*

 
dossier

Archief

'Het liefst ben ik gezellig thuis bij mijn vrouw'

FRITS CONIJN − 03/01/98, 00:00

Alleen de titel is goed genoeg. Onder leiding van Rinus Israel (55) zal Ghana volgende maand in Burkina Faso strijden om de Afrikaanse beker. Maar het is de vraag of hij de hooggespannen verwachtingen kan waarmaken. De topspelers zijn namelijk zelden beschikbaar. “Het is een kwestie van steeds opnieuw beginnen. Af en toe is het om moedeloos van te worden.”

FC Den Bosch, Feyenoord, Paok Saloniki, Dynamo Boekarest en de KNVB. Rinus Israel heeft al vele werkgevers versleten. De koffers staan bij wijze van spreken altijd klaar. Toch omschrijft hij zichzelf niet als een avonturier. “Integendeel. Eigenlijk ben ik een echte huismus. Altijd al geweest. Lekker voor de warme kachel met de regen tegen de ramen. Het liefst ben ik gezellig thuis bij mijn vrouw en pas ik op mijn kleinkinderen. Het is dat ik mijn geld moet verdienen en in Nederland geen club beschikbaar was. Anders was ik nooit weggegaan.”

In 1992 deed de Ghanese voetbalbond de eerste poging Israel in te lijven als bondscoach. “Met Dynamo Boekarest was ik net kampioen van Roemenië geworden en ik had dus nog een baan. In 1994 werd ik voor de tweede keer gebeld door de voorzitter van de voetbalbond. Maar toen werkte ik als assistent-bondscoach bij het Nederlands elftal. Dat contract wilde ik per se uitdienen, ik had het goed naar mijn zin. Pas de derde poging in januari 1997 was raak. Ik zat enige tijd zonder werk en had dus wel oren naar een nieuwe functie. De zaak was snel geregeld en op 1 maart vloog ik naar de hoofdstad Accra.”

De eerste maanden woonde Israel daar in een hotel. Hij wist heg noch steg en moest zich nog oriënteren. “Van het Ghanese voetbal wist ik niets. Ik was volledig afhankelijk van de informatie die ik van anderen kreeg. Maar zelfs in die begintijd heeft niemand ooit geprobeerd mij te manipuleren. Ik mocht iedereen opstellen en kreeg niet het een of andere neefje van de president op mijn dak geschoven. Ook de financiële afspraken werden keurig nagekomen. Wat dat betreft is Ghana mij honderd procent meegevallen. Ik heb mij laten vertellen dat het een van de betere landen van Afrika is. Er is bijvoorbeeld een behoorlijk functionerende democratie en de oppositie kan haar gang gaan. Ik zie nauwelijks soldaten op straat.”

Wat gelijk bij zijn aankomst opviel, was het enorme fanatisme waarmee de mensen het voetbal beleven. Zo moest Ghana in de kwalificatiereeks voor het WK in Frankrijk een wedstrijd tegen Gabon spelen. “Wij waren al uitgeschakeld, het was een wedstrijd om niets. Toch wonnen wij met drie tegen nul. En de bevolking stond rijen dik te applaudisseren langs de kant van de weg. Dat zie ik in Europa niet gebeuren. De emoties rond het voetbal zijn in Ghana zelfs intenser dan in Spanje of Italië.”

Met als gevolg dat winnen het enige is wat telt. Zo zijn de verwachtingen voor de komende Afrika-cup hooggespannen. “De meeste mensen denken echt dat wij die beker wel even zullen winnen. Als dat niet lukt, zal het voor mij waarschijnlijk snel zijn afgelopen. En dat terwijl Ghana zich nooit voor een wereldkampioenschap heeft gekwalificeerd. Op voetbalgebied heeft dat land nog niets gepresteerd. Alleen op de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona is de bronzen medaille gewonnen. Het is een 'mission impossible', de Ghanezen schatten de mogelijkheden veel te hoog in. De teleurstelling zal enorm zijn. Dat wil ik niet meemaken, ik denk niet dat ik mij dan nog gewoon over straat kan bewegen.”

De verwachtingen zijn ook irreëel omdat de beste spelers van Ghana in het buitenland spelen en de Europese clubs niet happig zijn ze vrij te geven voor grote toernooien. Zelfs tijdens de winterstop mogen de spelers over het algemeen niet voor hun nationale team uitkomen. “Dan zijn zij plotseling ziek of geblesseerd. De jongens zelf zitten meestal niet in de positie om te klagen omdat zij niet tot de sterren van de club behoren. Of anders is de vlucht wel geannuleerd. Dat gebeurt regelmatig, de verbindingen zijn ongelooflijk slecht. Het is dus altijd weer een verrassing wie komt opdagen. Wij kunnen slechts zelden in dezelfde opstelling spelen. Bovendien heeft Anthony Yeboah van HSV Hamburg te kennen gegeven geen uitnodiging meer te willen ontvangen. Dat is een gevoelige aderlating.”

Israel is dus aangewezen op de jongens die in de Ghanese competitie spelen. Hun niveau laat zich het beste vergelijken met dat van Nederlandse spelers in de eerste divisie. “Vooral op tactisch gebied hebben zij veel te leren. De spelers hebben stuk voor stuk een goede techniek, maar zij zijn niet in staat om als een team te voetballen. Het spelinzicht laat nogal te wensen over. Ik ben vooral aangetrokken om de lokale jongens op een hoger plan te brengen. Dat is hard werken, want ook de discipline van de spelers schiet tekort. Daar moet je op blijven hameren. Het kost veel tijd voordat de spelers bereid zijn dezelfde oefeningen te doen als wij in Nederland heel normaal vinden.”

De grootste frustratie voor de bondscoach is dat hij iedere keer weer zijn beste spelers ziet verdwijnen. “Dan heb je net het idee dat je iets aan het opbouwen bent, en dan staat er weer een buitenlandse club voor de deur. De jongens gaan natuurlijk op de aanbiedingen in. Het maakt niet uit welke club het is. Als zij in Ghana 200 gulden per maand kunnen verdienen met voetballen, is het veel. Zij willen hun familie onderhouden, die heeft het geld hard nodig. Dat heeft iets moois, maar betekent wel dat ik steeds opnieuw moet beginnen. Het is soms om moedeloos van te worden. Maar goed, ik mag niet klagen. Ik wist wat mij te wachten stond.”

Veel trainen om de opengevallen plaatsen op te vullen, is het enige wat het elftal rest. Twee keer per dag staat Israel met zijn jongens op het veld. “Gelukkig is de voertaal in Ghana Engels, en daar kan ik mij aardig in redden. Al is de relatie met de spelers wel heel anders dan ik Nederland gewend ben. De afstand is groot. Zeker in het begin sprongen zij bijna in de houding als zij mij zagen. Dat is nu beter. Zo langzamerhand wordt er zelfs wel eens een geintje gemaakt tijdens de training. Het werken is op die manier een stuk leuker.”

Zolang Israel traint, gaan de uren vanzelf voorbij. Maar zijn vrije tijd is minder eenvoudig te vullen. “Ik ben geen strandmens. Na een uurtje heb ik het daar wel weer gezien. Ik kijk veel sport op televisie. In Ghana kan ik een Amerikaanse zender ontvangen die eens per week Nederlandse competiewedstrijden uitzendt. Dat is mijn redding, want het leven is eenzaam zonder mijn vrouw. Die wilde absoluut niet mee naar Afrika. Alleen met mijn assistent heb ik contact, die heeft zeker in het begin veel voor mij gedaan. En soms doe ik boodschappen in een supermarkt in Accra. Als je geld hebt, is daar alles te koop; groente, vlees en zelfs Edammer kaas. Zo ben ik weer mooi een middag onder de pannen. Winkelen kost veel tijd. De stad is niet voor auto's gebouwd en de wegen zijn ronduit rampzalig. Net als de voetbalvelden overigens. De kleur groen is volgens mij in heel Ghana niet te vinden.”

In zijn contract heeft Israel bedongen dat hij eens in de zes à acht weken twee weken in Nederland mag doorbrengen. Anders houdt hij het niet vol. “Met mijn vrouw en kleinkinderen ben ik met de kerst een weekje weggeweest. Dat kleine spul blijft toch het mooiste wat er is. Binnenkort moet ik weer terug naar Ghana. Ik zal ze vreselijk missen. Maar goed, zes weken is te overzien. Op die manier is het op te brengen, al zal ik niet ontkennen dat ik weer het liefst een Nederlandse club zou trainen.”

Israel kijkt onrustig op zijn horloge. “Als je het niet erg vindt, wil ik stoppen. Mijn vrouw is net thuisgekomen en ik wil zolang het kan van haar genieten.”

mailIcon print |