KIGALI - Op de veranda voor zijn huis in de Rwandese hoofdstad Kigali zit John Andrew Rwishyuka met een strak gezicht te luisteren naar de radio. Opeens breekt er een brede glimlach door op zijn gezicht en schakelt hij de radio uit. Hij heeft zojuist gehoord hoe de rechtbank in het stadje Byumba een oud-leraar ter dood heeft veroordeeld. De man is schuldig bevonden aan deelname aan genocide in 1994, die aan 800 000 mensen het leven heeft gekost.
In de overvolle gevangenissen van Rwanda wachten 90 000 mensen op berechting. Een kleine tweeduizend vallen onder de eerste categorie van de genocide-wetgeving: mensen die beschuldigd worden van organisatie van de volkerenmoord. Er is voor deze groep, als ze worden veroordeeld, maar éeé straf, de doodstraf.
“Ik lach niet van blijdschap, maar van opluchting. Eindelijk wordt recht gedaan aan de slachtoffers”, zegt Rwishyuka. Hij is eigenaar van een aannemersbedrijf en heeft zijn werk even onderbroken om naar het proces te luisteren. De staatsradio zendt alle genocide-rechtzaken uit.
John Andrew Wishyuka is een Tutsi. Door onder te duiken overleefde hij de genocide. Het grootste deel van zijn familie heeft hij verloren. Kritiek van de mensenrechtenorganisaties over de procesgang veegt hij van tafel. “Het is misschien niet allemaal perfect volgens westerse maatstaven, maar vergeet niet dat het hele justitiële apparaat hier nagenoeg verwoest was. Het is de hoogste tijd dat genoegdoening wordt gedaan. De rechtszaken verminderen de pijn”.
De kritiek op de rechtsgang in Rwanda richt zich vooral op de afwezigheid van advocaten in de rechtszalen. De overheid zegt niet de financiële middelen te hebben om verdedigers voor de beschuldigden te betalen. De gevangenen zelf hebben daar meestal ook het geld niet voor.
Bovendien zijn veel Rwandese advocaten vermoord of gevlucht tijdens de volkerenmoord. Het merendeel van de 33 die het land momenteel telt, weigert als verdediger op te treden omdat familieleden zijn gedood. De enkelen, die niet te lijden hebben gehad van de genocide, zijn met de dood bedreigd als ze de verdediging ter hand zouden nemen. De Belgische organisatie Advocaten zonder grenzen heeft zich inmiddels met een handjevol verdedigers in Kigali gevestigd. Een van hen is de Belgische Patricia Jaspis. “Ik denk dat een rechtszaak zonder effectieve verdediging geen eerlijk proces kan worden genoemd”, zegt zij en vraagt zich af of de processen niet te vroeg zijn begonnen. “Misschien had de regering nog een paar maanden moeten wachten zodat de aangeklaagden onder betere omstandigheden zouden kunnen worden berecht.” Ze geeft toe zich zorgen te maken over haar persoonlijke veiligheid, maar plaatst het recht op een goede verdediging voor aangeklaagden voorop.
Advocaten zonder grenzen houdt nu nog kantoor in het luxueuze Meridian hotel in Kigali. Via hulporganisaties, die toegang hebben tot de gevangenen, verspreiden ze het nieuws dat zij hun diensten gratis ter beschikking stellen. Daarnaast is het een hele klus voor de advocaten om te achterhalen waar en wanneer een rechtszaak op stapel staat.
Ook kampt Advocaten zonder grenzen met een taalprobleem. Rwanda kent weliswaar drie officiële talen, het Kinyarwanda, het Frans en het Engels, maar de rechtszaken worden alleen in het Kinyarwanda gevoerd. Volgens het ministerie van justitie is daarvoor gekozen omdat de radio de processen uitzendt en Kinyarwanda de enige taal is die iedereen beheerst.
Niet bekend
Niet alle juristen zijn gelukkig met de komst van Advocaten zonder grenzen. Jan van Wieland is een Nederlandse procureur die heeft meegeholpen het justitiële apparaat in Rwanda weer op te bouwen. “Wat levert het op, een handjevol advocaten die misschien 400, 500 mensen kunnen bemannen? En die andere 89 000 dan? Dat is volstrekte willekeur.”
Hij meent dat er alternatieven zijn, zoals een centraal verdedigingssysteem, “want de meeste zaken vertonen grote overeenkomsten”. “Er zou een algemene verdediging moeten worden geformuleerd. Dan kan je de enorme hoeveelheid rechtszaken bemannen met slechts enkele advocaten”.
De Rwandese mensenrechtenorganisatie Cladho ziet daar weinig heil in. Volgens directeur Jean Baptiste Barambirwe moet er een heel leger buitenlandse advocaten naar Rwanda komen om de aangeklaagden te verdedigen. “We hebben contact opgenomen met alle mogelijke organisaties. Alle beschuldigden moeten de kans hebben om te worden bijgestaan door een advocaat. Uit gesprekken met het ministerie van justitie blijkt dat men zich daar bewust is van de problemen en dat medewerking zal worden verleend aan buitenlandse verdedigers. Maar er is haast geboden, grote haast zelfs.” Hoe dan ook zal dat te laat zijn voor een aantal beklaagden die ter dood zijn veroordeeld.
Jean Baptiste Barambirwe is een Hutu. Kalm vertelt hij onder zware sociale druk te staan vooral van de zijde van Tutsi's. “Maar ook Hutu's zijn niet blij met mijn werk. Als beide groepen kritiek op me hebben, dan moet dat toch betekenen dat ik echt onafhankelijk ben.”
De plotselinge start van de rechtszaken, eind vorig jaar, viel samen met de terugkeer van meer dan een miljoen Hutu-vluchtelingen uit Zaïre en Tanzania. Het vermoeden bestaat dat de regering druk heeft uitgeoefend om juist op dat tijdstip met de processen te beginnen. De rechtsgang zou naast genoegdoening naar de slachtoffers toe, ook kunnen dienen als waarschuwing aan Hutu-extremisten en hun volgelingen dat de genocide niet ongestraft blijft. De Rwandese procureur-generaal Simeon Rwagasore ontkent dit. “De rechterlijke macht in Rwanda is onafhankelijk. Het was een juridisch besluit om met de processen te beginnen. Het parlement had in augustus de genocide-wetgeving aangenomen en vanaf dat moment hadden we kunnen beginnen met de rechtzaken. Maar ze zijn pas van start gegaan toen de rechterlijke macht vond dat dat justitiële apparaat voldoende was opgebouwd”.
Er is niet alleen een gebrek aan advocaten, maar ook aan rechters. Via spoedcursussen van drie maanden zijn mensen tot rechter opgeleid. Zij beslissen nu over leven en dood.
Procureur-generaal Simeon Rwagasore reageert boos op de kritiek. “Eerst wil het buitenland dat we zo snel mogelijk met de processen beginnen omdat de gevangenen al jaren in voorarrest zitten. Dan beginnen we met de middelen die we hebben en dan is het weer niet goed. In het buitenland kan men zich blijkbaar geen voorstelling maken van een land dat totaal was verwoest. Er bestond geen regering, geen overheid, geen justitieel apparaat. Kort na de genocide kregen we allemaal schouderklopjes voor het formidabele werk dat we verrichtten. Nu bijna drie jaar later is er alleen nog maar kritiek. Onze wittebroodsweken zijn blijkbaar voorbij.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.