*

 
dossier

Archief

Sterke vergrijzing onder vrijwilligers in de kerk

Door: redactie − 28/11/97, 00:00

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - Het bijna 300.000 personen tellende vrijwilligerscorps in de r.-k. kerk is in tien jaar fors ouder geworden, door hun trouwe dienst en door gebrek aan jonge instroom. Per parochie zijn ongeveer 170 vrijwilligers actief, omgerekend dertien full time (onbetaalde) banen per parochie.

Dit zijn uitkomsten van een onderzoek naar het vrijwilligerswerk binnen de r.-k. kerk. Het is voor de derde keer dat het Kaski, het Katholiek sociaal-kerkelijk instituut, een dergelijke studie maakt. Eerder was dat het geval in 1977 en 1987; voor het eerst heeft het Kaski niet alleen pastores en kerkbestuurders, maar ook de vrijwilligers zelf ondervraagd.

Naarmate het priesterbestand terugliep is de r.-k. kerk van clericale volkskerk steeds meer een vrijwilligersorganisatie geworden. Op de gemiddelde zondag in de gemiddelde kerkdienst is een op de drie aanwezigen wel op een of andere manier actief in het parochieleven ingeschakeld: koor, catechese, liturgie, diaconie, zorg voor gebouwen enzovoorts.

Het Kaski heeft in kaart gebracht wat men aan vrijwilligerswerk doet, hoeveel uur per week, met welke motivatie, hoelang al; het heeft gevraagd of de mensen zich voldoende toegerust voelen en zo nee, of men daar iets aan wil doen - of men zich overvraagd voelt, miskend of gewaardeerd, of er conflicten zijn (valt wel mee), hoe het zit met onkostenvergoeding (matig) enzovoorts. En van de beroepsmensen, de bezoldigde pastores, wilde het Kaski weten hoe zij tegen die vrijwilligers aankijken, hun werk, hun (gebrek aan) deskundigheid en inhoudelijke inbreng.

Nog steeds is de meerderheid van de r.-k. vrijwilligers vrouw (drie tegen twee), nog steeds stemt de absolute meerderheid CDA. Waarom doen die mensen al dat nobele werk? Het hoogst scoren niet 'zelfontplooiing', 'evangelische bevlogenheid' of 'behoefte aan sociaal contact', maar 'verantwoordelijkheidsgevoel' voor de parochie. Dat gevoel houdt mensen waarschijnlijk ook lang vast: bijna iedereen die in 1987 vrijwilliger was is het nu nog; dat is enerzijds een goed teken, maar is tevens oorzaak van de vergrijzing. Opvallend is dat de priesters een stuk milder of positiever oordelen over de vrijwilligers, hun inbreng en vaardigheden dan de (niet-gewijde) pastorale werk(st)ers, wier waardering op onderdelen tien tot 25 procent lager scoort.

Misschien een cijfer dat nog meer te denken geeft is de geringe aandacht in het vrijwilligerswerk voor de diaconie; deze lijkt op de terugtocht, terwijl de kerk met bisschop Muskens voorop er met de groeiende kloof tussen armen en rijken een speerpunt van zou willen maken.

mailIcon print |