*

 
dossier

Archief

Deeltijdwerk

Door: redactie − 09/12/97, 00:00

Met het aantal deeltijdbanen is Nederland koploper in Europa. Alleen al dat gegeven lijkt genoeg om de wet-Rosenmöller om werknemers een recht op korter werken te geven overbodig te verklaren. Het bedrijfsleven doet kennelijk zelf voldoende. Bij nader inzien valt dat tegen. Het meeste deeltijdwerk bevindt zich op lagere niveaus en het aantal part-time werkende mannen (nog geen tien procent) steekt scherp af tegen het aantal vrouwen (ruim zestig procent).

De zelfregulering van het bedrijfsleven (werkgevers en vakbonden), die op zich de voorkeur geniet boven wetgeving, komt onvoldoende tegemoet aan de wens van mannen om korter te werken en aan de behoefte van jonge paren om het betaalde werk buiten de deur en de zorgtaken binnenshuis beter te verdelen. Daardoor wordt voor een groeiende groep mensen de keuzevrijheid, bijvoorbeeld om naast het werk zelf de kinderen te verzorgen, belemmerd.

Er was een politieke meerderheid (PvdA, D66, CDA, GroenLinks, RPF) voor meer deeltijdwerk, zowel om ook vrouwen de ruimte te geven zich buitenshuis te ontplooien als om de keuzevrijheid van paren concreet inhoud te geven. Maar in plaats van het initiatief-Rosenmöller te steunen, loopt het CDA er met de VVD tegen te hoop. In de Tweede Kamer had dat geen fatale gevolgen, in de senaat kunnen de christen-democraten het met de liberalen om zeep helpen.

Het is onbegrijpelijk dat het CDA, dat zich tot hoeder van het moderne gezin opwerpt, in zee gaat met een partij die het probleem negeert, ook in het jongste verkiezingsprogram. De wet biedt mensen die korter willen werken straks een steuntje in de rug. Maar het is maar een kleine stap, die aan de culturele veranderingen maar mondjesmaat recht doet. Wie dat stapje al niet wil zetten, laat het moderne gezin in de steek.

mailIcon print |