*

 
dossier

Archief

Al voordat Archil de bal heeft, weet Shota wat zijn broer van plan is

FRITS CONIJN − 05/09/97, 00:00

De dag is nog niet begonnen, of Archil en Shota Arveladze hangen al met elkaar aan de telefoon. Even informeren hoe de ander heeft geslapen. Voor het eerst in zijn leven woont de eeneiige tweeling uit Georgië namelijk niet samen. Archil voetbalt bij NAC en woont in Breda, en Shota speelt bij Ajax en heeft een huis in Amsterdam. “Dat is flink wennen, wij deden altijd alles samen. De PTT verdient veel geld aan ons.”

Archil staat bekend als de tovenaar van Breda en heeft een spelinzicht waarop velen jaloers zijn. Shota is met vier doelpunten topscorer in de eredivisie, terwijl hij niet eens een basisplaats heeft. Al na drie wedstrijden is duidelijk dat het Nederlandse voetbal twee talenten rijker is. De voetbaljournalisten jubelen en spreken over de juwelen uit Georgië. En het einde is nog niet in zicht. Met hun 23 jaar hebben Archil en Shota een lange carrière voor zich. In eigen land wordt veel van hen verwacht. De tweeling staat op 10 september in de selectie van het WK-kwalificatieduel Geörgie - Italië.

Het voetbal is de broers met de paplepel ingegoten. Vader Arveladze speelde bij Dynamo Tiblisi tot hij door een knieblessure op twintigjarige leeftijd werd gedwongen te stoppen. En hun oudere broer ging via FC Köln naar KV Mechelen in België. Shota: “Op school deden wij aan tennis en zijn wij gevraagd voor het basketbalteam. Maar voetbal stond op de eerste plaats. Dat was het mooiste wat er was. Vader heeft ons altijd aangemoedigd, maar moeder wilde liever dat wij gingen leren. Het is voornamelijk aan haar te danken dat wij aan de economische faculteit zijn afgestudeerd.”

Archil en Shota zijn opgegroeid in een relatief welgesteld gezin. Vader en moeder zijn arts en de tweeling is vanwege de drukke werkzaamheden van zijn ouders voor een groot deel opgevoed door kindermeisjes. Sinds hun geboorte doen de broers alles samen. Archil: “Dat nam soms wel eens extreme vormen aan. Als Shota ziek werd, kon je er donder op zeggen dat ook ik binnen de kortste tijd mijn bed moest opzoeken. Ook met eten hebben wij dezelfde voorkeuren. Wij houden allebei erg van gebakken aardappelen en lusten geen bloemkool. En op het veld weten wij altijd precies wat de ander van plan is. Bij wijze van spreken al voordat hij de bal heeft. Dat is altijd al zo geweest.” Maar de gelijkenis gaat verder. Ook uiterlijk zijn zij nauwelijks te onderscheiden. Archil: “Op school gaf de meester bij het begin van de lessen een van ons met een pen een teken op zijn hand. Dan kon hij ons tenminste uit elkaar houden. Shota vult aan: “Verleden jaar was Archil geblesseerd en moest hij voor een meniscusoperatie naar Duitsland. Hij had vreselijk veel pijn, maar moest van de dokter lopen. Op een gegeven moment was ik op bezoek, trok een pyjama aan en pakte de krukken. De dokter dacht dat ik Archil was en was zeer tevreden. Tot ik de krukken weggooide en ging rennen. Toen schrok hij zich een ongeluk en riep dat ik voorzichtig aan moest doen. Vanaf dat moment was Archil van zijn gezeur af.”

Al op zesjarige leeftijd werden de voetbalkwaliteiten van de tweeling ontdekt. Archil: “Na diverse schoolelftallen was Dynamo Tiblisi onze eerste club. Daar hebben wij de jeugdopleiding gevolgd. Tot ons zeventiende hebben wij sport en studie gecombineerd. Maar aangezien wij al snel in allerlei vertegenwoordigende elftallen speelden, bleef er voor de studie niet veel tijd over. Het is maar goed dat onze moeder geen Nederlandse kranten kan lezen. Dan zou er iets voor ons zwaaien.”

Van het communistische systeem heeft de tweeling in zijn loopbaan weinig last gehad. Shota: “In tegenstelling tot eerdere generaties, waren wij vrij om te voetballen waar wij wilden.” Dat was een groot geluk, want ook buiten Georgië bleven de kwaliteiten van de broers niet onopgemerkt. Op hun negentiende werden zij gecontracteerd door Trabzonspor uit Turkije.

Shota: “Die club wilde ons allebei hebben. De beslissing om daar te gaan voetballen was daarom niet moeilijk. Het is altijd onze droom geweest het samen in het voetbal te maken. Hoewel het niet gemakkelijk was de rest van de familie vaarwel te zeggen, hebben wij met veel plezier in Turkije drieënhalf jaar gevoetbald. Alleen de blessure die Archil vier maanden verhinderde te spelen, was erg vervelend.”

Ook buiten het voetbal beviel het leven hen in Turkije uitstekend. Archil: “Het belangrijkste was natuurlijk dat ik daar mijn zoon Revaz kreeg. Mooi kereltje hè? Hij is nu negen maanden.” Shota, lachend: “Bij ons in de familie worden alleen maar jongens geboren. Dat is een soort traditie. Wij hebben geen zussen en veel meer neven dan nichten. Ik heb sinds twee weken ook een zoon. George heet hij. Als je wilt weten hoe je voor een erfgenaam moet zorgen, kan ik je dat wel leren.”

In Turkije was iedereen erg behulpzaam. Maar volgens de broers had dat veel te maken met hun status als voetballer. Archil: “Ik raakte bijvoorbeeld op een zaterdagavond een keer mijn creditkaart kwijt. Hoewel Shota dacht dat het weinig zin had, belde ik toch dezelfde avond met de directeur van de bank. Die heeft gelijk mijn rekening laten blokkeren. Ik geloof niet dat andere mensen dat in het weekend zou zijn gelukt. In Turkije ben je een ster als voetballer, de mensen kijken tegen je op. Dat heeft natuurlijk veel voordelen, maar echt verdiend was die status niet.”

Inmiddels woont de tweeling anderhalve maand in Nederland. En voetballen zij voor het eerst van hun leven ieder bij een andere club. Archil: “Onze droom om het samen te maken is nu verstoord. Ajax was alleen in Shota geïnteresseerd. Waarom weten wij niet. Maar als een grote club als Ajax je wil hebben, ga je natuurlijk geen voorwaarden stellen. Die kans is te mooi om te laten lopen. De beslissing om naar Nederland te gaan, hebben wij samen met onze vader genomen. Gelukkig kon ik bij NAC terecht. Dat betekent dat wij voor het eerst elkaars tegenstanders zullen zijn. Ik vrees de confrontatie niet. Wij spelen allebei in de spits en komen elkaar dus nauwelijks tegen op het veld.”

De afstand van Amsterdam naar Breda is gelukkig te overzien. Archil: “Wij zoeken elkaar geregeld op. En verder bellen wij ongeveer vijf keer per dag.” Deze hechte band beperkt zich niet alleen tot de twee broers, maar strekt zich uit over de hele familie. Shota: “In heel Europa hebben wij veel kennissen, maar het valt niet mee goede vrienden te vinden. Gelukkig hebben wij een grote familie met veel ooms en tantes, neven en nichten. Die zijn erg belangrijk voor ons. Zij blijven, wat er ook gebeurt. Ook met hen bellen wij regelmatig. De PTT wordt slapend rijk van ons.”

Afgezien van de oplopende gesprekskosten heeft de tweeling geen spijt van de beslissing naar Nederland te komen. Shota: “Het is hier alleen wat streng. Je moet altijd op tijd zijn bijvoorbeeld. Maar verder is Nederland een fijn land. Voorzover wij na zo'n korte tijd kunnen beoordelen natuurlijk. Wij hebben het nodige gereisd en in vergelijking met andere Europese landen wonen hier beleefde en warme mensen. De Nederlanders zijn altijd bereid om anderen te helpen en zijn prettig in de omgang. Jij kijkt ons bijvoorbeeld aan als je ons een vraag stelt. Dat gebeurt niet vaak in andere landen.”

De Arveladzes zijn erg gesteld op goede verhoudingen. Na hun carrière denken zij er dan ook niet over trainer te worden. Archil: “Over de vraag wat ik na het voetballen ga doen, heb ik niet echt nagedacht. Dat is ook niet aan de orde. Ik heb nog een contract voor drie jaar en Shota voor vijf jaar. Het enige wat nu duidelijk is, is dat wij geen coach willen zijn. Nooit! Dan zijn er maar elf mensen die van je houden. Iedereen die naast het elftal staat, vind je natuurlijk een zak. Dat weet ik uit eigen ervaring. Het vak van trainer is volgens mij het meest eenzame en ondankbare beroep van de wereld.”

mailIcon print |