Mode-ontwerper Azzedine Alaïa ligt als een klein jongetje in elkaar gedoken op bed. Naast hem een pontificaal uitgestrekte Madonna in een huidstrak jurkje van de meester waar haar boezem bijna uitpuilt. Terwijl de hand van de ontwerper voorzichtig op een van de borsten rust, blaast Madonna haar sigarettenrook uitdagend richting camera.
Het is een herkenbaar en steeds terugkerend beeld van Alaïa. Op de vele foto's die op dit moment van hem te zien zijn in het Groninger Museum is hij steeds het kleine mannetje - hij is in werkelijkheid ook maar 1.50 meter - dat zich devoot aan de voeten van een supermodel of ster werpt. De ene keer speldt hij de zoom van een jurk bij Naomi Campbell, dan weer kijkt hij schuchter op naar Cindy Crawford bij wie hij net tot het middel reikt. Maar de leukste foto is die van modefotograaf Jean-Paul Goude, die een topmodel uit Alaïa's salon laat stappen overladen met een stapel kledingdozen. Uit de bovenste, die halfgeopend is, steekt het hoofdje van Alaïa: alsof ze hem in een doosje had willen meenemen. In het grappige trucje (wie goed kijkt ziet dat Alaïa gewoon uit het raam kijkt) ligt alles vervat. De modeontwerper van Tunesische komaf als de ideale dienaar van supervrouwen als Tina Turner, Grace Jones, Naomi Campbell, die hij met supervrouwelijke ontwerpen op hun sexiest weet neer te zetten.
Naast deze foto's, die een prachtig verhaal laten zien, zijn er van Alaïa momenteel in Groningen ook zo'n honderd kledingontwerpen te zien. Een selectie van zijn belangrijkste creaties van de afgelopen 27 jaar is er verspreid over drie verdiepingen. Aan die jurken is goed te zien dat Alaïa als een beeldhouwer te werk gaat. In een serie gebreide jurkjes (1979-1986) lopen steeds weer andere lijnen over heupen, schouders en tailles, terwijl elke rits geraffineerd anders gedraaid over het lichaam is ingezet. Het zijn niet zomaar vormexperimenten, maar bewust gekozen lijnen die tailles smaller laten lijken en heupen en borsten volumineuzer als dat nodig is. Dat principe keert in alle Alaïa-ontwerpen terug. Zo maakt hij - geïnspireerd op Egyptische mummies - een serie avondjurken uit rekbare windsels die hij in alle denkbare variaties rondom het lichaam drapeert. Hij wordt er wereldberoemd mee als hij in 1985 besluit om Grace Jones in zo'n jurk mee te nemen naar de Oscar-uitreiking van de mode. In datzelfde jaar ontwikkelt hij voor Tina Turner een gouden kralenjurk, een strapless mini-jurk die bij nader bestudering helemaal uit gedrapeerde kralensnoeren bestaat.
Ook al werkt Alaia het ene seizoen met een panterprint en dan weer met schelpen en franjes, het resulteert altijd in niets verhullende, huidstrakke jurkjes. Kleding voor perfecte lichamen en maat 38 zou je denken. Toch blijken de meeste van deze creaties door ingenieus binnenwerk en coupetechnische kneepjes ook voor minder goddelijke lichamen geschikt. Alaïa vindt zichzelf dan ook een vrouwvriendelijke ontwerper. “Ik zie liever dat de vrouw opvalt in plaats van haar jurk. Kleren zijn er om een lichaam te bedekken, maar ze moeten er tegelijkertijd de sterke kanten van benadrukken.”
Door al zijn experimenten met breisels en rekbare stoffen geldt Alaïa als de uitvinder van de stretch - en dus ook de legging. Maar hoe staat het op dit moment met Alaïa? In de modebladen wordt nog nauwelijks over hem gerept. Sinds 1993 geeft hij geen halfjaarlijkse modeshows meer in Parijs. Naar eigen zeggen omdat hij niet meer gelooft in de wisseling van seizoenen en liever zelf bepaalt wanneer hij iets nieuws brengt. Hij wil er nog slechts zijn voor een klein publiek dat hem waardeert. Maar zijn dat geen woorden van iemand die zijn beste tijd heeft gehad? Nieuw of vernieuwend, zoals hij in de jaren tachtig was, is hij nu niet meer. Maar Alaïa wist in die jaren wel uit te groeien tot een tijdloos fenomeen. Dat werd onlangs nog fraai geïllustreerd in de film Clueless waar een overvaller de modieuze hoofdrolspeelster dwingt op straat te gaan liggen. “Wat”, reageert ze onthutst, “in mijn Alaïa?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.