Van onze redactie economie AMSTERDAM - De economische boycot van Burma, waartoe de democratische oppositie in het dictatoriale land heeft opgeroepen, wordt door steeds meer Westerse concerns gesteund. Maar een niet gering aantal andere bedrijven meent toch met het militaire regime in zee te moeten gaan.
Tot de brekers van de boycot behoort de Duitse Vereniging voor Oost-Azië. Dit samenwerkingsverband van 550 Duitse bedrijven, meende deze week een kantoor in Burma te moeten openen. Ook de Franse en Amerikaanse olieconcerns Total en Unocal negeren de boycot-oproep, en tekenden met de militaire machthebbers eveneens deze week een contract voor de exploratie van een olie- en gasveld voor de kust van Burma. In dat land zijn de twee al langer actief met een groot gaswinningsproject ter waarde van 1,2 miljard dollar.
De feestelijke ceremonie van het Duitse kantoor dat bedrijven wil helpen bij investeringen in Burma, werd opgeluisterd door leden van de militaire junta. Nobelprijs-winnaar Aung San Suu Kyi, leidster van de oppositie in Burma, uitte onlangs nog scherpe kritiek op de activiteiten van het Duitse bedrijfsleven in haar land. Dat speelt de junta in de kaart, zei ze. Als om die kritiek te bevestigen sprak de Burmese minister van financiën, generaal Win Tin, tijdens het Duitse feestje in Rangoon inderdaad zijn waardering uit voor de goede betrekkingen met Duitsland.
Zoals eerder deze week gemeld, besloot frisdrankengigant PepsiCola zich terug te trekken uit de Zuidoost-Aziatische dictatuurstaat. De Amerikanen doen dat onder druk van mensenrechtenorganisaties en in navolging van een reeks andere Westerse bedrijven, waaronder de Europese bierbrouwers Heineken en Carlsberg die Burma vorig jaar al de rug toekeerden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.