*

 
dossier

Archief

theater

HANS ORANJE − 28/09/95, 00:00

Te zien in De Brakke Grond in Amsterdam t/m 30/9; 3/10 Haarlem (Toneelschuur), 4 Arnhem, 5 Groningen, 7 Rotterdam (Lantaren/Het Venster), 11 Maastricht.

Bij de voorstelling van Ovidius' 'Metamorphosen' bij het Vlaamse gezelschap De Tijd hoeft de toeschouwer niet bang te zijn dat hem iets van belang ontgaat, omdat hij de mythologische verhalen niet kent. Uit de twee jaar geleden verschenen, prachtige vertaling van M. d'Hane Scheltema hebben regisseur Lucas Vandervost en de vijf acteurs een keus gemaakt voor een verhalende voorstelling die een betoverende en betoverde sfeer oproept. Beginnend bij Europa, de koningsdochter die door Zeus in de gedaante van een zachtbehaarde, jonge stier wordt verleid, klimt de voorstelling als de zon aan de hemel in een stralende spanningsboog langs verhalen en fragmenten van verhalen, en eindigt zij wondermooi bij de schepping van de wereld, daar waar Ovidius zijn dichtwerk begint.

In die tocht langs de hemel wordt het verhaal van Phaëthon in zijn geheel verteld. De zoon van de Zon had listig bij zijn vader bedongen dat hij voor één dag de zonnewagen mocht mennen. Maar niet opgewassen tegen de vurige paarden zet hij de wereld in brand. De beeldbeschrijving door Dirk Buyse, Jobst Schnibbe, Tania Van Der Sanden, Tom Van Dyck en Rita Wouters is intens, nu eens versnellend, zoals in de welluidende catalogus van bergen die Phaëthon op zijn jammertocht in brand zet, dan weer vertragend, zoals in de onderbreking van dat verhaal door het droeve relaas van de nimf Daphne die, door Apollo achtervolgd, op haar gebed in de laurierboom verandert.

'Haar armen groeien uit tot takken en haar haar tot loof, haar voeten, eerst zo snel, zijn nu verstokt tot trage wortels.' De voorstelling van De Tijd gaat voortdurend op en neer tussen beelden van verstarring en verstening aan de ene kant, en het op- en wegvliegen van vogels, het zoeken van de hoge lucht aan de andere kant. Daarmee reiken Vandervost en zijn acteurs verder dan het brengen van een sfeervolle en feestelijke vertelling: ze creëren een verbeelding van de mens, de mythische gedaanteverwisselingen zijn als een donkere spiegel waarin de herinnering zich schuil houdt.

Gips-pap Een sleutelpassage in de voorstelling lijkt me daarom die van Narcissus, die gevangen is door de schoonheid van zijn eigen spiegelbeeld in de vijver. Hij reikt verlangend naar die ander, die ook zijn handen naar hem uitstrekt. Maar, 'wat je begeert, is nergens'. Dan grijpt De Tijd naar een prachtige theatermetafoor: Narcissus smeert zijn naakte lichaam in met een gips-pap, en versteent tot het beeld 'De denker' van Rodin.

Vrijwel alles aan deze voorstelling is perfect: het toneelbeeld van Erik Lagrain, de muzikale intermezzi, en bovenal de schitterende dictie van de verzen. De boekrecensenten die twee jaar geleden met de zevenvoetige jamben van mevrouw d'Hane de vloer aanveegden, worden hier overdonderend in het ongelijk gesteld. Dat af en toe de klemtoon van een naam verkeerd ging (Semirámis, Aeólus) wordt het gezelschap De Tijd hartelijk vergeven.

mailIcon print |