gehakt, rundergehakt, daar ben ik gek op. Nu krijg ik wel eens een stukje, maar dan wil ik een heel pond. En zorg maar dat je die dingen in huis hebt want anders zwaait er wat.'

'O ja? Als jij dat doet ga ik naar de politie. En die stoppen je in de gevangenis, op water en brood. Kun je zien hoe dat smaakt, dat heb je nog nooit geproefd.'

'Ach ga toch heen, schei toch uit. Als ze komen verander ik gewoon weer in een kat, dat ligt in mijn vermogen. En wie zal geloven dat ik ooit een man ben geweest? Ze stoppen mij niet in de gevangenis, ze stoppen jou in het gekkengesticht.'

'Dat zullen we nog wel eens zien! Ik ga tot aan de Hoge Raad als het moet! Zeg, wacht eens eventjes. Praat jij tegen me? Al een hele tijd? Is het al zover gekomen? O! O! O! Wat moet ik daar nou mee aan? Zou Whiskas nog helpen? Ik wil je niet als man, ik wil je niet en ik wil je niet. Ik smijt je nu subiet de deur uit, zie dan maar waar je terecht komt! Het kan mij niet schelen of je verhongert of doodvriest, het is je eigen schuld!'

'Ach mens!'

mailIcon print |