UTRECHT - “Moet je bij jullie per se douchen na de gym?” vraagt Derk Tel (11) aan een docent van het Utrechtse Meerstroom College. Het is een van de drie vragen waarmee hij de scholen bestookt die zich presenteren op de Scholeninformatiemarkt.
In Utrecht worden sinds deze week op diverse basisscholen informatiemarkten gehouden, bedoeld om leerlingen en hun ouders te helpen bij de schoolkeuze voor voortgezet onderwijs. En dat is welkom. De moeder van Raffaele Copia vindt de schoolkeuze moeilijk. “Ik weet er niets van, Raffaele is m'n eerste die naar de hogere school gaat. Hij wil naar het Gregorius College. Ik weet niet wat voor school dat is, maar als hij dat leuk vindt, is het best.”
Derk bezoekt de markt op de Maliebaanschool in Wittevrouwen, een van de betere buurten. Hij is door zijn school naar deze markt verwezen. Zijn moeder is er ook, maar die zit met een andere moeder koffie te drinken. Hij heeft haar niet echt nodig. De leerlingen moeten zelf kiezen, is het motto in Utrecht.
Met zijn in de klas voorbereide vragenlijstje in de hand loopt hij de lokalen af waar de scholen hun stands hebben ingericht. Hij wil weten of je van school af moet als het niet goed gaat. En of je naar de mavo mag als je juist wel goede cijfers haalt. Maar eigenlijk weet Derk het al. Hij wil kok worden en dan moet je naar de Meerstroom, weet hij. Da's nog lekker dicht bij huis ook.
Ronnie van Tessel (12) heeft zijn keuze ook al bepaald. Het moet de thuiswerkvrije Majelle mavo worden. Daar is het tof weet hij, want je hoeft er geen huiswerk te maken. “Het is dus niet moeilijk en na school kun je altijd lekker buiten spelen.” Helaas is het nog niet zeker of hij wel zal worden toegelaten. Hij heeft het advies van de basisschool al in zijn zak, zoals alle kinderen. Dat luidt vbo/mavo. Maar omdat de Majelle mavo geen vbo heeft, moet er een eenduidig 'mavo' uit de Citotoets komen. Die toets wordt volgende maand afgenomen. De uitslag is eind februari bekend.
Het schoolkeuzeproces wordt in Utrecht sinds enige jaren begeleid door het School Advies Centrum. Daar steken de scholen de koppen bij elkaar om data af te spreken voor informatiemarkten en voor open dagen. Er worden boekjes gemaakt waarin kenmerken van alle Utrechtse scholen naast elkaar worden gezet. Het is zakelijke informatie over studielessen, de inrichting van de brugperiode, kosten, schoolverzuim en het onderwijsaanbod. Kwantitatieve kwaliteitsaspecten, zoals het slagingspercentage van een school, worden daarin niet besproken. Ze ontbreken ook in de lijstjes met aspecten waarop ouders worden geadviseerd te letten bij de schoolkeuze.
Corrie de Wit, moeder van Dorien Aanstoot, is tevreden over de informatie. Ze gebruikt niet alles, ze heeft haar eigen prioriteiten. Ze let vooral op de sfeer op school, hoe er met leerlingen wordt omgegaan en of er buitenschoolse activiteiten zijn.
Op zaken als het percentage zittenblijvers of uitvallers richt ze zich niet. “Maar dat vind ik wel een belangrijke discussie. Ik ben daarover gaan denken na dat onderzoek in Trouw. Cijfers zeggen niet alles. Een keertje zittenblijven is niet zó erg. Maar er moet natuurlijk wel worden gewerkt.”
Na het onderzoek Schoolprestaties van oktober waren veel scholen bang dat ouders zich exclusief op de uitkomsten daarvan zouden richten bij de schoolkeuze. Van elke school voor voortgezet onderwijs werden de percentages allochtonen, onvertraagd geslaagden, zittenblijvers en uitvallers op een rijtje gezet, evenals het gemiddelde eindexamencijfer voor enkele vakken. Om ook iets over de toegevoegde waarde van de school te kunnen zeggen, tenslotte wordt een examenresultaat niet alleen bepaald door de capaciteiten van een leerling, maar ook door de inzet van de school, ontwikkelde prof. J. Dronkers van de Universiteit van Amsterdam een rapportcijfer voor elke school.
Op de informatiemarkt op de Maliebaanschool speelt het Trouw-onderzoek geen rol. Ouders stellen dezelfde soort vragen als vorig jaar, aldus diverse standhouders. Geen enkele school wordt ter verantwoording geroepen over een laag rapportcijfer.
J. Th. K. Marcelis, rector van het Stedelijk Gymnasium dat een vijf kreeg, is daarover niet verbaasd. “Dat heb ik steeds voorspeld. Ouders die een school moeten kiezen, denken positief en gaan ervan uit dat hun kind niet uitvalt of blijft zitten. Ik vind dat onverstandig. Je moet je als ouder afvragen of je kind wel op een school thuishoort. Kijk maar naar het Montessorionderwijs, dat er in het onderzoek zo afschuwelijk is afgekomen. Ouders zijn gecharmeerd van de zelfstandigheid die er op die scholen van leerlingen wordt gevraagd. Maar na een paar jaar beginnen ze zich af te vragen of het toch niet belangrijk is dat hun kinderen wat meer op de inhoud van het examen worden voorbereid.”
Voor leerlingen zijn slagings- of uitvalpercentages helemaal niet aan de orde bij de schoolkeuze. “Dat zie ik dan wel weer”, zegt Okke Merkx (11), die een gymnasium aan het uitzoeken is. Hij let vooral op de grootte van de klassen en of je zelf mag weten naast wie je gaat zitten. Bij de kraam van het Christelijk Gymnasium vraagt hij Fred Schouten, conrector en docent klassieke talen, of hij zijn baret mag ophouden in de klas. “Dat mag niet van alle docenten, maar van mij wel”, antwoord Schouten. “Ik vind het veel belangrijker dat er geen stomme dingen onder die pet vandaan komen. Daar heb ik een ontzettende hekel aan.”
Okke is tevreden. “Ik vind het niet erg als ik geen pet op mag. Maar ik vind het wel belangrijk om dat te weten, want nu draag ik er elke dag een. Ik wil niet iets fout doen omdat ik niet weet dat het fout is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.