*

 
dossier

Archief

Utrecht wil met bouwproject werklozen aan baan helpen

LIDWIEN DOBBER − 16/01/96, 00:00

In de komende tien jaar worden er miljarden geïnvesteerd in bouwprojecten in en om Utrecht: project Leidsche Rijn. Normaliter betekent dat dagelijkse aanvoer van busjes vol bouwvakkers uit bijvoorbeeld Brabant. Het gemeentebestuur wil dat liever niet: ze gaat de aannemers dwingen om te putten uit het Utrechtse reservoir van 19 000 werklozen.

Ook Investeringen Utrecht Werkt (IUW) richt zich op meer dan alleen de bouwsector. Maar de komst van het nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn - 20 000 woningen, 700 000 vierkante meter kantoren - en de uitvoering van het Utrecht Centrum Project - 225 000 vierkante meter kantoren, 31 000 vierkante meter winkels, 1100 woningen - zijn voorlopig de speerpunten. Leidsche Rijn moet de komende zeven jaar zo'n vijfduizend manjaren werk opleveren.

Volgens M. van den Dungen, sinds anderhalve maand projectleider van IUW, staan ontwikkelaars en aannemers te trappelen om orders binnen te halen. Bovendien dreigt er een tekort aan goed gekwalificeerd personeel. Het is dan ook uit een soort welbegrepen eigenbelang dat ze bereid zijn te putten uit het reservoir van 19 000 lokale werkzoekenden, verwacht Van den Dungen.

Niet vrijblijvend

Overigens is die bereidheid niet vrijblijvend. De gemeente streeft ernaar met alle betrokken partijen een convenant te sluiten. In principe zal in de bestekken worden vastgelegd hoeveel werklozen het bedrijf bij het werk moeten inschakelen.

Na de zomer begint de werving van (langdurig) werklozen die op kosten van de gemeente, Arbeidsvoorziening en de bedrijfstak worden geschoold. In 1997, bij aanvang van de projecten, moeten zij klaar staan om aan het werk te gaan.

De werkloosheid onder bouwvakkers ligt in de provincie Utrecht onder het landelijk gemiddelde van vier à vijf procent, zegt H. Hartveld van de stichting Bouw-vak-werk, die zich bezighoudt met de afstemming van vraag en aanbod in de bedrijfstak. Utrecht wijkt af, omdat er van oudsher weinig bouwvakkers wonen. De provincie is vanuit het hele land goed te bereizen en dus is er veel inkomende pendel.

En die pendel zal blijven ondanks Investeringen Utrecht Werkt, zegt Hartveld. Dat is niet verwonderlijk omdat aannemers hun vaste kern van werknemers meenemen. Hij is minder optimistisch over de ruimte op de arbeidsmarkt dan Van den Dungen.

“De bouwproduktie neemt de komende jaren landelijk gezien niet toe. En zelfs als de produktie stijgt, betekent dat niet direct dat er meer banen komen. Er is hooguit een produktiviteitsstijging van één tot twee procent jaarlijks.”

In Rotterdam - 60 000 werkzoekenden - bleek het lastig te zijn plaatselijke werklozen in de bouw aan de slag te krijgen. Sinds vier jaar wordt daar gebouwd aan de Kop van Zuid - een project dat in manjaren gerekend van gelijke omvang is als de Leidsche Rijn. Vorig jaar, toen een derde van het project was voltooid, waren via Wederzijds Profijt 125 Rotterdamse bouwvakkers geplaatst: vijfenzeventig geschoolde, werkloze bouwvakkers en slechts vijftig (langdurig) werklozen die via een opleidingstraject rijp zijn gemaakt voor de arbeidsmarkt.

Een mager resultaat, constateert het projectbureau Wederzijds Profijt in zijn werkplan voor 1996. Bovendien trekken nieuwelingen bij tegenslag aan het kortste eind, zegt F. Belderbos, die het Rotterdamse project tot 1 januari leidde. Zo bouwt het Belgische CFE/MBG een brug naar de Kop van Zuid. “Op een gegeven moment miste die Belg een opdracht in Zeebrugge en stond hij voor de keuze zijn eigen mensen in Antwerpen te ontslaan of ze in Rotterdam aan de bak te helpen.” Hij koos voor zijn eigen werknemers en dat gaat ten koste van de lokale werknemers.

Geen afspraken

Daar doet de gemeente weinig tegen, aldus Belderbos, want een ondernemer is baas in eigen huis. Rotterdam heeft, anders dan Utrecht van plan is, nooit afspraken gemaakt met aannemers over het aantal werklozen dat ze in dienst moeten nemen. Dat kan nauwelijks, zegt Belderbos.

“Als een projectontwikkelaar een aannemer zoekt, hebben wij geen directe contactrelatie met die aannemer. Als wij direct opdrachtgever zijn, en het gaat om een project van meer dan elf miljoen gulden, zijn we verplicht dat Europees aan te besteden. En dan mogen er geen voorwaarden worden opgenomen die beperkend zijn voor een buitenlandse aannemer.”

Ook bij de aanbesteding van kleinere projecten werkt dwang niet, zegt Belderbos. “Stel, een aannemer neemt conform de afspraak tien mensen in dienst. Maar wanneer hij deze mensen binnen een week er weer uitgooit, sta je met lege handen.” Hoeveel van de geplaatste Rotterdamse werklozen een vaste baan hebben gekregen is niet eens onderzocht.

Ten slotte kost de verplichting werklozen aan te nemen geld. Een aannemer zal er een prijskaartje aan hangen. “Omdat hij het idee heeft 'met dat volk schiet ik niks op'. Als je vraag en aanbod op elkaar kunt aansluiten, krijg je het voor elkaar. Maar als het in de sfeer van 'moeten' gebeurt, weet elke partij twintig redenen te bedenken waarom iets niet kan.”

Het gaat om vraag en aanbod, meent ook Hartveld van Bouw-vak-werk, en daarom liggen de kansen voor Investeringen Utrecht Werkt in de gewone instroom in de bouw. Jaarlijks stroomt zo'n tien procent van het totaal aantal werknemers in de bouw nieuw in. “We willen een deel van de instroom, die normaal ongeschoold de bedrijfstak in komt gaan opleiden.” Maar om grote aantallen zal het niet gaan. “Ik denk, op persoonlijke titel, want daar is nog geen knoop over doorgehakt, dat het niet meer dan vijf procent wordt.”

Van den Dungen waagt zich niet aan cijfers; haar project is nog pril. Ook zij benadrukt dat het succes van Investeringen Utrecht Werkt afhangt van de juiste beantwoording van de vraag van werkgevers naar goed gekwalificeerd personeel. Maar de gemeente wil vooral langdurig werklozen aan de slag helpen en die zijn vaak geen held in de schoolbank. Van den Dungen: “Als je de normen die de vraagkant stelt heel rigide toepast, zou je opnieuw een grote groep uitsluiten.” Ze wil daarom dat bouwbedrijven leermeesters aanstellen die mensen in de praktijk scholen in eenvoudige klusjes.

Bouwvakhulp

In Rotterdam hebben deze langdurig werklozen de naam bouwvakhulp gekregen. Belderbos heeft er twaalf kunnen plaatsen. Maar Wederzijds Profijt is wat hem betreft geen project voor 'kneusjes'; voorwaarde voor plaatsing is adequate scholing. “Heel simpel, die Belg zegt: Ik heb een koffiejuffrouw nodig, een boekhouder, een ploeg betontimmerlieden en vier bouwplaatsopruimers. In zo'n pakket kan ik iets leveren. Er zijn genoeg meiden van achttien jaar die koffie willen rondbrengen, die boekhouder haal ik bij een uitzendbureau, van die betontimmerlieden zijn er twee die al jaren met elkaar samenwerken en ik zet er twee bij die het vak nog moeten leren. Die bouwvakhulpen haal ik uit het opleidingstraject. Je gaat niet zeggen we doen alleen de langdurig werkzoekenden. Je moet gewoon verkopen.”

Nu de eerste bedrijven en huishoudens zich op de Kop van Zuid vestigen, zet Wederzijds Profijt pas echt zoden aan de dijk, zegt Belderbos. In de bouw is het pendelen ingesleten, maar schoonmaaksters, winkelbedienden en beveiligingsmensen recruteren bedrijven graag in de nabijgelegen wijken Feijenoord, Afrikaanderwijk en Katendrecht. Er zijn inmiddels 325 mensen geplaatst.

Ook Van den Dungen vertrouwt erop dat bedrijven op de lange duur zullen investeren in Utrechtse werkzoekenden. “Het hebben van werk betekent meer dan brood op de plank. Het gaat vandalisme en hangen tegen en is goed voor de bestedingen. Een gezonde stad heeft zo'n enorme uitstraling”, aldus Van den Dungen, die er dan ook op vertrouwt dat bedrijven zullen investeren in Utrechtse werkzoekenden.

mailIcon print |