*

 
dossier

Archief

Sorgdrager

Door: redactie − 03/02/96, 00:00

Minister van justitie Sorgdrager acht zichzelf capabel de diepe crisis in de opsporing aan te pakken. Hoewel het enquêterapport geen aanleiding geeft daaraan te twijfelen, was de mededeling zeker niet overbodig. De minister is afkomstig uit het openbaar ministerie, waarover de commissie-Van Traa een hard oordeel heeft uitgesproken. Het lag daarom voor de hand dat Sorgdrager zichzelf de vraag moest stellen, of zij wel de aangewezen figuur is om daar nu orde op zaken te stellen.

De minister gaf op die vraag, voor een deel ook een gewetensvraag, een positief antwoord. De omstandigheid dat zij weet wat er in het apparaat omgaat en wat er zo allemaal mis is, ziet zij als een groot voordeel. Daarmee had kunnen worden volstaan, maar premier Kok achtte het kennelijk noodzakelijk een stapje verder te gaan. Hij gaf omstandig aan dat de minister van justitie de volledige steun van het kabinet geniet; een warm en ook politiek betekenisvol gebaar, al zou het kunnen worden uitgelegd als een aanwijzing dat het kabinet zich met deze minister niet helemaal gerust voelt.

Dat zou evenwel een hypocriete uitleg zijn, omdat dan volledig wordt voorbijgegaan aan de grote spanningen die Sorgdrager in de dagen voorafgaande aan de presentatie van het enquêterapport omringden, alsook aan het feit dat het vertrouwen dat zij in de Kamer geniet, hoe dan ook, behoorlijk is opgerekt, zo al niet weg is. Overigens is er ook een objectieve grond voor het kabinet om de crisis die Van Traa heeft blootgelegd, tot een zaak van de gehele ploeg te rekenen. Het gaat niet om een incident, maar om een zaak die raakt aan de fundamenten van onze rechtsstaat.

Als premier Kok nu heeft willen aangeven dat de eensgezindheid en solidariteit van het kabinet noodzakelijk zijn om deze crisis te lijf te gaan, dan heeft hij niets te veel gezegd. Daarbij kan het kabinet natuurlijk niet op pad met een minister die steeds vragen oproept. Kok heeft nu duidelijk gemaakt dat daar, wat het kabinet betreft, geen reden toe is. In die zin kunnen zijn uitspraken als een waarschuwing aan de Kamer worden verstaan.

mailIcon print |