Volgens officiële cijfers heeft jaarlijks vijftien procent van de bevolking te lijden onder armoede en voor een steeds groter deel daarvan neemt de ellende langdurige vormen aan. In Zwolle vindt donderdag 31 oktober de eerste 'Sociale conferentie' plaats, aangekondigd in de kabinetsnota over armoede van een jaar geleden en bedoeld om verdere uitwerking te geven aan een geïntegreerd beleid tegen voortgaande verarming. De auteurs zijn resp. voorzitter en lid van de stuurgroep De arme kant van Nederland/Eva, een samenwerkingsverband van de Raad van Kerken en het arbeidspastoraat Disk.
Wordt deze eerste door de overheid zelf geïnitieerde conferentie dus een nieuwe mijlpaal, een volgende stap vooruit naar een succesvol anti-armoede-beleid? De organisaties van uitkeringsgerechtigden en hun bondgenoten zijn nog lang niet aan juichtonen toe. Al heerst er enige voldoening over het besef dat de boodschap van verarming in Nederland na tien jaar geduldig herhalen ook in Den Haag heeft kunnen doordringen, van geduld wordt niemand minder arm. En al mag er iets verwacht worden van driehonderd veelal betrokken en gemotiveerde deelnemers, met een flink contingent goed samenwerkende uitkeringsgerechtigden, een conferentie in Zwolle roept ook bange vermoedens op aan een alibi voor politiek Den Haag. Voorts kwam de grote tijdsdruk de voorbereidingen in enkele themagroepen niet ten goede. En ten slotte was er sprake van bij voorbaat opgelegde beperkingen: de betrokken ministeries wensten een taboe op aandacht voor structurele oorzaken van armoede en op discussie over de hoogte van het sociale minimum.
Dat alles roept de vraag op of armoede voor het paarse kabinet wel echt een urgent probleem vormt. Om dit kabinet hangt immers een sfeer met heel andere prioriteiten. Het gaat allereerst om staatsschuld en Emu-normen. Van de daarvoor benodigde economische groei mogen ook de minima - op de lange, lange duur - de vruchten plukken, mits ze vandaag, samen met de andere zwakkere spelers op het veld van de wereldeconomie, tot geduldig vasten bereid zijn. In zo'n cynische benadering blijkt het heel goed te gaan met de rijke kant van Nederland maar komen armen per definitie achteraan. Prioriteit voor de onderkant van de samenleving is immers in strijd met de theorie volgens welke welvaart alleen bereikt wordt als de sterken gestreeld en gekoesterd en de armen afgeknepen en geprikkeld worden.
IJzig
Geen wonder dat niet de zorgen van de armen maar die van de rijken paars voortdurend bezig houden. Dus laten minister Zalm en zijn partij zich denigrerend over armoede uit om vervolgens forse lastenverlichting te eisen voor veelverdieners, en mag minister Melkert tientjes uitdelen aan alleenstaande bejaarden. Tegen de achtergrond van het paarse regeerakkoord kan het armoedebeleid van het kabinet Kok nauwelijks meer worden dan verbetering van allerlei, vooral op participatie in bepaalde arbeid gerichte, beleidsefficiency; te vrezen valt voor nog meer regelzucht in een ijzige omklemming van bezuinigingsmaatregelen. Het zijn de ideologische vooroordelen van paars, en de ondanks alles doorgaande bureaucratisering van allerlei ambtelijke apparatuur die een effectieve aanpak van armoede blijven dwarsbomen. Rekening houden met en inspelen op persoonlijke situaties - bij voorbeeld van allochtone medeburgers of van vrouwen en mannen met zorgtaken - stranden op organisatieproblemen. Rechtvaardigheidsgevoel legt het af tegen neo-liberaal vooruitgangsgeloof. Voor morele verontwaardiging over tweedeling - verarming binnen ongekende welvaart - is dan ook nauwelijks plaats. Bij paars is dat hoogstens iets voor prinsjesdag of Kerstmis: een rol voor koningshuis en kerken.
Het moet voor sommigen in het sociaal-democratische deel van de coalitie - met zijn wortels in de strijd tegen armoede en ongelijkheid - uiterst pijnlijk zijn te merken dat het vuur van verzet tegen armoede tegenwoordig elders brandt. De ironie van de geschiedenis bracht daarbij ook in ons land de afgelopen jaren vooral kerkleiders in de voorste linies. Bisschop Muskens is de meest recente in de reeks, met zijn kritiek op de zelfgenoegzaamheid van de zittende regering. Muskens heeft mee wat politici van het type Melkert missen. De organisatie waarin hij zijn functie bekleedt zal democratische politici niet direct jaloers maken maar zijn bekommernis en persoonlijke betrokkenheid bij armoede zijn wél in één oogopslag herkenbaar. Zijn protest kreeg dan ook volop steun uit allerlei hoeken van de samenleving. En kijk: waar pogingen van zijn voorgangers vaak op beleefde politieke desinteresse leken af te stuiten, hebben nu een combinatie van dreigende (diefstal) en eerbiedwaardige symboliek (de bisschopsmantel), samen met een sterk draagvlak in de bevolking, ineens succes. Partijleiders putten zich uit in het tonen van respect en zelfs de premier maakt tijd vrij voor gesprek.
Valkuilen
Zijn deze plotselinge egards ten opzichte van de verontwaardigde bisschop wel helemaal te vertrouwen? In het licht van bovenstaande overwegingen liggen er vermoedelijk wat valkuilen tussen Breda, Den Haag en Zwolle. Het is vreemd dat politiek en media die al zolang verkondigde boodschap pas in deze verpakking schijnen te accepteren. Het is pijnlijk te merken dat - zoals zo vaak - vooral het onderdeel micro-ethiek (brood stelen mag) sterk wordt uitvergroot. En het is vooral riskant als kerken in de val van de rolverdeling stappen die hier lijkt te worden opgezet: die van het morele geweten in een (zogenaamd) amoreel politiek en economisch bestel. Bisschop Muskens valt wat dit betreft overigens niets te verwijten. In zijn interviews is hij steeds duidelijk geweest over de maatschappelijke en structurele kanten van zowel de armoede als van de sociale leer van de kerken. In zijn gesprekken met politici vraagt hij zowel om korte-termijnoplossingen voor de slachtoffers als om een preventief beleid met perspectief op de lange termijn, gebaseerd op gerechtigheid en solidariteit.
Drie dagen voor de Sociale conferentie in Zwolle praat premier Kok met bisschop Muskens én met de secretaris van de Raad van Kerken, Ineke Bakker. In dat gesprek zal blijken dat kerken meer in hun mars hebben dan morele verontwaardiging alleen en zich niet zullen neerleggen bij een rol als profeten op zondag. In de afgelopen jaren hebben kerken niet alleen geprotesteerd en gepleit maar ook meegedacht over de noodzakelijke en mogelijke veranderingen in economische en sociale ontwikkelingen. Ze hebben ideeën gepresenteerd over een eerlijke verdeling van arbeid en inkomen en een visie op participatie. Daarin krijgt dat fundamentele mensenrecht een veel minder eenzijdige invulling dan in allerlei bestaand beleid en denken in louter betaalde arbeid. Aspecten van menselijke waardigheid, burgerschap, van verantwoordelijkheid en zeggenschap spelen er een rol in, maar ook van zorg (niet in het minst voor komende generaties). Kerken weten bovendien dat participatie niet mogelijk is zonder distantie: afstand nemen. Samen met de synagoge bewaren ze het geheim van de sabbat - symbool voor grenzen aan groei- en consumptiedwang, voor een ontspannen arbeidsbestel waarin mensen op adem en tot bezinning kunnen komen, mogen spelen en de vruchten van arbeid samen delen en genieten.
Het optreden van bisschop Muskens is een prachtige illustratie van de noodzaak van levensbeschouwelijke motivatie en religieuze overtuiging in de politiek. Opdat rechtvaardigheid, solidariteit en menswaardigheid aan wensen, eisen en normen van arbeidsparticipatie, staatsschuldvermindering en Emu-normen hun plaats kunnen wijzen. Opdat de kwaliteit van het bestaan niet alleen in kwantiteiten wordt gemeten. De veelbesproken kloof tussen politiek en burger zou wel eens te maken kunnen hebben met de in economie en politiek zo populaire scheiding tussen tellen en wegen, hebben en zijn, eisen van recht en haalbaarheid, hoofd en hart. Kerken begrijpen tegenwoordig beter dan ooit dat begrip voor feiten en cijfers noodzakelijk is naast pleidooien voor waarden en opkomen voor slachtoffers. Maar wil de politiek van deze tijd het omgekeerde ook begrijpen?
Voor een geloofwaardig en overtuig(en)d beleid tegen armoede zal vandaag of morgen ergens in een Haagse keuken iemand een flinke scheut Muskens in de Melkert moeten mengen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.