Van een onzer verslaggevers DE BILT - In een versgemaakt wak zou afgelopen nacht 6,5 centimeter ijs zijn gegroeid. Dat is het soort kou waar het knelpunt in Sneek het van moet hebben. Maar of het ijs daar onder die bruggen, de laatste waar het Elfstedenbestuur nog zorgen over heeft, werkelijk weer met centimeters groeit, hangt af van wat er onder water gebeurt: is er nog een stroming, bijvoorbeeld omdat na het stoppen van de bemaling verschillende gebieden nog niet helemaal met elkaar in evenwicht zijn gekomen? Of zorgt winddruk op grote ijsoppervlakten als het Sneekermeer voor beweging onder het water?
In ieder geval zal het feit dat volgens het computermodel van het KNMI de ijsvloer in Noord-Nederland morgen de 27 centimeter bereikt, het Elfstedenbestuur weinig kunnen schelen, denkt H. Wessels van de afdeling waarnemingen en modellen van het KNMI. “Als die overal hun 15 centimeter maar hebben. Die hebben ze en die houden ze.”
Die houden ze volgens Wessels zelfs in het theoretische geval dat het weer onverwacht omslaat en de temperatuur morgen boven het nulpunt komt. Het is het Elfstedenbestuur wel eens overkomen dat de tocht op het laatste moment moest worden afgelast, maar in dit geval zal het niet zo hard achteruitgaan met het ijs. “Je hebt nu natuurlijk een dikke laag die aan de onderkant altijd nul graden is en bovenin ver onder nul. Daar zit om te beginnen dus nog een hoop kou in opgeslagen. En als de temperatuur van het ijs naar nul graden gaat, neemt de sterkte wel een stuk af, maar is die nog steeds genoeg om al die mensen erop te laten rijden.”
Als de weersverwachtingen uitkomen blijven de voeten dus droog. En komen ze uit? Nee, weet het KNMI, en het heeft zelfs een speciale sectie voorspelbaarheidsonderzoek om bij te houden hoe betrouwbaar de weersverwachting nu precies is.
Dat onderzoek houdt meer in dan turen hoe vaak het allemaal uitkomt. Juist de laatste vier jaar, vertelt onderzoeker R. Mureau, is een methode in ontwikkeling om van tevoren al te meten hoe betrouwbaar de weersverwachting is.
Het vergt een hoop gereken. Een gewone weersverwachting vergt al een hoop van een computer, een supercomputer in Engeland die wordt gevoederd met de weersomstandigheden van het moment. In tweeëneenhalf uur maakt daarna een simpel model van de atmosfeer een paar dagen door. Om de betrouwbaarheid van de uitkomst te bepalen, wordt datzelfde model gevoerd met iets gewijzigde gegevens en gekeken welk verschil dat maakt voor de meerdaagse verwachting. Is dat verschil groot, dan hebben fouten in de begingegevens veel invloed op de verwachting, en omdat zulke fouten er altijd zijn, is de verwachting niet betrouwbaar.
Vijftig varianten van het weer van de komende dagen worden zo uitgerekend en als die allemaal hetzelfde weer voorspellen heeft de meteoroloog de neiging op die voorspelling te gaan vertrouwen, tot wel tien dagen vooruit. Het geval wil, aldus Mureau, dat op het moment de vijftig prognoses inderdaad allemaal dezelfde kant opwijzen: iets milder weer in het weekeinde en daarna, tot volgende week zaterdag, weer kouder.
Ook voor het Elfstedenbestuur is dat natuurlijk saillante informatie en die wordt ook afgestaan: “Hun meteorologische adviseur, Gerrit Fokkema, krijgt die gegevens allemaal via Internet.” En al is de betrouwbaarheid van dergelijke verwachtingen nog in onderzoek, zelf schat Mureau die in een geval als dit hoog in: “Ik denk dat er meer dan 90 procent kans is op temperaturen beneden nul in de hele volgende week. En voor komend weekeinde lijkt me de kans dat de temperatuur boven nul komt maar 5 procent.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.