*

 
dossier

Archief

Het Wilde Westen van de vrije-markteconomie

GERRIT HUIZER − 27/01/96, 00:00

De auteur is hoogleraar ontwikkelingsstudies aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, directeur van het Derde-Wereld Centrum.

Het is misschien nuttig met het oog op economische rampen die er de komende jaren ongetwijfeld in onze buurt zullen ontstaan, dat in de jaren tachtig in een gezaghebbend liberaal dagblad als de Financial Times al regelmatig door bekende topmanagers gemeld werd dat als gevolg van het ontstaan van de Europese markt ongeveer een derde van de grote multinationale of transnationale ondernemingen zou gaan overleven dankzij het opslokken van, fuseren met of liquideren van de andere twee derde.

De topmensen in het bedrijfsleven wisten waar ze mee bezig waren welke risico's daaraan verbonden waren - en dat weten ze nog steeds, lijkt me. Zij steken dit in hun vakbladen ook meestal niet onder stoelen of banken onder het motto: Zo werkt het liberale kapitalisme en de vrije markt nu eenmaal. En dat is volgens hen het beste voor de welvaart van iedereen. Het is niet onbegrijpelijk dat zij zo denken en doen. Het is zelfs in hun belang dat ze fors blijven meespelen zolang het kan. Een voorbeeld is Wisse Dekker van Philips, die indertijd een van de grote motoren achter de Europese eenwording was (onder andere om tegen de VS en Japan te kunnen concurreren).

Het verbazingwekkende is dat 'iedereen', zelfs ook vertegenwoordigers van 'iedereen' zoals voormalige en huidige vakbondsleiders als Wim Kok en Stekelenburg, deze filosofie schijnen te beamen en als zij daar in een politiek debat op aangesproken worden de daarbijbehorende risico's bagatelliseren (zoals ik een paar keer ondervonden heb). In hun kielzog komt er vanuit het Nederlandse pubiek en ook de pers zelden fundamentele kritiek op de keiharde wijze waarop het liberaal-economische ontwikkelingsproces in Europa met talloze groepen van mensen afrekent.

In Derde-wereldlanden krijgt het liberaal-kapitalisme wat dit betreft meer fundamentele kritiek dan in Nederland. Sommige van die landen voelen de nadelen ook sterker en dramatischer. Recentste voorbeeld is Mexico, dat in 1995 zeven procent achteruitging.

'Wereldoorlog' Enkele jaren geleden heeft de toenmalige Europarlementariër Herman Verbeek het huidige mondiale economische bestel gekarakteriseerd als 'wereldoorlog' met een jaarlijks stijgend aantal slachtoffers (zoals nu die zoveel duizenden van Fokker). Zijn zij de slachtoffers van een fout bestel of alleen maar van incidentele 'fouten' die gemaakt worden of werden door huidige of vroegere topmanagers van Fokker, Daimler-Benz, en enkele jaren geleden Daf, Philips en Shell (zijn we die zoveel duizenden ontslagen al weer vergeten?).

Klassenstrijd Het is een grote vraag of topmanagers en grootaandeelhouders van dit soort ondernemingen zelf ook slachtoffer worden van hun 'fouten'. Veel van hun namen figureren hardnekkig op de commissarissen- of bestuurslijsten van andere ondernemingen of van de banken, die voor hun zekerheid ook overal in moeten zitten om verliezen hier met winnen daar te kunnen compenseren. Bestaat hier toch misschien zoiets als een klassentegenstelling? En kan die niet weer makkelijk ontaarden in klassenstrijd? Dat zou de retoriek van Marcus Bakker inderdaad enigszins rechtvaardigen zoals W. Breedveld dat suggereerde in zijn column Verkwanseld naar aanleiding van de affaire Fokker.

Het is nuttig te weten wat er in managementskringen zelf gezegd wordt over hun bestel. Een van de bekende managementgoeroes, die af en toe in de Financial Times publiceert, is Tom Peters. Hij heeft in een van zijn laatste boeken, Liberation Management, zijn voorgaande boek - over hoe topmanagers moeten zien te floreren in de 'chaos' van fusie- en overnamegolven - al weer als verouderd afgeschilderd. Het is nu nodig om de economie als een soort 'carnaval' te zien waarbij de gekste dingen mogelijk zijn, zoals: “hoe moet je je eigen onderneming vernietigen vóór je concurrent het doet”, om te kunnen overleven.

Dit is vrije-markteconomie pur sang waarin we in navolging van wat er in de VS aan de gang is, met rasse schreden verzeild raken, met of zonder (afnemende) sociale 'verzachting'. Dit heeft de zaak Fokker/Daimler Benz nu weer duidelijk laten zien. Wie volgt? De strijd van allen tegen allen, inderdaad een soort wereldoorlog?

Collecteren In de boeken van Tom Peters wordt over degenen die in deze strijd uitgeschakeld of gemarginaliseerd worden, niet gesproken. Dat laat men kennelijk over aan de sociale wetenschappers of aan de kerken “die zich beraden op hulp” zoals Trouw meldde, of die gaan collecteren zoals bij Daf indertijd. Zoals de Wilde Ganzen jaren geleden collecteerden voor een clubhuis voor de “loslopende jongeren” op Curaçao toen Shell daar zijn raffinaderij sloot en duizenden banen afstootte van mensen die nu misschien in Amsterdam rondlopen.

Als ik de Financial Times en andere managersliteratuur goed lees bemerk ik af en toe dat er ook in die kringen toch hier en daar wel enige zorg of verontrusting begint te ontstaan over dit soort Wild West- of 'carnavals'-economie. Al zal dit niet openlijk of duidelijk gezegd worden.

Een spreekbuis van de ondernemerswereld, zoals de heer Blankert van de christelijke werkgevers (Trouw, 25 augustus) zal voorlopig de pleitbezorgers (vanuit de kerken) voor een andere economie wat hooghartig als naïevelingen blijven afschilderen. Ik vroeg me bij het lezen van dat interview meteen al af of hij zelf geloofde in wat hij daarover zei. Je kunt echter niet verwachten dat ondernemersvertegenwoordigers iets anders zouden zeggen. Maar hoelang nog? Zou een zoveelste affaire als die van Fokker misschien ook bij hen iets van twijfel kunnen teweegbrengen aan die onzichtbare hand van 'de markt' of dat 'carnaval'. Zouden zelfs ondernemers, of de meest creatieven onder hen, niet eens overwegen of er in deze steeds warmer wordende wereldoorlog ook niet een perestroika nodig en mogelijk is?

Het lijkt zinvol om debâcles als dat van Fokker en de massa-ontslagen bij Daf, Philips, Shell, als uitgangspunt te nemen voor een serieuze publieke discussie over waar we met de economie, binnen de steeds beperktere grenzen die het natuurlijke milieu ons stelt, eigenlijk naar toe willen in de volgende eeuw.

Als debâcles als deze tot zoiets aanleiding zouden zijn, kan er misschien uit deze schade en schande van hoog en laag toch nog wijsheid voortkomen.

mailIcon print |