*

 
dossier

Archief

Groningen

Door: redactie − 14/01/98, 00:00

Het kabinet legt terecht grote voortvarendheid aan de dag bij het aanpakken van de crisis in de verhoudingen tussen politie en justitie in Groningen. Na de gebeurtenissen in de Oosterparkwijk en de fouten in de zaak-Lancée is duidelijk dat er zo snel mogelijk weer een werkbare situatie moet ontstaan. Dat is wel het minste wat burgers van diensten die de rechtsorde bewaken mogen verwachten.

Dat de ministers Dijkstal van binnenlandse zaken en Sorgdrager van justitie burgemeester Ouwerkerk en hoofdofficier van justitie Daverschot met deze opdracht hebben belast, is echter curieus. Deze gezagsdragers zijn immers medeverantwoordelijkheid voor de crisis en het is onduidelijk waarom zij op voorhand het voordeel van de twijfel zouden verdienen.

Het ligt voor de hand hun aandeel in het wanbeheer aan een onafhankelijk onderzoek te onderwerpen in plaats van hun een actieve rol bij het oplossen van de crisis te geven. De ministers wekken daardoor de druk de schuld eenzijdig op het bordje van de teruggetreden korpschef Veenstra te leggen. Dat is moeilijk te verteren, na de erkenning van minister Sorgdrager vorige week dat de positie van de korpschef in de driehoek tussen openbaar ministerie, korpsbeheerder en hoofdcommissaris de zwakste is.

Daar komt nog bij dat de Groningse gemeenteraad zich nog niet over het optreden van Ouwerkerk heeft uitgesproken. Wat is diens positie als dat oordeel negatief zou uitvallen? Het zou verstandiger zijn als het kabinet de Groningse politie en justitie in afwachting van een onderzoek onder voogdij had geplaatst, bijvoorbeeld van de Groningse commissaris van de koningin en de procureur-generaal.

Nu wordt te veel de indruk gewekt dat het kabinet twee bestuurders die er een potje van hebben gemaakt de hand boven het hoofd houdt.

mailIcon print |