Staatssecretaris Hoogervorst van sociale zaken laat zijn ambtenaren onderzoeken waarom het aantal arbeidsongeschikte jongeren sterk groeit.
De staatssecretaris reageert op een artikel, deze week gepubliceerd in het economenblad ESB. De onderzoekers Aarts en De Jong stellen daarin dat het met het terugdringen van arbeidsongeschiktheid helemaal niet zo slecht gaat. In bijna alle groepen werknemers daalt het aantal WAO'ers relatief. Er is één uitzondering: bij mensen onder de 35 jaar stijgt het aantal arbeidsongeschikten snel. Alarmerend is dat de helft van hun nog nooit heeft gewerkt en een zogenaamde Wajong-uitkering krijgt voor 'vroeggehandicapten'. Het aantal Wajongers is opvallend sterk gestegen, zagen de onderzoekers. Tussen 1990 en 1998 nam hun aantal met ruim 25 procent toe. Daar is geen duidelijke verklaring voor, zeggen ze.
Aarts en De Jong hebben de cijfers uit eigen beweging geanalyseerd. Gemotiveerd door verbazing: het leek hun zeer onwaarschijnlijk dat alle maatregelen die zijn genomen om arbeidsongeschiktheid terug te dringen niet gewerkt zouden hebben. De getallen die de onderzoekers hebben gebruikt waren gewoon beschikbaar bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV). Dat betekent dat Hoogervorst, het LISV zelf of toezichthouder CTSV ook naar de cijfers hadden kunnen kijken.
Dat gebrek aan kennis leidt ertoe dat de Wajongers in de opgelaaide WAO-discussie volgens de onderzoekers 'een verwaarloosde categorie' vormen. Niet alleen zijn vrijwel alle maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen om ziekte en arbeidsongeschiktheid terug te dringen aan hen voorbij gegaan omdat ze geen arbeidsverleden hebben. Dat geldt ook voor de nieuwe plannen om de WAO in de toekomst in de hand te houden. Er zou meer geld moeten komen voor de reïntegratie van jonggehandicapten, suggereren de onderzoekers. Maar 'de kans hierop is helaas niet zo groot omdat behalve de jonggehandicapte en de belastingbetaler, geen enkele gemeente, uitvoeringsinstelling, Arbodienst of werkgever er belang bij heeft.' Dan zal eerst wel duidelijker moeten zijn wie die 115 000 Wajongers zijn. Iedereen die voor het 18e levensjaar gehandicapt raakt en daarom niet kan werken valt onder de Wajong.
Voor een deel van de jonggehandicapten, met zeer ernstige verstandelijke of lichamelijke beperkingen, is een baan eenvoudigweg niet mogelijk. Hun aantal is vermoedelijk enigszins stabiel, hoewel het LISV denkt dat door de vooruitgang van de medische wetenschap - gehandicapten blijven langer leven - deze groep misschien groter is geworden.
De stijging kan ook zitten in de minder ernstig gehandicapten die niet meer terecht kunnen in de sociale werkvoorziening. De 'werkplaatsen', waar ongeveer 20 000 mensen in dienst zijn, moeten sinds een aantal jaren commerciëler werken. Daardoor vallen de minst productieve gehandicapten buiten de boot en in de Wajong.
Een andere mogelijkheid is een grotere toestroom van studenten tot de Wajong. Studenten vallen tot hun 30ste onder deze wet. Als ze voor die tijd bezwijken onder hun studielast of een ongeluk krijgen, komen ze in de Wajong. Niemand die het precies weet, de ambtenaren mogen het uitzoeken. Pas als zij klaar zijn, weet Hoogervorst waar zijn geld naar toe moet. Toch naar de uitvoeringsinstellingen of de gemeenten of eerder naar de sociale werkvoorziening of studentenpsychologen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.