Het afgelopen jaar werd getekend door explosies van willekeurig geweld. De problematiek mag zeker niet worden gebagatelliseerd, maar tegelijkertijd is het zaak om niet zonder meer mee te gaan in de roep om wetswijzigingen en strengere straffen, maar even tot drie te tellen. Deze vaardigheid wordt niet door iedereen beheerst. Zo willen de PvdA-Kamerleden Van Heemst en Kalsbeek geweldsplegers hogere straffen opleggen als deze geweld hebben gebruikt tegen burgers die zijn opgekomen voor hun medemens. Zij willen de dreiging van hogere straffen gebruiken om de geweldsplegers te ontmoedigen om dappere burgers te lijf te gaan. Het voorstel van het PvdA-duo oogt wel sympathiek maar mist elke realiteitszin. Zowel de dader als het slachtoffer zullen zich weinig aantrekken van het dreigement van één of twee jaar strafverhoging. Hogere straffen hebben nog nooit geleid tot minder geweld en burgerzin kan beter op andere manieren worden opgewekt.
Dergelijke kortzichtige oplossingen vertroebelen de discussie. Volgens GroenLinks zullen antwoorden te vinden zijn in zowel een effectief en efficiënt optreden van politie en justitie als een krachtig en duurzaam preventiebeleid. Naast blauw op straat vraagt de kwaliteit van het politie- en justitie-apparaat prioriteit.
Parallel aan een krachtigere aansturing zal ook het beleid moeten veranderen. Intensieve inzet van politie tijdens uitgaansuren en betere aanwezigheid op het platteland is geboden. De projecten waarbij politie en justitie zich in de wijk gaan vestigen, verdienen brede navolging. Het lik-op-stuk-beleid werkt alleen als zaken snel voor de rechtbank komen. Oeroude opvoedingswetten leren dat directe correctie het meest effectief is. Vaak is herhaling van strafbaar gedrag slechts te voorkomen als iemands leefpatroon wordt doorbroken. Daarom kan het belang van de reclassering en alternatieve straffen niet vaak genoeg benadrukt worden.
Meer investeringen in onderwijs, jeugd- en verenigingsleven zijn nodig. Zo'n beleid werkt preventief, omdat dergelijke voorzieningen het gemeenschapsgevoel versterken en gevoelens van miskenning en verveling tegengaan. Ik kan mij echter niet aan de indruk onttrekken dat het populaire woord preventie te weinig inhoud wordt gegeven. Hierdoor kan men het idee krijgen dat preventie toch niet werkt, terwijl het niet eens een reële kans heeft gekregen. Zo ondermijnt het schrappen van de post van de preventie-functionarissen, die enige jaren geleden bij het Openbaar Ministerie waren aangenomen, een structurele opzet van preventie.
Als het gaat om preventie is met name krachtdadiger optreden nodig om overmatig alcoholgebruik, één van de grote veroorzakers van geweld, terug te dringen. Het verhogen van de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop van 16 naar 18 jaar is een voorbeeld van symboolpolitiek en zal in de praktijk te weinig zoden aan de dijk zetten. Veeleer zal de cultuur van excessief veel drinken doorbroken moeten worden door gerichte voorlichting aan jongeren en ouders. Ook zal de horeca, in samenwerking met de politie, zijn verantwoordelijkheid beter moeten nemen. Snel en kordaat optreden bij dronkenschap kan veel leed voorkomen. Kroegbazen die hier niet aan mee willen werken zullen hard aangepakt moeten worden, bijvoorbeeld in de sfeer van vergunningen.
Hoewel de gebeurtenissen in Leeuwarden en Amsterdam een andere benadering vereisen dan jeugdcriminaliteit, zijn er wel degelijk verbanden te leggen als het gaat om het zoeken naar oplossingen. Jeugdcriminaliteit kan alleen maar in samenhang met de oorzaken bezien worden, te vinden in voortijdig schoolverlaten, werkloosheid, marginalisering en gebrek aan 'gezonde' uitdagingen en zelfrespect. Overheidsbeleid moet daarop inspelen. Succesvolle projecten moeten nu eindelijk de financiële middelen krijgen die zij verdienen. Steeds moeten oplossingen gezocht worden in de driehoek gezin, school en wijk.
Wat de rol van het onderwijs betreft heeft dit kabinet grote ambities, maar tegelijkertijd grote problemen. OESO-cijfers geven aan dat in Nederland een zeer groot aantal leerlingen het onderwijs verlaat zonder diploma. GroenLinks heeft het voortouw genomen voor een parlementair onderzoek naar voortijdig schoolverlaten en parallel hieraan een plan gepresenteerd om dit te bestrijden. Dit kost veel geld, maar zal zich dubbel en dwars terugbetalen.
Daarnaast is gerichte opvoedingsondersteuning en vroegtijdige signalering van ontsporing nodig. Onderwijs- en jeugdbeleid zullen in de toekomst veel beter op elkaar afgestemd moeten zijn. De kans op vervolgonderwijs of werk ondermijnt de kans op minder aantrekkelijke alternatieven. Met een steun in de rug van de overheid kunnen jongeren, ouders en scholen verantwoordelijkheden beter aan. Dit alles kan natuurlijk nooit een vrijbrief zijn om geweld en criminaliteit van een excuus te voorzien, het is eerder een poging de oorzaken te doorgronden om goede oplossingen te vinden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.