Aan iedere prestatie ligt een droom ten grondslag, stelt Marko Koers. Nederlandse atleten zijn over het algemeen limietenjagers. De middenafstandloper niet. Hij heeft deze week op de WK in Sevilla grootse plannen. ,,Maar ik wil geen gezeur, daarom zeg ik iets onschuldigs als dat ik de finale wil halen.''
Aan het eind van het gesprek drijft de herinnering aan de eerste minuten van de kennismaking weer boven. Achter de voordeur had gerommel geklonken, gevolgd door een welgemeende maar misleidende verontschuldiging. ,,Sorry, even mijn fiets wegzetten. Sorry.''
De toon was gespannen geweest, alsof hij zich ongemakkelijk voelde in zijn eigen huis. Zijn jongensachtige uiterlijk versterkte even daarop het beeld van iemand die nog bezig is de wereld te ontdekken, met alle onzekerheid van dien.
Maar niets is minder waar. Gedurende het interview laat Marko Koers zich kennen als een zelfverzekerde, zij het bedachtzame topsporter. Vijf jaren in de Verenigde Staten leerden hem zijn eigen waarden te respecteren. Wat zou het dat hij iedere dag een middagdutje doet?
,,Het bevordert mijn herstel na een zware training. Hier is men niet gewend dat je de dingen anders doet. Dat is het mooie aan Amerika. Daar is het fenomeen sportheld geaccepteerd. Ik ben nooit in tweestrijd geweest of ik te veel moet opofferen voor mijn carrière. Wat dat betreft heeft de tijd op de campus van Illinois me wel geholpen. Zeker op die leeftijd is bevestiging dat je goed bezig bent hartstikke belangrijk.''
Alweer drie kalenders geleden keerde hij naar Nederland terug, met een bul van de studie werktuigbouwkunde op zak. Datzelfde jaar haalde hij de olympische finale van de 1500 meter. Twaalf maanden daarna baande hij zich op de WK in Athene een weg naar het sluitstuk van de 800 meter.
Toch klinkt anno 1999 nog twijfel door in de slotwoorden van de 26-jarige. ,,In mijn antwoorden benadruk ik altijd twee kanten van het verhaal. Is dat erg?'' De vraag verraadt een bezig brein. ,,Ik ben wiskundig aangelegd en denk veel na. Dat is de rationele kant van mij. Anderzijds ben ik afhankelijk van het gevoel dat ik heb tijdens de trainingen. Dat bepaalt hoe ik toeleef naar een wedstrijd.''
Is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Koers durft zich kwetsbaar op te stellen en dat is als zo vaak meer een teken van kracht en vertrouwen dan van zwakte. ,,Ik ben nu in topvorm en loop beter dan ooit. In Sevilla kan ik gaan knallen.''
De zinnen werken bevrijdend, gelet op het drama van 1998. Na een veelbelovende start, met zilver op de EK indoor in Valencia, stuitten een voetblessure en rugklachten de opmars van Koers. De sceptici voorspelden dat de Nijmegenaar na de gedwongen pauze moeite zou hebben zijn draai weer te vinden op de kunststofbaan. ,,Daar geloof ik dus niet in. Ik plaats gebeurtenissen niet in een groter perspectief dan een jaar.''
Desondanks kende de ambitieuze atleet een wisselvallig voorseizoen, dertien weken trainingsstage in Florida ten spijt. ,,Ik zit nu in een periode dat ik daar geen verklaringen voor wil zoeken. Dat creëert vlak voor een groot toernooi slechts onrust.'' Aan de andere kant geven de twee gunstige uitschieters in Lausanne en Nice hem 'positieve energie'. ,,Ze voelen als een comeback. Nog niet eerder liep ik in één seizoen twee 1500 meters in de 3.34. Alleen in 1996 klokte ik ooit een 3.33'er.''
Hoewel hij 'zijn lichaam onder de stress stopt', is Koers in zijn bovenhuis de rust zelve. Zo blijkt al snel. Hij neemt zijn tijd om over vragen na te denken, alsmede voor het zetten van een pot thee. Het verstoppertje spelen met de zenuwen is begonnen, maar door de jaren heen heeft de pupil van Theo Joosten daar mee om leren gaan. De debutant uit 1992, die inmiddels een dikbelegde boterham verdient met prijzengelden en sponsorinkomsten: ,,Het vergt kalmte om je energie te sturen.''
Afleiding is uit den boze. Het motto verklaart de sobere inrichting. De wanden zijn kaal, op een paar uitvergrote foto's na. Een oude motor in een vergeten steegje, twee houten luiken in Florence. ,,De beelden zijn eenvoudig en simplistisch. Basics, dat vind ik mooi om naar te kijken.''
En om te doen. Atletiek is de moeder der sporten. Lopen, rennen, sprinten. Duur- en intervaltraining. In sommige bossen kent Koers iedere boom. Honderden kilometers eenzaamheid heeft hij zich al moeten getroosten. Discipline is een groot goed voor de individuele sporter. De dagen van aandacht zijn schaars, zeker nu hordenloper Robin Korving hem de voorbije maanden in populariteit heeft overvleugeld.
,,Ik zie mijn arbeid niet in termen van afzondering. De hele wereld hoeft het niet te weten als ik me goed voel. Wanneer ik alleen loop, bouw ik immers de energie op die nodig is om op het juiste moment te pieken. De intensiteit op die paar grote toernooien is enorm. Soms kan ik het wel uitschreeuwen van geluk als het in de training goed gaat. Daarmee creëer je zo'n wilskracht dat het er op de juiste wedstrijddag uitkomt.''
Dit weekeinde en dinsdag zijn de momenten van de explosie. Van de waarheid ook: ,,Mensen verwachten steeds meer. Nu moet het gebeuren, vinden ze.'' Hij is het daar mee eens. De keuze tussen de 800 en 1500 meter is definitief gevallen op de langere afstand, omdat zijn uithoudingsvermogen 'goed' is en zijn snelheid 'relatief minder'.
,,Ik ben zowel een dromer als een nuchter persoon. Altijd loert het gevaar dat je te veel vertrouwt op mooie trainingstijden. Daar pas ik voor op. Maar als je niet de droom hebt om ooit boven op die berg te staan, hoe weet je dan waar je moet beginnen met klimmen?''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.