Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Justitie heeft vorige week een asielzoeker uit Macedonië en zijn gezin 'per ongeluk' uitgezet naar de Macedonische hoofdstad Skopje. De familie werd uitgezet, terwijl de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) haar zaak nog onderzocht.
De rechtbank in Zwolle heeft bepaald dat de overheid het gezin met de twee jonge kinderen alsnog moet opsporen en naar Nederland brengen. De staat heeft volgens de rechtbank onzorgvuldig gehandeld. Justitie stelt dat het gaat om 'een bedrijfsongeval'.
Het ministerie van buitenlandse zaken probeert nu het gezin terug te halen. In Skopje heeft Nederland nog geen ambassade, wel een vertegenwoordiging.
De advocaat van het gezin, P. Stieger, kreeg vorige week donderdag om kwart voor elf 's ochtends een telefoontje van zijn cliënt vanaf Schiphol dat hij zou worden uitgezet. Stieger probeerde daarop de marechaussee ervan te overtuigen dat er sprake was van een fout. Dat mislukte. “Ze wilden me zelfs geen faxen laten sturen met de correspondentie met de landsadvocaat. De marechaussee zei dat ze daar niets mee te maken hadden. 'Hij gaat de kist in', zeiden ze letterlijk. Ze gooiden gewoon de hoorn op de haak.”
Ook pogingen tijdig de vreemdelingendienst in Baexem - de toenmalige verblijfplaats van het gezin - in te schakelen, mislukten. Daarop vroeg Stieger de rechtbank te Zwolle in te grijpen. Terwijl de rechtbank zich snel over de zaak boog, zat het gezin al in het vliegtuig.
Stieger verwijt de IND onvoldoende te zijn opgetreden tijdens de vlucht. “De IND was tóen op de hoogte. Van hier naar Skopje is het zo'n 2,5 uur vliegen. Die tijd had de dienst kunnen gebruiken om bijvoorbeeld contact op te nemen met het vliegtuig en het gezin per kerende vlucht te laten terugkeren. Dat is niet gebeurd. Het vliegtuig is geland en de familie is uitgestapt. Wat daarna is gebeurd, is een raadsel. Er valt veel te vrezen.”
Volgens de advocaat wordt de man gezocht door de autoriteiten in Macedonië. Hij zou al eerder te maken gehad hebben met intimidatie en fysiek geweld. De vrouw was in Nederland in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen. Op het moment dat het gezin werd uitgezet, onderzocht een commissie juist in hoeverre haar psychische klachten zijn ontstaan door de situatie in het land van herkomst.
Volgens een woordvoerster van Justitie is de uitzetting te wijten aan een communicatiefout. Ze noemt de uitzetting 'een bedrijfsongeval'. “Dit is natuurlijk erg jammer. Volgens mijn gegevens heeft de landsadvocaat vergeten bepaalde informatie te verstrekken aan de IND. Maar wij willen geen zwarte piet aanwijzen. De landsadvocaat heeft zijn excuses al gemaakt aan de advocaat.”
“In duizenden gevallen gaat het goed, deze ene keer gaat het fout en dat komt dan in de krant. Wij hopen nu vooral dat het lukt de familie zo snel mogelijk op te sporen, dat is het belangrijkst.” Justitie vindt het niet nodig maatregelen te nemen om foutieve uitzettingen in de toekomst te voorkomen, omdat het om een 'incident' gaat.
Advocaat Stieger noemt de betiteling 'bedrijfsongeval' belachelijk en meent dat de overheid wel degelijk moet nadenken over hoe dergelijke fouten zijn te voorkomen. “Elke keer dat zoiets gebeurt, is er één te veel. Zoiets kan absoluut niet.” Volgens hem houden Binnenlandse Zaken, de IND en de landsadvocaat hem nu onvoldoende op de hoogte. Stieger heeft wel een brief gekregen waarin landsadvocaat J. Nicolai zegt de zaak te 'betreuren'.
Stieger: “Maar ik zou het netjes vinden als de overheid laat weten waar het fout is gegaan, daarvoor excuses aanbiedt en aangeeft wat wordt gedaan om zoiets in de toekomst te voorkomen.” Volgens Stieger is het zeker geen uitzondering dat mensen worden uitgezet terwijl hun procedures nog lopen.
Ook directeur John van Tilborg van de interkerkelijke vluchtelingenorganisatie Inlia stelt dat het regelmatig gebeurt dat asielzoekers onterecht, voortijdig worden uitgezet. “Daar kan ik verschillende voorbeelden van geven.” Volgens hem is het wel bijzonder dat de rechtbank de overheid dwingt uitgezette asielzoekers terug te halen. “Dit is pas de tweede keer dat ik meemaak dat de Nederlandse overheid hen weer moet opsporen.”
Hij wijst op een zaak in 1989. Toen werden twee Syrisch-orthodoxe vrouwen en een vijfjarig kind uitgezet naar Syrië. Hun echtgenoten doken in Nederland onder. Uit onderzoek van Inlia bleek dat de mannen in Syrië bij verstek veroordeeld waren. Inlia won toen een kort geding tegen de Nederlandse overheid. Op aandringen van de rechter konden de vrouwen en het kind met hulp van Justitie naar Nederland terugkeren. Alle leden van de twee gezinnen hebben nu een verblijfsvergunning.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.