De Italiaanse sportwereld staat voor het grootste dopingschandaal uit de geschiedenis.
Volgens de openbare aanklager Pierguido Soprani in Ferrara zouden diverse Italiaanse topsporters systematisch bloeddoping (Epo) toegediend hebben gekregen, zo meldt de krant La Repubblica. Soprani pluist al maanden de handel en wandel van sportarts Francesco Conconi uit Ferrara en diens medewerker Michele Ferrari uit.
De zaak wordt in Italië 'staatsdoping' genoemd, omdat Conconi van eind jaren tachtig tot voor kort van het nationale olympische comité Coni zijn salaris ontving. Soprani stuitte op papieren die in het wetenschappelijke instituut van Conconi in Ferrara in beslag waren genomen. Daartussen vond hij een epolijst met daarop 22 namen en dossiers van topsporters. Onder hen zijn de (ex-)wielrenners Claudio Chiappucci, Gianni Bugno, Guido Bontempi, Stephen Roche, Rolf Sörensen (Rabo) en skiloopster Manuela Di Centa, die deze maand tot IOC-lid werd gekozen.
Het openbaar ministerie begon een onderzoek nadat Conconi tijdens een internationaal symposium over doping in de zomer van 1993 in Lillehammer in een voordracht een verhandeling gaf over bloeddoping en de opsporingskansen. Hij zei daarbij aan 22 amateursporters bij wijze van proef Epo te hebben verstrekt. In werkelijkheid ging het volgens justitie om 22 bekende topsporters. Die conclusie werd getrokken nadat de in Lillehammer openbaar gemaakte gegevens werden vergeleken met de hematocrietwaarden van profsporters, van wie bekend was dat Conconi hen begeleidde. De overeenkomsten waren opvallend.
De openbare aanklager beschikt over gegevens tot 1995. Een jaar eerder dook in de gevonden papieren ook de naam op van wielrenner Pantani. Hij werd in de laatste Giro d'Italia gediskwalificeerd wegens een te hoge hematocrietwaarde van zijn bloed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.