*

 
dossier

Archief

beeldende kunst

ROBBERT ROOS − 07/10/95, 00:00

T/m 15 oktober, Parkhal RAI, Amsterdam, ma t/m vr 11 tot 20 uur, za en zo 1 tot 18 uur. Cat. ¿20.

Schelfhout is dit jaar op de PAN in goed gezelschap. De beurs is traditioneel sterk op het gebied van de zeventiende eeuw en de late negentiende eeuw, maar ditmaal is ook het midden van de negentiende eeuw - de romantiek - goed vertegenwoordigd met schilders als Cornelis Springer, B.C. Koekoek en de vrij onbekende Salomon Verveer.

Naast de expositie over Schelfhout is er nog een tweede speciale presentatie op de beurs. Uit het Greorgisch Staatsmuseum in Tblisi zijn vier sterk verwaarloosde schilderijen te zien die voor restauratie naar Nederland zijn gehaald. Daartussen zit onder meer een werk van Jan Steen - 'So de oude songen' -, dat aan het begin van deze eeuw was zoekgeraakt, nadat het jarenlang in de Hermitage in Leningrad had gehangen. Behalve het werk van Steen worden schilderijen van Jan Baptiste Weenix, Joris van Son en Adrian van de Velde in Nederlandse ateliers schoongemaakt en waar nodig gerestaureerd. Vooral het werk van Weenix is in zeer slechte staat.

Het schilderijen-aanbod op de PAN staat dit jaar op hoog niveau. Bij Noortman zijn prachtige bloemstillevens van Jan van Huysum (1682-1749) te zien (4 miljoen gulden), een landschap van Salomon van Ruysdael (6 miljoen) en een zelfportret met familie van David Teniers (1,9 miljoen). Ruysdael is ook vertegenwoordigd bij Dr. A. Wieg Fine Art, met een vroeg werk, 'Duinlandschap met figuren' (1631). Bijzonder is dat met infra-rood licht ondertekeningen zijn ontdekt, die zeer zeldzaam zijn in het oeuvre van de landschapschilder. Het werk moet 400.000 gulden opbrengen, beduidend minder dan het schilderij bij Noortman, maar het behoort tot de niet zo populaire vroege periode.

Een verrassing zijn acht 'behangsels' uit 1796/97 bij Bastings & Van Tuijl uit Oss, wandschilderingen die als behang fungeerden. In de achttiende eeuw was het gebruikelijk dat vermogende burgers naast hun huis in de stad een buitenhuis in de provincie hadden. Zo ook Stephanus de Clerq, een graanhandelaar in Amsterdam. Hij bezat het Landhuis Rupelmonde aan de Vecht en liet zich samen met zijn bezit afbeelden in arcadische taferelen op behangsels voor zijn huis aan de Herengracht.

De acht stukken zijn recentelijk gerestaureerd. In de weken vlak voor de beurs kwam een schat aan informatie vrij over de afbeeldingen op de doeken en de familie-omstandigheden van De Clerq. Behalve historisch, zijn de behangsels ook schilderkunstig interessant. Voor dit soort werk is het verrassend gedetailleerd, waardoor vermoed wordt dat een echte kunstschilder eraan heeft gewerkt. De serie kost rond de 450.000 gulden.

In de afdeling zilver is zowel oud als hedendaags werk te zien. Curieus zijn twee filigrain kanonnetjes bij Van Ravenstein uit Haarlem. Ze zijn waarschijnlijk de meesterproef van Johannes van der Lely, een Friese edelsmid van rond 1700. Loop en wielen zijn bezet met fijnmazig zilverwerk, eigenlijk te kitsch om waar te zijn, maar wel bijzonder knap gemaakt. Studio 925 brengt ook een meesterproef, maar dan van Jan van Nouhuys, die recentelijk zijn meesterteken kreeg. Hij toont onder meer vier kannen die elegant ingedeukt zijn en daardoor lijken te hellen. 'Keuvelende kannen' is de toepasselijke titel.

In de afdeling curiosa valt de stand van Bettie Aardewerk op. Zij heeft een van de goedkopste werken van de beurs: een halsdoek uit circa 1810 met spotvoorstellingen over Napoleon. Dit verkapte protest tegen de Franse heerser kost 500 gulden. Naast deze halsdoek heeft Aardewerk een hele reeks aan snuisterijen, kijkkastjes en ivoren en zilveren hebbedingetjes. Het toont de veelzijdigheid van een PAN, die met het jaar evenwichtiger wordt.

mailIcon print |