*

 
dossier

Archief

Bij Riod-onderzoek naar val moslim-enclave Srebrenica

Door: redactie − 09/09/96, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Minister Voorhoeve van defensie erkent dat het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie (Riod) te maken zal krijgen met een aantal forse beperkingen bij zijn onderzoek naar de gang van zaken rond de val van de moslim-enclave Srebrenica vorig jaar.

De bewindsman vindt dat er desondanks een 'veelomvattende publicatie' moet komen. Over de manier warop dat moet gebeuren, wil hij snel overleg met het Riod. Voorhoeve zei dit gisteren in het tv-programma Buitenhof. Hij verweerde zich tegen kritiek dat het kabinetsbesluit om het Riod te vragen een onderzoek te doen een 'doofpotmaatregel' is. “De discussie over Srebrenica gaat door, het kabinet meent daarbij niets te verbergen te hebben en wij zullen het Riod vragen ondanks alle beperkingen met een veelomvattende publicatie te komen”, aldus Voorhoeve.

Vuist Critici van het kabinetsbesluit wezen er afgelopen weekeinde op dat het Riod geen vuist kan maken als internationale organisaties als de Verenigde Naties of andere landen die een rol speelden in de Srebrenica-crisis, niet bereid zijn vertrouwelijke informatie aan het instituut beschikbaar te stellen. Voorhoeve noemde zelf als voorbeeld copieën van het diplomatieke telex-verkeer. Hij liet doorschemeren van plan te zijn andere landen te vragen in deze zaak de normale terughoudendheid te willen laten varen.

Het Kamerlid Marijnissen van de Socialistische partij is op voorhand niet overtuigd van het nut van een onderzoek door het Riod. Hij stelde gisteren bij de Nos-radio dat hij alsnog wil proberen de Kamer te bewegen tot een parlementaire enquête. Het parlement kan Nederlanders dwingen tot een getuigenis in een enquête-onderzoek, maar dat geldt niet voor buitenlanders. Voor een enquête geldt met andere woorden een groot deel van dezelfde bezwaren als voor het Riod-onderzoek.

Voorhoeve verdedigde gisteren opnieuw zijn optreden in de zomer van vorig jaar. Hij verklaarde de dag na de val van de enclave te hebben overwogen af te treden. Hij kwam echter tot de conclusie dat een aftreden zeker in het buitenland zou zijn uitgelegd als een bekentenis van Nederland schuldig te zijn aan de massamoord door de Serviërs op moslimmannen.

Politieke wil 'De Serven alleen zijn daaraan schuldig, de val van de enclave is te wijten aan het gebrek aan politieke wil bij de internationale gemeenschap om Srebrenica te beschermen', aldus Voorhoeve.

mailIcon print |