*

 
dossier

Archief

Wat is een goede school

Door: redactie − 09/05/98, 00:00

In volgorde van belang: 1. De identiteit van de school. Wij kiezen voor een prot.-chr. school en verwachten dat het personeel vanuit deze grondslag werkt.

2. Bijna even belangrijk is de kwaliteit van het onderwijs. Leerkrachten moeten niet te gemakkelijk zijn, maar uit het kind zien te halen 'wat erin zit'. Dat kan alleen door hard te werken. Dus niet te veel tijd te vermorsen met allerlei ongetwijfeld leuke activiteiten. De uitslagen van de Cito-toets zijn voor ons van groot belang, hoewel ook moeilijk te interpreteren als er regelmatig geoefend wordt met proef-Cito's.

3. De houding van het personeel moet duidelijk zijn met bepaalde vaste regels die nageleefd moeten worden. Een zekere afstand tussen leraar-leerling lijkt ons heel gezond. Respect voor elkaar is vereist.

4. Als er goed onderwijs gegeven wordt, zal hier de tijd voor buitenschoolse activiteiten grotendeels ontbreken. Correcties moeten door de leerkracht zelf gedaan worden, wil hij/zij inzicht hebben in de gemaakte fouten en deze de volgende keer kunnen voorkomen door uitleg.

5. De informatievoorziening dient goed te zijn. Als deze te wensen overlaat, ontstaat een gevoel van nonchalance. Wij zullen heel blij zijn met de verplichte schoolgids. We proberen alert en kritisch te zijn, omdat de protestantse scholen in onze omgeving op een hand te tellen zijn. J.H.C. Mulder-van Arkel, Den Bosch.

Veel geslaagden, o wat goed! Dit is waar de school het om doet. Een 8, een 9, een 10 misschien. Dit is wat de school wil zien. Maar wordt er ook aan sfeer gedacht? Een sfeer waar ook mag worden gelacht. Een dagje school met soms wat lol.

En eens in de week wat schieten op goal. Is dat nou echt wat Ritzen wil? Naar school om te werken, saai en kil. Je vorming op school, dat is toch van belang. De rest is toch van een andere rang. Om later goed te kunnen functioneren. Moet je meer kunnen dan lezen en leren.

En mis je nu die zin en die lol. Dan betaal je daarvoor later de tol. Dus ik zou zeggen niet meer vrijheid. Want dat is verspilling van deze mooie tijd. Want door meer vrijheid ga je niet harder werken. Dat kan elke leraar dagelijks bemerken. En in invloeden van geloof, geloof ik niet. Zoals je ze in het onderzoek ziet. Het gaat om de manier hoe hier mee om wordt gegaan. Dat leerling en docent er positief tegenover staan. Al met al heb ik een school die mij zint. En ik wilde alleen maar zeggen: dit gun ik ieder kind. Mathien Noordermeer, Wassenaar

Natuurlijk hadden we nagedacht over de schoolkeuze. De bereikbaarheid, het juiste schooltype, de christelijke signatuur, de sfeer, ervaringen van anderen; dit alles speelde een rol bij de uiteindelijke keuze. Maar door de bijzondere gebeurtenis werd mij duidelijk dat er een wezenlijk verschil van inzicht bestaat tussen de school(leiding) en mijzelf met betrekking tot, wat ik noem, het pedagogisch klimaat.

Mijn dochter van 15 maakte tijdens een abdijweekend een ongeoorloofd uitstapje naar de plaatselijke discotheek. Zij werd met 5 andere boosdoeners naar huis gestuurd. De straf die volgde, was in mijn ogen buitenproportioneel: een strafmiddag, uitsluiting van schoolfeesten en van alle buitenlesactiviteiten gedurende de rest van het schooljaar, uitsluiting van reizen in het daarop volgende schooljaar.

Ik keur het gedrag van mijn dochter af. Ik vind ook dat ze straf verdiende. Ik vind echter de aard van de straf en in nog sterkere mate de duur ervan niet in verhouding staan tot het vergrijp. Jongeren verkennen grenzen en gaan er soms overheen. Dat is inherent aan opgroeien. Opvoeders (ouders en school) staan enerzijds voor de opgave om grenzen duidelijk aan te geven en om grensoverschrijdend gedrag te corrigeren. Anderzijds dienen opvoeders te kunnen relativeren, dienen zij de jongeren opnieuw vertrouwen te geven. Dat samenspel zorgt voor een gezond pedagogisch klimaat waarin jongeren op kunnen groeien tot verantwoordelijke volwassenen.

Ouders en school zouden elkaar daarbij moeten ondersteunen. De reactie van de schoolleiding in deze kwestie maakte het mij onmogelijk om hierin samen met de school op te trekken. Ik betreur dat zeer. Joke Harms, Hoorn

Wat bij onze schoolkeuze de doorslag heeft gegeven, is het duidelijke beleid dat de door ons gekozen school voorstaat. In voorlichtingsavonden en in gesprekken met docenten kwam het beleid van de school ten aanzien van identiteit, zorg en aandacht voor de kinderen en discipline op een duidelijke manier naar voren. Voor ons gevoel sluit dit beleid en daarmee de schoolsfeer aan bij de sfeer die we in ons gezin proberen te creeren. De verschillende docenten konden het beleid van de school zo verwoorden, dat wij een redelijk beeld kregen hoe de school haar christelijke identiteit in praktijk brengt.

Dagopeningen, concreet aangeduide zorg voor de leerlingen en duidelijke regels helpen mee een sfeer te scheppen waarin de leerlingen, zoveel als mogelijk, tot hun recht komen. Goede resultaten zijn belangrijk, maar ook de buitenlesactiviteiten vormen een wezenlijk onderdeel van het schoolleven. We denken dat de docenten een eerlijk beeld van de school probeerden te schetsen; niet mooier of beter dan de school in werkelijkheid is. De toekomst zal voor ons moeten uitwijzen of onze bevindingen waaar blijken te zijn. Familie De Reuver, Boskoop

Op het gevaar af te generaliseren en als criticus van het reformatorisch onderwijs bestempeld te worden, wil ik als moeder van zeven kinderen, van wie er twee het voortgezet en vier het basisisonderwijs volgen, mijn droom van een goede school kenbaar maken.

Wat zou het aardig zijn als het kastenstelsel zou verdwijnen en leerlingen en docenten geen twee fronten meer vormden. Ook pubers kunnen zelfstandig denken en zijn in staat om naar redelijke argumenten te luisteren. Meer interactie in de lessen, wat zou het resultaat er anders uitzien. En wat te denken van de groepsleerkracht midden in de groep, figuurlijk, maar waarom ook niet letterlijk? Stel dat ze de groep vaker mee naar buiten namen, naar musea, naar waar ze het in de les over hebben.

Zouden mijn kinderen niet meer grip op de leerstof krijgen? En hun motivatie zou een heerlijke hoogte bereiken. Hoe waardevol zou het zijn als ze leren sociaal te zijn. Leren dat alle mensen waarde hebben, of je nu links of rechts denkt, bruin of wit bent, op of naast het gebaande paadje loopt. Resultaat is toch niet het enige wat geldt? Leer kinderen gelukkig te zijn met zichzelf, met hun naaste en met een geloof in Jezus Christus. Blijft dit een droom? Misschien word ik nog eens minister van christelijk onderwijs. Gerda van Braak-van Vliet, Ermelo

Ik zit in groep acht van de Amalia Astroschool in Baarn en ik heb erg zin in de grote school. Ik ben 12 jaar en ik zit op een christelijke school. Toen ik voor het eerst op de school kwam waar ik ben toegelaten, vond ik de school al best gezellig en er hing een goede sfeer. Zoiets had ik niet toen we met de hele klas naar een school gingen om te kijken hoe het daar toeging. Natuurlijk is het op 'open dagen' altijd iets mooier dan in werkelijkheid.

Maar toen ik een proefles mocht meemaken op die school vond ik het nog steeds een leuke school. Dat deze school een heel laag cijfer kreeg in het Trouw-onderzoek hield mij totaal niet tegen bij het uitzoeken naar een geschikte school voor mezelf. Ik denk dat het aan iedere school een cijfer geven wel een stukje duidelijkheid schiep bij school en kind. Dat lage schoolcijfer vond ik helemaal niet passen bij die school. Ook speelde bij mijn schoolkeuze mee dat mijn broer en zus ook op die school zaten. Ik had ook een tijdje gedacht aan een Engelstalige school. Dat zou wel handig zijn als ik later ergens anders wil studeren. Maar dan zou ik nu Engels moeten leren. Dat heb ik er niet voor over. Want dat moet ik dan wel 6 jaar lang volhouden. Tamarah Andriessen, Baarn

Ik ben 15 jaar en leerling van de scholengemeenschap de Amersfoortse Berg, klas 3 atheneum H. Een school die in het Trouw-onderzoek Schoolprestaties bedroevende resultaten opleverde. Daar kan ik natuurlijk niks tegen inbrengen: het is puur objectieve informatie. Maar zeggen deze feiten ook maar iets over de school, de sfeer, de cultuur, de leraren en alles wat een school tot een school maakt? Nee, absoluut niks.

Wat meteen al opvalt, als men de school binnenloopt, is de kleurigheid die het geheel uitstraalt. Als versiering van de muur is gekozen voor eigen werk van de leerlingen: een enorme muurschildering, van twee zoenende mensen, met het onderschrift 'Kus me snel, straks gaat de bel'.

In de aula en de gangen van het grote schoolgebouw hangen tekeningen en schilderingen van leerlingen. Meest opvallend is toch wel de kleur die is gekozen voor de muur van de ontvangsthal: niet wit maar dieproze. Niet dat dit mijn lievelingskleur is, maar het zegt toch wel wat over de originaliteit van de school. Wat mij toch wel het meeste aantrekt is de informaliteit van de school.

Geen starre gezichten (een beetje dat oude schoolmeester-idee), er zijn eerder uitdrukkingen te lezen als 'ik help jou' of 'we horen een beetje bij elkaar'. Dat klinkt wellicht cliche, maar het is wel zo. De leerkrachten zijn er niet zozeer om onderwijs te geven, maar om de leerlingen te helpen bij iets wat hen interesseert. De leerkrachten staan zo ontzettend dicht bij de leerlingen: je kunt leuke, persoonlijke gesprekken met hen hebben. En dat is precies wat ik met informaliteit bedoel. Mijn school is gewoon een beetje een rommelig schooltje. Niet alles precies goed geregeld, alles strak en gedisciplineerd, maar gewoon een lekker boeltje. En dat is nou precies, wat mij zo aan de Amersfoortse Berg bevalt. Casper Boas, Amersfoort

Voor mij is een goede school: 1. Een school waarin leraren en leerlingen elkaar kennen en waar leerlingen een zodanig contact met de mentor hebben, dat zij zich 'thuis' voelen. Dus stoppen met de fusies van scholen en kleinere vestigingen handhaven.

2. Een school waar de contacten tussen de ouders en de mentor of schoolleiding zodanig zijn, dat er bij problemen op vertrouwd kan worden dat afspraken nagekomen worden.

3. Een school waar leerlingen (die in de puberteit zijn) begrepen worden als er afwijkend gedrag vertoond wordt en die niet uit gemakzucht uit de les gestuurd worden of zelfs geschorst.

4. Een school waar sociale vaardigheden onderdeel van de lessen zijn en waarbij aangegeven wordt wat het belang van school is tot de arbeidsmarkt.

Mijn beide kinderen, nu 19 en 15, hebben zich niet gelukkig gevoeld op een grote school (Schoterscholengemeenschap Haarlem) en presteerden slecht, terwijl testen uitwezen dat ze veel meer in hun mars moesten hebben. Zodra mijn zoon na havo-3 op een kleine school kwam, het Maritiem Instituut, en doelgericht ging studeren, ging het perfect. Mijn dochter heb ik het derde jaar mavo na het tweede jaar terug laten zetten (met haar volledige instemming) op een kleinere school met strak regiem, dacht ik, de Hartenlust Mavo Bloemendaal.

Maar zij vond het wel macho om dwars te liggen in de klas, werd er vaak uitgestuurd en uiteindelijk geschorst. Ondanks vele contacten met de mentor gaf deze aan dat hij zijn collega's niet in de hand had en dat mijn dochter haar gedrag eerst diende te veranderen. Uiteindelijk kregen wij het advies haar van school te halen.

Ook met spijbelen kregen wij niet aldoor bericht dat zij niet op school was. Door de vele opgelopen hiaten zag zij de school niet meer zitten. Ik heb nu een dochter thuis die allergisch is voor school. Wij hebben het gevoel dat wij in de kou staan. Natuurlijk is ze niet makkelijk, maar met de juiste aanpak had wel wat bereikt kunnen worden. Nu de school afgehaakt heeft, kunnen wij niet veel meer doen dan haar proberen te begeleiden naar een arbeidsplek (op haar niveau!) en een opleiding zoeken in het kader van het leerlingwezen.

Terwijl je eigenlijk verwacht dat de leraren juist toegerust moeten zijn om dit soort problemen te kunnen herkennen en beantwoorden. Ik vind uit de les sturen en kinderen aan hun lot overlaten een slechte zaak. Scholen moeten zorgen dat ze toegerust zijn om deze problemen te kunnen opvangen en adequaat te beantwoorden. Wij hebben een verantwoordelijkheid in deze als ouders, maar op de momenten dat wij naar ons werk zijn, heeft de school de verantwoordelijkheid om leerlingen te motiveren en problemen te signaleren en aan te pakken. Mary van der Horden, Velserbroek

Met tegenzin ging ik naar school en soms ging ik zelfs niet wegens de zogenaamde schoolziekte. “Zit ik op een slechte school?”, vroeg ik me af. Maar ja, hoe kom je daar achter? Natuurlijk! Trouw heeft een onderzoek gepubliceerd en daar staat het waarschijnlijk in. Maar het bleek dat die schoolziekte aan mezelf lag, want mijn school had een voldoende gekregen.

Of had Trouw een fout gemaakt? Ik kwam er niet uit en vergat de kwestie. Het jaar ging voorbij. Ik had toch goede tot zeer goede cijfers, ook al was het een niet zo fijn jaar geweest en ik mocht het een treetje hoger op de educatieve ladder proberen. Ik kwam in een fijnere klas, ik was nooit meer 'ziek'. Ik ging met al mijn klasgenoten goed om en ik stapte 's ochtends fluitend op de fiets. Ik keek niet alleen meer 's avonds naar de TV, maar maakte ook mijn huiswerk. Al deze dingen maakten dat ik zelfs hogere cijfers haalde dan het jaar ervoor.

Maar hoe goed is mijn school nu uiteindelijk? En kan dat wel becijferd worden? Natuurlijk niet. De vraag moet zijn: 'Hoe goed is een school voor een kind?' Dat is voor elk kind anders, want elk kind is anders. En de school is niet overal gelijk, maar heeft verschillende klassen met in elke klas weer een andere sfeer. Om nu voor elk kind uit te zoeken wat de beste school voor hem is, is niet door een krant te doen en die bijlage zou dan wel heel erg dik worden. Nu past de klas bij mij, ik heb de goede klas (en school) gevonden. Ook al heeft hij maar een 6 gekregen, voor mij is het meer dan een voldoende. Arjan Seesing, Hoogvliet

Yeah right, de perfecte school, ik ga je niet helpen zoeken. Je zult hem namelijk niet vinden. Ik zal het proberen uit te leggen. Waar gaan we op letten? Grootte, slagingspercentages en reputatie? Nee, kom nou toch. Een perfecte school waar je je kunt inschrijven en zodoende een goede opleiding kunt genieten, is niet een gebouw of instelling. Nee, de beste opleiding zit in jezelf.

Slimme mensen hebben er ooit een moeilijk woord voor verzonnen: autodidact. De enige die een persoon goed les kan geven, is die persoon zelf. Een leraar weet niet hoe jij het liefst informatie opneemt. Waarom laten ze de jeugd het dan niet zelf doen? Hoe komen we aan informatie? Die zal op een school via biblio- en mediatheek verstrekt moeten worden.

Leerlingen worden gek van het verplichte herkauwen van de stamppotvakken. Laat ze zelf de vakken doen waar ze zich werkelijk voor interesseren. Als ze dat ontieglijk saaie dat lesgeven heet er nu eens uitgooien, dan zou het onderwijs in Nederland niet op zo'n laag pitje staan. Als tweede oorzaak dat scholen nog steeds bestaan wil ik de laksheid van de Nederlandse jeugd aandragen. Scholen zijn er alleen nog maar om orde te houden. Het is jammer genoeg namelijk zo dat wanneer de jeugd wordt losgelaten, zij de kantjes ervan afloopt. Ondanks deze bezwaren wil ik er toch voor pleiten de leerlingen vrij te laten. En wanneer ze dan toch in de problemen komen, is dat hun eigen schuld. Iedere gezonde tiener wil toch zelfstandigheid? Geef hem en haar dat dan! Kortom: de beste school zit in jezelf. Kees van der Pols, Abbenbroek

Ik ben 16 jaar, en zit in de vierde klas van het Atheneum, op het Augustinus College te Groningen. Er waren drie scholen waar ik een vwo-opleiding kon doen die ik kende, omdat er eerder leerlingen van de basisschool heen waren gegaan en omdat ze redelijk in de buurt waren. Ik wilde in ieder geval naar de stad. Daar zijn meer verschillen tussen de leerlingen, omdat niet iedereen uit dezelfde regio komt.

Daardoor kun je meer jezelf blijven, je hoeft niet zo nodig bij een bepaald groepje te horen. Kiezen tussen de scholen was moeilijker. Ik had een subjectief beeld van het gymnasium, omdat mijn broer daar op school zat. Hij vond het daar niet leuk (en zit inmiddels bij mij op school). Hij vertelde toen niet zoveel, maar uit wat hij vertelde, maakte ik op dat ik het daar ook niet fijn zou krijgen. Nu ken ik meer mensen op het WLG, of die erop gezeten hebben, en ik heb mijn mening wel veranderd.

Als ik toen wist wat ik nu weet, had ik wellicht een andere keus gemaakt. Maar mijn broertje zit nu in groep 8, hij heeft een beter beeld gekregen van het WLG, en gaat er straks ook naar toe. Als ik naar het gymnasium ging, was ik de enige van mijn basisschool, als ik naar het 'Aug' ging, niet. Dat was doorslaggevend voor mijn keuze. Ik ben nog wel naar een aantal open dagen geweest, maar die hebben nauwelijks invloed gehad.

Zoals ze zich presenteerden, leken alle scholen wel leuk, daar kon je niet echt op af gaan. Als toen een gids bestond waar het percentage geslaagden in stond, had ik die niet echt kunnen gebruiken bij mijn schoolkeuze. Ik had het, denk ik, nuttiger gevonden als ik wist hoeveel er aan buitenschoolse activiteiten en excursies gedaan werd. De scholen zeggen dat zelf wel in hun promotiefolders, maar het is moeilijk te zeggen hoe betrouwbaar dat is. Dieuwy Solle, Oldekerk

Een goede school heeft mensen die de leerlingen kunnen stimuleren, met name op intellectueel gebied. Hiermee bedoel ik het helpen van leerlingen om een zo hoog mogelijk niveau te bereiken. Voor zwakkere leerlingen wordt dit vaak al gedaan, zoals ook uit slagingspercentages blijkt: zij worden opgetrokken tot een voldoende met faalangstbegeleiding, huiswerkbegeleiding, bijles en dat soort dingen.

Dat is ook belangrijk. Maar betere leerlingen laat men vaak maar wat aanklungelen. Zolang zij redelijke punten halen, is het al goed. Veel van die leerlingen verliezen dan echter hun motivatie, omdat ze een uitdaging missen. Ook goede leerlingen moeten naar de top van hun kunnen gebracht worden en leren werken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door ze extra stof te geven, of moeilijkere stof, die dieper op de onderwerpen ingaat die de rest ook moet leren. Belangrijk hierbij is echter dat goede leerlingen niet geisoleerd raken van de groep, en uitgescholden worden voor 'stuud'. Hier ligt ook een belangrijke taak voor de school.

Ik pleit dus voor een soort scholengemeenschap, niet opgedeeld in alleen mavo, havo en vwo, maar in individuen, die geleerd hebben samen een groep te vormen en weten waartoe ze ieder voor zich in staat zijn. Manon Geven, Eindhoven

mailIcon print |