In 1881 werd de vraag of een vrouw notaris zou mogen zijn voor het eerst gesteld, maar het zou nog tot 1947 duren voor de eerste vrouwelijke notaris - mejuffrouw C. Bletz - werd benoemd. Nog steeds telt de Koninklijke Notariële Broederschap (KNB) weinig vrouwen, maar een doorbraak dient zich aan: onder de studenten notarieel recht is al zestig procent vrouw.
“Sinds Bletz zijn nu vijftig jaar verstreken en in al die vijftig jaren zijn er maar 49 vrouwen als notaris beedigd. Je zou dus kunnen zeggen dat het aantal vrouwelijke notarissen gemiddeld met één per jaar toegenomen is: toen ik dat besefte, kreeg ik het idee om wat te doen”, vertelt mr. A. van Berge, zelf notaris op een klein kantoor te Amsterdam.
Van Berge is sinds 1983 notaris. Dat ze notaris is geworden, noemt ze 'toeval'; als afgestudeerde in zowel rechten als notarieel recht heeft ze in een grijs verleden zelfs eerst nog gesolliciteerd op een baan als advocaat. “Maar daar vroegen ze of ik getrouwd was en dacht kinderen te zullen krijgen. Dat vond ik niks en toen ik even later een vacature voor kandidaat-notaris onder ogen kreeg, besloot ik daarop te reageren.”
Aldus begon ze in 1971 en sindsdien heeft ze nooit iets anders meer gewild. “Een hartstikke leuk beroep”, vindt Van Berge. “Omdat ik van mensen hou, vind ik het elke dag opnieuw weer leuk. Zo had ik één keer drie kinderen van één en dezelfde vader maar drie verschillende moeders hier aan tafel. Tot mijn verbazing ontmoetten die elkaar voor het eerst: dat was een heel mooi moment, jaren later hadden we nog allemaal contact.”
Juist vanwege de dagelijkse omgang met veel verschillende mensen, vindt Van Berge het notaris-vak voor vrouwen zo geschikt. “Je moet van mensen houden, goed kunnen luisteren en praten en in mensen geïnteresseerd zijn: daar zijn vrouwen goed in.”
Desalniettemin kan ze zich nog steeds verbazen over al die jaren waarin ze nauwelijks vrouwen had als 'maat'. Vrouwelijke kandidaat-notarissen kwamen er steeds meer, maar onder de notarissen zijn nog maar bitter weinig vrouwen. In een artikel las ze enkele maanden geleden de argumenten die tot 1947 werden aangevoerd om vrouwen in dit beroep te weren: naast min of meer formele argumenten beriepen de toen werkzame notarissen zich vooral op de in hun ogen negatieve kwalificaties van de vrouw voor dit beroep. Zo zou de emotionele belasting te zwaar zijn, zouden ze geen geheimen kunnen bewaren, geen grote lijnen kunnen zien en moeite hebben met objectiviteit. “Een vrouw stelt zich partij en kan dit krachtens hare natuur niet laten”, zo schreef bijvoorbeeld een meneer Van Doesburgh in 1931 nog in volle overtuiging op.
Toen Van Berge besefte dat het dit jaar precies vijftig jaar geleden is dat Bletz als eerste vrouwelijke notaris de broederschap binnendrong, leek het haar leuk deze gelegenheid aan te grijpen een bijeenkomst voor al haar vrouwelijke collega's te beleggen. Als thema zouden ze het dan over werken in deeltijd kunnen hebben, een onderwerp dat onmiddellijk - veel meer dan ze zelf gedacht had - ook haar mannelijke collega's bleek te trekken. Omdat ze de organisatie van een zo grote bijeenkomst niet op zich wilde nemen, vroeg ze het KNB-kantoor om hulp. “Zo kwam van een klein idee iets groots. Uiteindelijk wordt het een groot symposium voor vrouwen en mannen, op 7 februari, over parttime werken. Als puntje bij paaltje komt, ben ik overigens benieuwd hoeveel mannen écht structureel minder willen werken.”
Dat ook de KNB het onderwerp graag breed binnen de beroepsgroep wil bespreken, laat zich makkelijk verklaren. In de notaris-branche gaat het immers net als overal: een stijging van het aantal vrouwen betekent automatisch een toename van het in deeltijd (willen) werken. Van de studenten notarieel recht is nu al meer dan de helft vrouw, maar als de wet blijft zoals ze is, kunnen deze vrouwen niet als deeltijd-notaris werken. “Kandidaat-notarissen kunnen dat wel, maar notarissen niet”, legt Van Berge uit. “Een notaris die er een dag niet is, is verplicht voor een waarnemer te zorgen en dit te melden aan de Kamer van toezicht. Formeel moet dit al bij elke dag afwezigheid opnieuw. In het geval van een parttime werkende kan dat natuurlijk niet.”
Deze wet zal dus gewijzigd moeten worden en verder is het vooral een kwestie van mentaliteitsverandering, is de persoonlijke mening van Van Berge. Waar een wil is, is een weg, ook al ziet zij drommels goed de moeilijkheden voor een notariskantoor waar vrouwen of mannen in deeltijd werken. “Voor onze klanten kan dat ronduit lastig zijn. Officieel zijn wij 'openbaar ambtenaar' met een bereikbaarheidsplicht. Alleen een notaris kan immers een testament of transactie voor onroerend goed of aandelen passeren.”
Dat veel meer vrouwen nu notaris willen worden, verklaart Van Berge uit het maatschappelijke verschijnsel dat sowieso meer vrouwen willen werken. Juist het notaris-beroep zou aantrekkelijk worden gevonden, vermoedt Van Berge, omdat het veilig en beschermd is. “Dit is een gevoel dat ik nog niet echt kan staven, maar ik hoor het ook veel om me heen. Het beroep van notaris is niet hard. De verhalen van vrouwen uit andere beroepen, herken ik niet: een notaris hoeft niet te vechten om overeind te blijven, ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik moest opboksen tegen een man.”
Het gegeven dat inmiddels 650 van de 1500 kandidaat-notarissen vrouw zijn, roept de vraag op of het vak alleen om die reden al verandert. Tot haar schrik heeft Van Berge mannelijke artsen bijvoorbeeld horen zeggen dat de 'feminisering' van hun beroep slecht is voor het vak. “Daar heb ik veel over gedacht, maar voor ons vak geloof ik daar niet in. Natuurlijk zijn we anders: minder commercieel, meer plichtsgevoelig en meer gericht op de persoon. Maar of het vak zelf daardoor verandert?”
Wél toont ze zich verheugd dat de grote aandacht voor het symposium nu eens “positief” is. Meestal wordt de notaris immers louter als geldwolf neergezet, of als de stoffige, grijze, droge man die louter oog heeft voor kleine lettertjes en contracten. “Dit beeld overheerst helaas nog steeds. Zelf merk ik vaak dat mensen niet eens weten dat er überhaupt vrouwelijke notarissen bestaan.”
Langzamerhand gaat dit verdwijnen, Van Berge heeft zelfs al enkele malen meegemaakt dat klanten haar advies of bemiddeling vragen, enkel en alleen omdat ze vrouw is. “Hoewel ik niet denk dat dit een garantie is voor een goed contact. Ik heb zelfs al eens zo'n klant naar een van mijn collega's - allen mannen - doorverwezen, omdat ik vond dat het niet klikte.”
Ook merkt Van Berge dat mensen van een mannelijke notaris onmiddellijk een beeld hebben - meestal dat van die grijze muis - maar dat dat van een vrouwelijke notaris domweg (nog) niet bestaat. “Wij hebben dat image niet. Van mijn cliënten hoor ik wel dat, als ze in hun omgeving vertellen dat hun notaris vrouw is, ze er meteen aan toevoegen dat 'je dat absoluut niet zou zeggen als je haar ontmoet'.”
Zelf werkt Van Berge het liefst op een kantoor waar beide geslachten zijn vertegenwoordigd. “Mannen kunnen mij goed zeggen wanneer ik niet moet zeuren en durven mij op dingen te wijzen, hetgeen vrouwen minder makkelijk doen. Omgekeerd willen mannen, denk ik, ook graag met vrouwen werken, alleen zeggen ze dat niet. Die emoties laat een man niet zien.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.