*

 
dossier

Archief

Kwetsbaarheid

CORNELIS VERHOEVEN − 02/01/97, 00:00

Wie van de Nederlandse taal houdt, heeft waarschijnlijk een lijstje in zijn hoofd van woorden die hem dierbaar zijn zonder dat hij precies zou kunnen zeggen, waarom dat het geval is.

Sommige daaronder behoren tot een bedreigde soort, zoals dat ook met dieren gebeurt die in de verdrukking komen. Zij gaan ineens wat ouderwets klinken, zoals 'deugd' of 'gehoorzaamheid' en worden vermeden of tussen ironiserende aanhalingstekens uitgesproken, omdat datgene waar zij voor staan, zich niet meer in de gunst van de moderne of modieuze mens kan verheugen. Want wie wil er bijvoorbeeld nog gehoorzaam zijn of zijn morele kwaliteit geprezen zien met het predikaat deugdzaamheid? Waarom is het woorden als 'braaf' en 'onschuldig' al vanouds beschoren een duffe geur te gaan verspreiden? Waarom zou een woord als 'vaderland', een zo gekoesterd bezit, opeens door scepsis en ironie zijn aangetast? En waarom kan 'gedogen' niet meer in volle ernst worden gebruikt? Dat zijn vragen die ik mij wil stellen en waarop ik het antwoord meestal zelf zal moeten verzinnen. Want woorden komen en gaan geruisloos en zonder afspraak - al wordt altijd gezegd dat zij hun betekenis danken aan een onderlinge afspraak.

Ik ben er niet zeker van, dat woorden alleen maar dierbaar zijn door de ernst waarmee wij kijken naar de dingen waar zij voor staan. Sommige woorden zijn in mijn ogen mooier dan andere, zoals sommige dingen mooier zijn dan andere. Ik zal niet beweren dat het 'koopkrachtplaatje' niet staat voor een serieuze zaak, maar ik vind het woord een draak. Zelfs wanneer de Majesteit het in de troonrede zou uitspreken, zou ik er moeite mee hebben het in mijn lijstje van dierbare woorden op te nemen. Want ik zie het voor mijn ogen in factoren ontbonden worden; maar verder kan ik mij daar niets bij voorstellen en slaat het element 'plaatje' nergens op. Kortom: willekeurig en ongeïnteresseerd in elkaar geflanste bureaucratische woorden gebruik je hooguit met gepaste onverschilligheid, en zo zal het ook wel zijn met wetenschappelijke termen als 'nitroglycerine'. Woorden worden niet alleen dierbaar door het belang van wat zij aanduiden of door de politieke correctheid die zij vertegenwoordigen; en zij verliezen niet alleen maar terrein door het afnemen van die belangen. Evenmin lijkt het zo te zijn, dat monsterlijke woorden zich minder lang kunnen handhaven dan welluidende schoonheden.

Ik zou dus willen beginnen aan een serie beschouwingen over dierbare woorden met de bekentenis, dat al die beschouwingen tamelijk subjectief zullen zijn. Sommige woorden zijn mij dierbaar, omdat zij staan voor iets wat mij dierbaar is en ten opzichte waarvan ik nogal conservatief ben, en 'vaderland' hoort daar zeker bij, andere om de eenvoudige reden dat ik ze heel mooi vind door hun klank of door de associaties die zij onwillekeurig in mij oproepen. 'Weemoed' bijvoorbeeld vind ik een mooi woord, maar aan het verschijnsel waar het op slaat, ben ik veel minder gehecht dan aan het koopkrachtbeleid. Ik zou overigens niet weten, hoe je weemoed kunt afschaffen, maar het kan zeker niet gebeuren door het woord ironisch te gebruiken of het voor verouderd te verklaren. Soms lijkt er een klein magisch sprookje door het taalgebruik te waren dat tot taak heeft de illusie in stand te houden dat wij door de taal te manipuleren ook de werkelijkheid naar onze hand kunnen zetten. Eufemismen, mooie woorden voor lelijke dingen, zijn daar het klassieke voorbeeld van. Doodzwijgen is een veelzeggend ander voorbeeld. Wat zelf al tamelijk stil is en weinig spraakmakend, lijkt daar het meest voor in aanmerking te komen.

Ik denk, dat stille woorden mij nog het meest dierbaar zijn, juist door hun kwetsbaarheid.

mailIcon print |