Marieke Winter (29) is beleidsmedewerker op het ministerie van buitenlandse zaken. Om dat te kunnen worden volgde ze het zogenaamde diplomatenklasje, de interne opleiding van het departement. De diplomatieke dienst was geen jeugddroom van Winter, die bedrijfskunde heeft gestudeerd. Pas na een stage op de Franse ambassade in Den Haag besloot ze een gooi te doen naar een plek in het klasje, dat heel moeilijk is om binnen te komen. Maar vanaf het moment dat ze werd toegelaten, heeft Winter er alleen maar meer plezier in gekregen.
Nee, ze weet nog niet waar ze volgend jaar om deze tijd wonen en werken zal. Pas in april of mei hoort Marieke Winter in welk buitenland ze het koninkrijk minstens drie jaar zal gaan dienen. Dan heeft ze nog drie maanden om haar koffers te pakken en een huis te vinden.
Ze verheugt zich al op het moment dat personeelszaken aan de telefoon zal hangen: “Ik heb het bij collega's nu een paar keer meegemaakt, het is echt heel spannend. Er ontstaat een beetje koortsachtige sfeer op de gang, mensen komen steeds langs om te vragen waar je heen gaat. Of er klinkt ineens een juichkreet.” Niet vervelend, de onzekerheid? “Je hebt er voor gekozen, het hoort er bij dat je niet weet waar je heen gaat. Het maakt de afwisseling juist groot.”
Toen Winter nog in het klasje zat, wist ze ook nog niet op welke afdeling ze terecht zou komen. Wel dat het Den Haag zou blijven, elke jonge diplomaat werkt eerst een paar jaar op de thuisbasis. Ze kon - net als voor haar uitzending naar het buitenland straks - wel opgeven wat ze het liefst wilde doen. Maar, net als straks, kan die voorkeur niet altijd worden gevolgd.
Haar huidige plek, de afdeling internationaal natuurbeleid, was geen eerste keus, geeft Winter toe. Maar ze geniet van haar werk. “Verschillende departementen houden zich bezig met natuur en milieu. Uiteraard landbouw, natuurbeheer en visserij en Vrom, maar ook verkeer en waterstaat en economische zaken. Om er voor te zorgen dat Nederland in het buitenland met een mond praat, is coördinatie noodzakelijk. Dat doen wij.”
Winter houdt de ontwikkelingen rond een paar grote internationale milieuverdragen bij. Een poster boven haar bureau verraadt er een, over de walvisvaart. Verder houdt ze zich bezig met het bio-diversiteitsverdrag - dat de soortenrijkdom onder planten en dieren moet waarborgen - het wetlands-verdrag voor natte natuurgebieden en een verdrag dat de handel in bedreigde dier- en plantensoorten regelt.
“Leuk aan dit werk is dat het veel mensen aanspreekt. Bescherming van walvissen, daar kan iedereen zich wat bij voorstellen. Dat vind ik wel fijn. Ik kan tenminste met m'n vrienden praten over wat ik doe. Iets als de politiek in China, dat interesseert lang niet iedereen. En als diplomaat mag je dan ook niet alles vertellen wat je weet en doet.”
Winter gaat nu al drie, vier keer per jaar voor haar werk naar het buitenland. Haar opleiding in het klasje rondde ze af met een stage in Washington (“Te gek was dat!”). Ook Brussel, Dublin, Aberdeen en Buenos Aires prijken inmiddels op haar lijstje. “Het is heel goed om met vertegenwoordigers van andere landen te praten, om niet alleen van papier te hoeven leren hoe hun standpunt luidt. Die internationale bijeenkomsten zijn ook het moment om je slag te slaan. Je bent weken bezig om via interdepartementaal overleg tot een standpunt te komen, dan is het moment gekomen om resultaat te boeken. Het zijn echt de krenten in de pap. Steeds als ik de tickets voor een dienstreis ophaal, weet ik weer waarom ik hier zit.”
Het aantrekkelijke van milieu is dat het een onderwerp is waar veel aspecten van het buitenlands beleid samenkomen, vindt Winter. Economie, politiek, maar ook ontwikkelingssamenwerking. “Ik kan er straks alle kanten mee uit, ook als ik op een ambassade werk. Elke post heeft tegenwoordig wel een milieu-medewerker, dus deze bagage is altijd meegenomen.”
Het was geen enorme overgang, van studeren naar werken. Volgen van het klasje vraagt al veel aanpassingen die bij werken horen. Vroeg opstaan, bijvoorbeeld, want Winter woont niet in Den Haag. Een beetje nette kleren aan. En merken dat er meer mensen zijn die van negen tot vijf niet de tijd aan zichzelf hebben. “Als je naar de stad wilt, is het druk. Als je aan het strand wilt wandelen, is het daar druk. Het is een cliché, maar wel waar: als je studeert, heb je tijd maar geen geld om veel leuke dingen te doen, als je werkt heb je wel geld en geen tijd. Maar ik vind het niet erg. Als ik een paar dagen vrij heb, kriebelt de drang naar mijn werk snel. Dan is het wel weer mooi geweest.”
Ook de kunst van het memo's schrijven leerde ze al in het klasje. “De huisstijl, daar moest ik wel even inkomen”, lacht ze. “We schrijven ze in de aanvoegende wijs: 'moge u verzoeken'. Ik dacht dat die niet meer bestond. Maar je weet snel niet beter.”
Inhoudelijk was de stap van klasje naar beleidsmedewerker wel groot. Het klasje biedt een beetje van tal van onderwerpen; eenmaal aan het werk moest Winter de diepte in. “Een bedrijfskundige die op een milieu-afdeling terecht komt, dat is bij nul beginnen. Ik nam het over van iemand anders, en moest gewoon mee de molen in. Dan komt er wel heel veel op je af in een keer. Het is stapels kennis inhalen in korte tijd. Ik verwacht dat het na elke overplaatsing wel zo zal zijn; in het begin veel lezen, later ken je de disussies en heb je aan een half woord genoeg.”
Ook de parafencultuur op het ministerie was wennen, vertelt Winter. Als junior beleidsmedewerker moet ze er heel wat halen als ze een stuk 'klaar' vindt. “In het begin is het vooral een kwestie van inschatten hoeveel de minister en hoge ambtenaren van de materie weten. Ik ging in het begin uit van te veel voorkennis. Het is wel prettig om te merken dat naarmate men beter weet wat en hoe je het doet, je stukken minder grondig bestudeerd worden. De lijn wordt zo minder zwaar: je krijgt minder terug en er hoeft minder te worden aangepast. Als je merkt dat men wel vertrouwen heeft in wat je doet, dat geeft een zekere voldoening.”
De studenten in het diplomatenklasje krijgen vanuit het hele ministerie vraagstukken aangeleverd. Ook Winter heeft al opdrachten voor haar opvolgers gemaakt. “Grappig, om daar bij stil te staan. Ik zit nu echt aan de andere kant.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.