In Haarlem tikt een klok de seconden af tot aan 1 januari 2000. Bill Clinton had tijdens zijn verkiezingscampagne de mond vol van de nieuwe eeuw, maar zal er als president maar twintig dagen van meemaken. De paus heeft het jaar 2000 uitgeroepen tot heilig jaar. Dat alles in de verkeerde veronderstelling dat op 1 januari 2000 het nieuwe millennium begint. De auteur is historicus
Vroeger zou je bij dat 'waanzinnig' gedacht hebben, dat het kennelijk een enorme puinhoop is bij zo'n bank - je ziet de papieren al door de kantoren fladderen -, maar tegenwoordig schijnt zoiets een positieve aanduiding te zijn.
De tekst doelt natuurlijk op het jaar 2000. Het bord stond er gewoon wat vroeg. Het onderschrift, dat je pas kunt lezen, als je uit de trein bent gestapt, maakt de zaak nogal raadselachtig: Millenniumsparen tot 2000. Wat nu? Daar zit een tegenstrijdigheid in. Het nieuwe millennium begint immers op maandag 1 januari 2001. Maar ach, als je even nadenkt, dan snap je het wel: het gaat de GWK Bank helemaal niet om het nieuwe millennium; het gaat om het huidige, oude millennium. De bank probeert ons duidelijk te maken dat we eerst drie jaar moeten sparen (Nu 4,44 procent reuzerente - Maak kans op 5 miljoen) en dat we het aldus vergaarde bedrag er in het laatste jaar van de eeuw snel doorheen moeten jagen. Veel vertrouwen in het nieuwe millennium heeft de GWK Bank kennelijk niet: last van ondergangsfantasieën?
Zou dat ook gelden voor het stadsbestuur van Haarlem? Daar staat immers een klok op straat, die de seconden aftelt tot aan 1 januari 2000. Het is natuurlijk wel je eerste gedachte: hier houdt men uit alle macht vast aan de twintigste eeuw. Of zou de betekenis net omgekeerd zijn? Zou men in Haarlem zo verlangen naar de nieuwe eeuw, dat men net doet alsof die al een jaar eerder begint?
Het blijft een vreemd verschijnsel. Het laatste jaar van de eeuw, 2000, weet veel meer geestdrift op te roepen dan het eerste jaar van de nieuwe eeuw, 2001. Menig ondernemer probeert voor 2000 grootse plannen voltooid te hebben. In Duitsland wil zelfs de Bondsdag voor dat jaar verhuisd zijn naar Berlijn. Ook Bill Clinton had tijdens de afgelopen verkiezingscampagne de mond vol van de nieuwe eeuw. En inderdaad, hij mag er bij leven en welzijn nog net twintig dagen zijn laatste zaken in afwikkelen, voordat hij het presidentschap overdraagt aan Al Gore of een andere opvolger. Daarom spreekt Clinton waarschijnlijk ook zo vaak over een brug naar de 21ste eeuw: de oever haalt hij maar net.
Het is natuurlijk ook een beetje ingewikkeld met die eeuw- en millenniumwisseling. Jaren worden nu eenmaal anders geteld dan leeftijden. Een mens die dertig jaar wordt, heeft ook daadwerkelijk dertig jaren achter de rug. Bij mensenleeftijden worden gepasseerde punten geteld. Maar bij jaren worden juist de intervallen tussen de overgangen geteld. Jaren lopen met andere woorden een jaar vooruit op mensenleeftijden. Pas op 31 december 2000 om 24.00 uur zijn echt alle 2000 jaren van de huidige tijdrekening voorbij.
Het komt omdat er in de gewone tijdrekening geen jaar nul bestaat. Er bestaat slechts een denkbeeldig punt O op de overgang van het eerste jaar vóór naar het eerste jaar ná Christus. Een baby die op 1 januari van het jaar 1 zou zijn geboren, zou dus op 1 januari van het jaar 2 zijn eerste verjaardag vieren. Helemaal ongebruikelijk is overigens de telling der jaren ook voor mensen niet. Iemand die 89 is, zal vaak zeggen, dat hij 'in' zijn negentigste is. Zo worden ook de kalenderjaren geteld.
Al in het begin van de zesde eeuw na Christus berekende de abt Dionysius Exiguus in opdracht van paus Johannes I de jaren vanaf de geboorte van Christus, maar het zou nog enkele eeuwen duren voor de christelijke jaartelling algemeen gebruikelijk werd. Aan het eind van de zestiende eeuw kwam de grote geleerde Joseph Justus Scaliger, de ster van de jonge Leidse universiteit, tot de conclusie, dat Dionysius zich een paar jaar vergist had: Jezus moest geboren zijn in 4 voor Christus.
Scaliger was ook zo ijverig de datum van de schepping te berekenen: die moest plaatsgevonden hebben op zondag 25 oktober 3950 v. Chr. Ruim een halve eeuw later, in 1650, wist de anglicaanse bisschop James Ussher hem elegant te verbeteren: de schepping was volgens hem op zondag 23 oktober 4004 v Chr. geweest, precies vier millennia voor de geboorte van Jezus dus. De befaamde Engelse historicus Hugh Trevor-Roper (Lord Dacre), geboren in 1914, trof het jaartal en de bijbehorende tabellen als kind nog aan in de bijbels in de lokale kerk waar hij mee naar toe werd genomen. En ook in de vrome liedtekst Veertig eeuwen van te voren, Was de Midd'laar ons beloofd; Eind'lijk werd Hij toch geboren, Hij der Englen Heer en Hoofd klinkt de speculatie nog door.
Toch heeft het lang geduurd voor alle jaartallen uit de oudheid consequent werden omgerekend in jaren vóór de geboorte van Christus (het punt nul). Al in de middeleeuwen was een enkeling op de gedachte gekomen, maar pas in de zeventiende eeuw wisten Dionysius Petavius en G. B. Riccioli het systeem echt in te voeren. In Nederland maakte de Leidse historicus George Hornius het in 1665 populair. Deze lieden besloten om geen jaar nul in te voeren. Consequent en logisch natuurlijk, maar ook lastig bij het rekenen. Je moet immers steeds een jaar aftrekken vanwege de ontbrekende nul. De zoon van Herodes de Grote, de etnarch (heerser) Archelaus, regeerde van 4 v. Chr. tot 6 na Chr. over Judea. Toen werd hij door keizer Augustus verbannen. Dat was in het negende jaar van zijn regering, schrijft Flavius Josephus in zijn werk over de Joodse Oorlog. Hij bedoelt natuurlijk het tiende jaar, verbetert de Engelse annotator van (onder andere) de Penguin-editie hem. Nee, hij bedoelde wel degelijk wat hij schreef, want tussen 4 voor en 6 na Christus liggen nu eenmaal negen en geen tien jaar.
De Franse astronoom Jacques Cassini vond dat gereken zo lastig, dat hij in 1740 besloot het jaar nul toch in te voeren. Sindsdien wijken de gewone, historische tijdrekening en de astronomische tijdrekening voor het jaar 1 een jaar van elkaar af. Het jaar 2 v. Chr. is voor astronomen dus het jaar -1.
Niet slechts handige ondernemers en Bill Clinton zijn in de ban van het jaar 2000, ook paus Johannes Paulus II is dat. Hij heeft het laatste jaar van de eeuw uitgeroepen tot een Heilig Jaar en hij schijnt vastbesloten om het te halen. Enige bescheidenheid kan men hem niet ontzeggen. Zoals Mozes op de Nebo wel het beloofde land kon zien, maar het niet mocht betreden, zo schijnt de paus er tevreden mee te zijn om de nieuwe eeuw slechts tot aan de drempel te naderen. In 2000 zal het Heilige Land centraal staan. Sommigen zien nu al een concurrentiestrijd opdoemen tussen het Palestijnse Bethlehem en het Israëlische Nazareth.
Iets komisch heeft deze keuze voor het jaar 2000 voor de speciale herdenking van de geboorte van Christus wel. Men kan zich afvragen, of '3000 jaar Jeruzalem' en '2000 jaar Nazareth' niet beter net omgekeerd gevierd hadden kunnen worden. Als Jezus, zoals tegenwoordig meestal wordt aangenomen, geboren is tussen 7 en 4 voor Christus zou het immers voor de hand gelegen hebben om de tweeduizendjarige gedenkdag van die gebeurtenis te vieren tussen 1994 en 1997.
De Israëlische regering besloot de verovering van de stad der Jebusieten door David, drieduizend jaar geleden, te vieren in het joodse jaar 5756 en het grotendeels overlappende christelijke jaar 1996. Men ging er dus gemakshalve maar vanuit, dat David reeds in 2756/1005 v. Chr. zijn nieuwe hoofdstad bezette. Dat is een wel erg vroege schatting. Je wordt horendol, als je alle chronologieën op dit punt gaat vergelijken, maar de meeste historici houden het voorzichtig op een 'circa 1000 voor Chr.', vaak op een paar jaar later. Het zou dus heel logisch geweest zijn om 3000 jaar Jeruzalem in 2001 te vieren. En och, als men dat nu een jaar eerder gewild had?
Men had dan bovendien wat meer tijd gehad om Jeruzalem op orde te brengen, want toen ik er dit voorjaar was, was het Kidron-dal één grote puinhoop. Het lag vol met stenen voor nieuw aan te leggen paden; de Palestijnse bouwvakkers konden hun werk niet meer bereiken. Toen Davids legeraanvoerder Joab vanuit dat dal via een watergang de stad binnendrong, lag het er ongetwijfeld lieflijker bij.
Drieduizend jaar geleden zetelde koning David waarschijnlijk nog in Hebron. Misschien dat ook de Israëlische premier Netanjahoe niet echt gelooft, dat David al drieduizend jaar geleden Hebron verwisselde voor Jeruzalem en dat hij daarom zo talmt bij het terugtrekken uit de stad van de aartsvaders?
Wat allerlei druktemakers ook mogen beweren, de eeuw- en de millenniumwisseling ligt nog bijna vier jaar van ons verwijderd. Het duurt nog bijna 208 weken, om precies te zijn: vanaf vandaag nog 1454 dagen, voor de magische maandag 1 januari 2001 aanbreekt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.