*

 
dossier

Archief

Spoedcursus moet (ex-)profvoetballers laten doordringen tot arbitersgilde

ERIC HORNSTRA − 08/02/96, 00:00

ZEIST - De gele en rode kaart hebben 's ochtends hun plek gevonden in de borstzak. Een lijvig boekwerk over spelregels, het leiding geven, sportgezondheidsleer en de administratieve beslommeringen zal tot eind maart menig studie-uurtje kosten. Werken aan werk dus. In de arbitrage.

Twintig voetballers en ex-spelers hebben zich vanaf gisteren verbonden aan een lessencyclus die hun uitzicht moet geven op een rentree in het betaald voetbal na het afsluiten van hun actieve loopbaan.

“Kijk hier hebben we de cornervlag. Met de kwart-cirkel, zie je wel?” Geduldig legt Mario van der Ende uit hoe een hoekschop correct wordt genomen. Hij legt de bal op de gebogen kalklijn. “Mag dit?” Tien cursisten buigen zich over het leder en knikken bevestigend. De eerste lesuren op de velden van het KNVB-sportcentrum in Zeist worden besteed aan de meest elementaire spelregels. Zo passeren de inworp (Van der Ende: “De bal wordt daar ingegooid waar de bal het speelveld heeft verlaten”) en de afmetingen van het strafschopgebied (“Geen zestien meter, maar 16.50 m, heren”) de revue. De teksten zijn op het melige af, maar de gezichten blijven in de plooi, zelfs onder het toeziend oog van een bonte reeks tv-camera's. Alleen de oude vos Wlodi Smolarek veroorlooft zich tijdens de eerste verkenningen een enkele kwinkslag. Hij heeft - met reeds een Pools scheidsrechtersdiploma op zak - dan ook een streepje voor op de collega-studenten.

Een jaar terug kwam de Projectcommissie wedstrijdarbitrage - een werkgroep uit alle voetbalgeledingen (clubs, spelers, scheidsrechters) - met de aanbeveling het scheidsrechteren in Nederland naar een hoger niveau te tillen via het recruteren van (ex-)voetballers. De motivering: spelers hebben doorgaans zoveel praktijkervaring dat ze beter in de gaten hebben wat er zich binnen de lijnen afspeelt.

De werving vond veelal in informele sfeer plaats. Scheidsrechters polsten voetballers soms na een wedstrijd en mondreclame deed de rest. Twintig spelers, onder wie Alfons Arts (Go Ahead), Jack de Gier (Willem II), Marc van Hintum (Willem II), Henk de Haan (ex-Groningen, ex-Veendam), Roland Jansen (Willem II), Aad Andriessen (ex-Sparta) en Wlodi Smolarek (FC Utrecht) hapten uiteindelijk toe.

Mede-initiatiefnemer en topscheidsrechter John Blankenstein denkt dat er bij de profclubs veel potentiële wedstrijdleiders rondlopen: “Dick Jol is in Nederland het meest bekende voorbeeld van een voetballer die het in de scheidsrechterswereld ver geschopt heeft, op internationaal niveau denk ik aan de Hongaar Karol Palotai, die ook als speler (van Vasas Györ - red.) tot de absolute top behoorde.”

“Als criterium voor deze spoedsessie hebben we een voorwaarde gehanteerd, de deelnemers moesten minimaal twee jaar betaald-voetbalervaring hebben. Natuurlijk zal niet iedereen doorbreken. De cursus voorziet in enkele stagewedstrijden, waarna de deelnemers zich verder kunnen bekwamen door het leiden van wedstrijden in de landelijke B-jeugd. Dat is meteen al behoorlijke hoog, maar we nemen dit experiment dan ook bloedserieus. Binnen twee of drie jaar verwacht ik een doorstroming van enkelen naar het betaald voetbal.”

Voetballers praten er vaak met angst over: het zwarte gat na hun carrière. Zelfs als de schoolopleiding een redelijke kans biedt op maatschappelijke ontplooiing is er altijd nog de moeilijke ontwenningsperiode. “Ik heb van veel oud-voetballers gehoord dat ze vooral de sfeer missen”, weet Jack de Gier te vertellen. Met zijn 27 jaar is hij een van de jongste deelnemers aan de versnelde scheidsrechterscursus. Het maakt een vreemde indruk om al op zo'n leeftijd aan een verre toekomst te denken, geeft De Gier toe. “Maar”, verkondigt hij, “ik heb de ambitie om er hoe dan ook bij te blijven.”

De Gier houdt verschillende varianten open en is alvast aan het shoppen. “Ik ben hier van de partij, maar bekwaam me ook in het trainersvak.” Schertsend voegt hij er aan toe: “Wie weet ben ik straks trainer van Schijndel en doe ik er op de woensdag de finale Ajax-AC Milan bij.” Dan zoekt hij de groep weer op en ontvangt hij nieuwe instructies van Van der Ende.

“Luister jongens”, zegt de instructeur, “straks fluit Aad Andriessen. We zullen hem eens testen. Probeer bij elke beslissing op hem in te praten en smokkel bij iedere inworp.” De ex-Spartaan legt zijn eerst proeve van bekwaamheid naar alle tevredenheid af.

Als de ondeugende Smolarek met een één hand ingooit, stapt hij naar de zijlijn en legt hij de oudste speler van het betaalde voetbal (“Niet meer doen, jochie”) vaderlijk een hand op zijn schouder. Ex-spelers zijn inderdaad beter dan wie ook op de hoogte van de voetbaletiquette.

mailIcon print |