Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De regionale politiekorpsen krijgen minder vrijheid, als het aan de politieministers Dijkstal en Sorgdrager ligt. Het duo wil meer invloed op het doen en laten van de regiokorpsen om zeker te stellen dat wensen van de landelijke politiek in de politieregio's worden uitgevoerd. Tot de voorstellen die de ministers daarvoor doen, horen ook financiële sancties in het geval de korpsen zich niets aantrekken van Den Haag.
Dit blijkt uit een nota over de werking van de politiewet, die Dijkstal (VVD, binnenlandse zaken) en Sorgdrager (D66 justitie) gisteren naar de Kamer hebben gestuurd. Bij de invoering van de wet, in 1993, werden de rijks- en gemeentepolitie vervangen door 25 regionale korpsen en één korps landelijke politiediensten.
Die regionale korpsen worden bestuurd door colleges, met de burgemeester van de grootste gemeente in de regio als korpsbeheerder. De gedachte van die decentrale opzet was dat zo de inzet van de politie beter zou kunnen worden aangepast aan de behoeften en omstandigheden in het werkgebied van ieder korps.
De ministers zijn ervan overtuigd dat die decentrale opzet op veel punten goed heeft gewerkt. Maar gaandeweg zijn er ook flink wat nadelen aan het licht gekomen. Zo zijn er grote kwaliteitsverschillen gebleken tussen politieregio's. Ook leggen de korpsbeheerders nog niet allemaal steeds de actieve en sturende opstelling aan de dag, die van ze wordt verwacht. Nog te vaak tonen ze zich veel te afhankelijk van de leiding van het politiekorps.
En tenslotte loopt Den Haag geregeld aan tegen het probleem dat van daar gemaakte politieke keuzen in de regio's niets blijkt. Extra geld voor meer agenten ('meer blauw op straat') werd aan andere zaken uitgegeven. En ook politieke prioriteiten als misdaadbestrijding, de handhaving van milieuwetten, jeugd- en zedenpolitie en verkeerstoezicht komen onvoldoende uit verf, vindt Den Haag.
Dijkstal en Sorgdrager vinden dat er alle reden is deels terug te komen van de uitgangspunten van de politiewet. Zelf spreken de bewindslieden van 'een markeringspunt'. Ze komen met een reeks voorstellen om meer greep te krijgen op het doen en laten van de regionale korpsen. Die moeten voortaan een beleidsplan maken. De politieministers bekijken of daarin genoeg rekening wordt gehouden met de wensen van politiek Den Haag. En ook achteraf moeten de korpsbeheerders aan de minister van binnenlandse zaken verantwoording afleggen over de gang van zaken in hun regio.
Verder willen de ministers voorwaarden kunnen stellen aan het geld dat naar de politiekorpsen gaat. Dat biedt de mogelijkheid korpsen onder druk te zetten om meer rekening te houden met Haagse wensen. Regiokorpsen, die weigeren informatie te geven over het beleid dat ze voeren, hangt een korting op de overheidsbijdrage boven het hoofd. Dijkstal wil als minister van binnenlandse zaken ook meer bevoegdheden op het vlak van het personeelsbeleid: het schorsen, verplaatsen en te werk stellen van de hoogste politieambtenaren.
Nader onderzoek moet aan het einde van dit jaar uitwijzen of de politie-organisatie moet worden veranderd. Dijkstal is zelf een uitgesproken voorstander van provinciale politie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.