Van onze onderwijsredactie AMSTERDAM - “Nee, aan een bindend studie-advies doen wij niet. En dat willen we niet ook”, zegt de rector-magnificus van de Nijmeegse universiteit, prof. dr. T. van Els. Zoekt de Leidse universiteit dezer dagen gretig de publiciteit nu daar maandagavond het definitieve besluit viel eerstejaars weg te bonjouren wier prestaties beneden de maat blijven, de meeste andere universiteiten blijven bij hun tegenzin.
Een 'dringend' advies, best. Een bindend advies, bah. Dat is de korte samenvatting van de houding bij de meeste universiteiten - en als vanouds bij de studentenorganisaties. Alleen Leiden, Tilburg en Rotterdam zijn bezig met de voorbereidingen om hun studieadvies met ingang van de volgende lichting studenten 'bindend', onontkoombaar, te maken. Die drie zien het als een vorm van 'kwaliteit' om zeer bijtijds en doortastend afscheid te nemen van studenten die van het eerste jaar weinig bakken.
Wie komende september in Leiden eerstejaars wordt, moet de helft van de punten halen: 21 van de 42 waaruit een studiejaar bestaat. Wie er een jaar later met een opleiding begint, zal tweederde van de punten moeten halen, oftewel 28. Wie dat niet haalt, moet weg.
Op andere universiteiten blijft het advies aan het einde van het eerste jaar - zo'n advies te geven is een wettelijke plicht - z'n vrijblijvende karakter houden. De student die het niet wil opvolgen, mag het dus naast zich neerleggen en doorstuderen. In mei meldde de inspectie, dat 'aanzienlijke aantallen' studenten het advies, nu het nog vrijblijvend was, vaak naast zich neerleggen. Ten onrechte, vond de inspectie, want de prestaties in een eerste jaar zouden wel een deugdelijke voorspelling opleveren van wat een student later presteert.
Maar in Nijmegen noemt Van Els het Leidse gescherm met het woord 'kwaliteit' in verband met het vroegtijdig wegbonjouren van studenten, “een oneigenlijke argumentatie. Met kwaliteit heeft het niets te maken. We kijken hier in Nijmegen liever naar de prestaties bij bepaalde vakken dan naar het totaal van de studiepunten. Als je een sociale wetenschap studeert, zul je hier je statistiek echt moeten halen. Oók wanneer je in een jaar 38 punten hebt verzameld.”
Maar het voornaamste bezwaar in Nijmegen tegen wat de studentenvakbond LSVb 'het oprot-advies' noemt, is dat dat moment te vroeg is. Van der Els: “De kans is groot, dat je je toch op een individuele student verkijkt. Het is een beetje te gemakkelijk om op gemiddelden af te gaan. Wij vinden een advies na twee jaar zinvoller. Daarover zijn we ook met het ministerie in gesprek.”
Op de 67 hogescholen is het bindend advies overigens al een paar jaar heel gewoon, zij het dat niet overal precies dezelfde normen gelden. Dat alle hogescholen al jaren en pas nu één universiteit een bindend studieadvies hebben, heeft een financiële reden. Een hogeschool krijgt van het rijk 1,35 studiejaar vergoed voor een student die er tussentijds mee stopt, ongeacht wanneer die student de studie staakt. Een universiteit krijgt voor elk jaar dat een student studeert van het rijk een vergoeding. Daardoor heeft een hogeschool er belang bij, te zorgen dat 'uitval' zich zo vroeg mogelijk voordoet, en heeft een universiteit zo'n belang niet.
Dat verschil zou minister Ritzen eens moeten wegpoetsen, zei de inspectie in mei 1996. Ritzen wil vanaf 1998 een heel nieuw stelsel van bekostiging voor de universiteiten, waarin hij dat advies van de inspectie mogelijk 'meeneemt'.
Wie in Leiden, en straks ook in Tilburg en Rotterdam, niet verder mag studeren blijft overigens wel welkom bij de gelijksoortige opleiding op een andere universiteit. Die mogelijkheid hield Ritzen open, omdat volgens hem bij voorbeeld de ene economie-opleiding flink verschilt van de andere. Een student voor wie de opleiding in de ene stad te moeilijk is, zou hem in een andere stad mogelijk wel aankunnen.
De zin van het bindend advies zoals Leiden, Tilburg en Rotterdam dat hebben of willen, wordt bij de andere universiteiten ook betwijfeld, omdat de studiefinanciering al noopt tot tijdig vertrek. Tegenwoordig krijgen studenten een prestatiebeurs. Dat betekent, dat wie in een jaar minder dan 21 punten haalt, z'n beurs aan de overheid moet terugbetalen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.