De vorst duurde langer dan een week en prompt meldde zich het Tweede-Kamerlid, de PvdA'er Van Zijl, die pleitte voor een koudetoeslag voor de laagste inkomens. Het begint een ritueel te worden: zodra de temperatuur een aantal dagen onder nul blijft, klinkt in dit land tegelijkertijd de roep om Elfstedentocht en koudetoeslag.
We doen er luchtig over, maar de fundamentele oorzaken van dit terugkerend pleidooi zijn ernstig genoeg. Het sociaal minimum op zichzelf is in Nederland voor grote groepen niet langer toereikend. Armoede is terug in een van de rijkste industrielanden van de wereld. Armoede die vooral bepaalde groepen treft: alleenstaande ouders in de bijstand en weduwen met alleen een AOW-uitkering. Waarbij het grootste probleem nog is, dat juist dezen de weg niet kennen naar voorzieningen om de bijstand aan te vullen.
Het zijn de gemeentes die over die extra voorzieningen moeten beslissen. De gemeentes, zo was daarvoor de redenering, kunnen beter dan de centrale overheid individuele gevallen beoordelen. Het is daarom vreemd dat Van Zijl, alsof er sinds die tijd niets veranderd is, nu toch weer pleit voor een landelijke regeling à la het kolengeld uit vroeger tijden.
Laat nu eerst eens duidelijk worden hoe hoog de gasmeter straks (want deze winter wordt pas veel later afgerekend) zal staan. Laten de gemeentes intussen contact zoeken met de mensen die nu al voor 'het lijden dat zij straks vrezen' hun kachels nauwelijks durven op te stoken en hun duidelijk maken wat de mogelijkheden voor bijzondere bijstand zijn. En laat de overheid, als dan te zijner tijd mocht blijken dat de hiervoor bestemde fondsen niet toereikend zijn, deze fondsen aanvullen. Dan hoeft niemand nu al op voorhand in angst en zorg en vooral in de kou te zitten. En hoeven politici zich niet op te werpen als kampioen van de armen door al voorbarig te roepen om een koudetoeslagregeling, maar worden de armen wel geholpen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.