In hartje Rotterdam zit aan de Hoogstraat het bedrijf dat Rotterdam niet in het minst via Excelsior kent, Akai. In het zestiende seizoen sinds de invoering van de shirtreclame, sieren de vier letters van de Japanse elektronicagigant ook voor de zestiende keer de borsten van de voetballers van Excelsior.
Voor de naamsbekendheid hoeft het bedrijf van Rob Albers zich niet aan deze club te verbinden ('want die zit al rond de honderd, het maximum'), maar het is uniek dat Excelsior nooit van shirtsponsor heeft gewisseld. Dat geldt voor geen enkel andere club in het betaald voetbal. Excelsior zal zonder meer hopen dat de lucratieve band nog jaren lang intact blijft, want het is een publiek geheim dat de kleinste van de drie Rotterdamse profclubs mede op de financiële steun van Akai drijft. Van het publiek moet de club uit Kralingen het al lang niet meer hebben. Vorig seizoen bezochten gemiddeld 928 mensen de thuiswedstrijden. Dat is een moyenne dat door tal van amateurclubs ruimschoots wordt overtroffen. Maar Excelsior betekent niet voor niets 'Steeds Hoger', derhalve blijft de club streven naar betere tijden. Jawel, naar de eredivisie, waarin Excelsior sinds de invoering van het betaald voetbal in totaal twaalf seizoenen speelde. Tussen 1970 en '87 promoveerde Excelsior vier keer naar de hoogste afdeling; vijf jaar achtereen eredivisionist vormt het record voor de roodbroeken die in 1980 en '83 topjaren hadden met een negende plaats.
Rob Albers (53) heeft al lang geleden zijn hart verpand aan Excelsior. “Dat hebben we van huis uit meegekregen. Mijn vader was supporter van Excelsior. Toen twintig jaar geleden mijn zoon werd geboren, heb ik hem ook meteen als lid van Excelsior opgegeven.” De band met Excelsior bestaat al zo lang, dat Albers in relatie tot de historie van zijn aandeel in de shirtreclame zelfs al tot 1975 kan teruggaan. “Toen hebben we op zeker moment de A van Akai op het shirt gezet. Die A heeft er een paar weken op gezeten. Iedereen wist natuurlijk waar die A voor stond, maar tegenover de KNVB hield Excelsior gewoon vol dat het om de A van het A-elftal ging. Dat gaf toen veel publiciteit en, eerlijk gezegd, daar was het ons natuurlijk mede om te doen.”
Een duik in de archieven brengt dat stukje al bijna weer vergeten commerciële voetbalgeschiedenis gedetaileerd naar boven. Op 25 januari 1975 - ruim zeven jaar voordat het licht op groen zal gaan voor shirtreclame in Nederland - informeert Excelsior-secretaris Aad Libregts de KNVB over het voornemen van de rood-zwarten. Libregts schrijft enerzijds dat met de A het A-elftal wordt bedoeld, maar aan de andere kant is hij zo eerlijk toe te geven dat er feitelijk andere motieven in het spel zijn. “Dat die A ook voor Akai staat mag naar onze mening geen reden zijn voor afwijzing. Uw eigen Nederlands elftal speelt tenslotte ook in shirts waarop de drie strepen van Adidas zijn aangebracht. Mogen wij dan misschien ook ons eigen shirt ontwerpen?” Wanneer de KNVB geen antwoord geeft op de brief, wordt in Nederland een primeur verzorgd door de spelers Van der Roer, Merrelaar, Israël, Wickel, Tabbernee, Aad en Gerrit den Butter, Kwakkernaat, Roggeveen, Reijgersberg en Bassant. Op zondag 22 maart 1975 presenteren deze spelers zich in de thuiswedstrijd tegen FC Amsterdam in het shirt met de commerciële A. Scheidsrechter Van Dijken weet niet wat hij moet doen en laat de outfit maar toe. Bij een volgende wedstrijd, Excelsior-De Graafschap, heeft scheidsrechter Arie van Gemert instructies van de bond gekregen. Excelsior komt weer met het commerciële shirt op het veld, maar dient zich op gezag van de arbiter onmiddellijk te verkleden. Weer enkele maanden later komen Excelsior, Albers en Akai nog eens aan hun trekken, wanneer Wim van Hanegem als gastspeler meereist naar Japan en Excelsior als eerste club in Nederland breeduit op het shirt met reclame speelt. In het op commercieel vlak dan nog zo puriteinse Nederland, spreekt men bij de KNVB schande van die belhamels uit Rotterdam, maar alle partijen op Woudestein zijn uiteraard buitengewoon content.
Bijna een kwart eeuw later is het Akai van Rob Albers dus nog altijd de suikeroom van Excelsior. Is Albers in het betaald voetbal mogelijk de enige sponsor voor wie clubliefde zwaarder weegt dan het commerciële belang? De sponsor wikt en weegt zijn woorden en zegt dan: “Er is toch ook sprake van een zakelijke relatie. Het effect van deze vorm van sponsoring is niet zo goed te meten, maar Akai moet natuurlijk wel tevreden zijn. Wel, dat zijn we, ook al ging het vorig seizoen nou niet bepaald geweldig. Excelsior heeft naar het publiek toe de uistraling van een sympathieke club. Als zakenman hoop je dat het publiek dat dan ook van jouw bedrijf vindt.” De tevredenheid mondt op korte termijn uit in een complete facelift van het zo vaak als 'knus' gekwalificeerde Woudestein. In twee fases verrijst een compact stadion met vijfduizend zitplaatsen, dat op basis van een contractuele afspraak ten minste tien jaar lang het Akai Stadion zal heten.
“Ik heb nooit een bestuursfunctie bij Excelsior geambieerd”, zegt Albers, maar dat hij veel directe invloed op de club heeft, staat vast. Zo is hij voortdurend betrokken geweest bij de slepende gang van zaken rond een al dan niet te bouwen nieuw stadion - met een beperkte capaciteit - voor Sparta en Excelsior samen. De recente uitkomst van die jarenlange discussies is verrassend: de gemeente Rotterdam steunt Sparta financieel bij de vergaande renovatie van de Kasteel-accommodatie op Spangen. Van een vorm van samenwerking tussen Sparta en Excelsior zal geen sprake zijn. Albers: “Lange tijd is gesproken over een nieuw stadion voor ongeveer twaalfduizend mensen, waar Sparta en Excelsior samen in zouden moeten spelen. Nou, twaalfduizend mensen is misschien de capaciteit die Sparta nodig heeft, maar als Excelsior al drieduizend mensen trekt, dan verdrinken die nog in zo'n stadion. Op den duur konden wij niet langer meer wachten en zijn we zelf gaan bouwen. Er komt eerst een lange en een korte zijde, de andere helft komt later. Mede door de bouwvakvakantie betekent één en ander dat we de eerste weken van het nieuwe seizoen uit moeten spelen.” Pas op 23 september zal Excelsior tegen FC Zwolle voor eigen publiek kunnen spelen in het dan half-voltooide stadionnetje. Mede via Akai is bouwfase 1 financieel rondgebreid. Voor de tweede fase blijft Excelsior kijken naar de gemeente. Albers, fel: “Het kan naar mijn gevoel niet zo zijn dat de gemeente geen gelijkheidsbeginsel toepast. Als Sparta financiële steun krijgt, dan heeft Excelsior daar ook recht op.”
Excelsior en het geld - het is een meerzijdige combinatie. Naast Akai zijn er nog twee jaar lang de tv-miljoenen van de KNVB; vanaf medio 1999 moet de eerste divisie zich voortaan zelf op media-gebied bedruipen. In structurele zin is voor Excelsior echter de steun van grote broer Feyenoord de belangrijkste basis voor de toekomst in het betaald voetbal. Rotterdamse insiders weten dat het niet in het minst de goede persoonlijke relatie tussen Rob Albers en Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik is geweest, waardoor een samenwerkingsverband tussen beide clubs mogelijk is geworden. Excelsior kreeg de beschikking over assistent-coach John Metgod en vorig seizoen ook al over een speler als de Braziliaan Glaucio. Met een voorlaatste plaats in de eindrangschikking resulteerde de symbiose van Rotterdam-Zuid en Rotterdam-Oost niet bepaald in tastbaar resultaat, maar hoopvol gestemd voor de toekomst blijft Albers zeker. “Er bestond al geruime tijd een niet-gestructureerde samenwerking tussen Feyenoord en Excelsior. In het verleden werden bijvoorbeeld al Carlo de Leeuw, Gaston Taument en George Boateng tijdelijk bij ons ondergebracht. Op zeker moment ben ik met Van den Herik de mogelijkheden voor een gestructureerde samenwerking gaan bespreken. Uit die gespreken is een aantal afspraken voortgekomen. Voor Excelsior heeft dit het grote voordeel dat we over spelers kunnen beschikken die niet op de totale loonsom van de club van invloed zijn. Er moet nu alleen wel een situatie groeien waarin Excelsior beter gaat presteren en de spelers van Feyenoord die nog niet goed genoeg zijn voor het eerste elftal, graag voor enige tijd bij Excelsior willen uitkomen. Ik ben ervan overtuigd dat het voor dat soort spelers veel aantrekkelijker is om in de eerste divisie te rijpen dan in het tweede elftal of in de jeugd van Feyenoord te moeten spelen.”
In concrete zin betekent dit voor Excelsior dat de nieuwe hoofdtrainer Adri Koster dit seizoen over negen, in hoofdzaak Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse talenten van Feyenoord kan beschikken: Van Berkum, Pascale, Jones, Cairo, Bennett, Sequiera, Gyan, Allotey en Kaloe.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.