*

 
dossier

Archief

Berger voelt bij KNVB eindelijk brede erkenning

door Maarten Wijffels − 12/09/98, 00:00

Na meer dan een kwart eeuw trainerschap begon Han Berger deze zomer aan een nieuwe episode in zijn leven. De 48-jarige coach werd bij Cambuur benoemd tot algemeen directeur. Na drie competitieduels heeft hij zijn post echter alweer verlaten. Vorige week trad hij in dienst van de KNVB, als coach van Jong Oranje. Verrassend? “Tegen deze functie zeg je geen nee.”

We schrijven vrijdagmorgen 28 augustus rond de klok van half negen. Han Berger begeeft zich zoals gebruikelijk per auto naar het stadion van Cambuur Leeuwarden, als ter hoogte van Heerenveen zijn autotelefoon rinkelt. “Dag Han, met Arie van Eijden”, spreekt een stem aan de andere kant van de lijn. “Zeg, ik ga je niet vragen of je Guus Hiddink wilt opvolgen, maar heb je interesse om coach van Jong Oranje te worden.”

Op het Bondsbureau van de KNVB in Zeist toont Berger zich een kleine twee weken na hét aanzoek nog zichtbaar onder de indruk. “Ik was totaal overdonderd door dat telefoontje”, zegt hij. “Ik krijg weleens vaker iemand van de KNVB aan de lijn. Dan vragen ze bijvoorbeeld of ik als gastdocent wil optreden bij de cursus Coach Betaald Voetbal of zo. Maar dit keer ging het dus om iets heel anders.”

Berger meldde Van Eijden dat hij graag wilde onderhandelen, mits zijn club Cambuur Leeuwarden daarvoor toestemming zou geven. Een dikke 72 uur later was de zaak vervolgens al in kannen en kruiken.

“Misschien klinkt het wat kinderachtig, maar ik vind het echt fantastisch dat ik deze functie heb gekregen”, zegt Berger. “Aan de ene kant sta ik weer dichter bij het veld, en aan de andere kant krijg ik binnen de KNVB ook wat te zeggen op organisatorisch vlak. Die combinatie is mij op het lijf geschreven.”

Maar hoe zat het dan met zijn baan als algemeen en technisch manager bij Cambuur? Een job die Berger na drie seizoenen hoofdtrainerschap pas sinds een paar weken bekleedde.

Berger kreeg, ondanks eerdere scepsis bij het bestuur van de Friese promovendus, deze zomer de volledige zeggenschap over het aan- en verkoopbeleid en de scouting. En hij had een belangrijke stem in de koers die de club de komende jaren zou gaan varen.

“Ik voel me nog steeds behoorlijk bezwaard in de richting van Cambuur”, geeft Berger aan. “ In eerste instantie heb ik me afgevraagd of ik het schip wel kon verlaten. Ik had immers met mijn volle verstand voor die managersfunctie gekozen. Was me er goed van bewust dat dat betekende dat ik na bijna 25 jaar het veld vaarwel zou zeggen.”

En bovendien was er de band met het nieuw aangetreden bestuur, dat zich in zijn eerste ambtsweken min of meer aan Berger vasthield. “Deze week sprak ik nog met de voorzitter. Van hem begreep ik dat mijn vertrek heel ingrijpend is voor de club. Er is veel aan Han Berger opgehangen bij Cambuur.”

Nieuw proces

Berger had, in samenspraak met commercieel directeur Alfred Knorr, net een aantal ingrijpende wijzigingen in de organisatiestructuur van de club doorgevoerd. “We waren een nieuw proces gestart, dat moest leiden tot de vorming van een stabiele eredivisionist in Leeuwarden”, expliceert Berger. “En juist nu de eerste contouren van dat proces zichtbaar worden, maakt een van de mensen die die ontwikkelingen in gang heeft gezet bekend dat hij na twee competitiewedstrijden zijn biezen pakt.”

Maar hoe na Cambuur hem ook aan het hart gaat, het vervullen van het bondscoachschap is voor Berger meer dan zomaar een baan. Hij beschouwt het als een eer. Een vorm van brede erkenning voor zijn kwaliteiten als trainer.

“Iedereen kent de clichés. Han Berger? Aardige trainer, maar heeft niet op niveau gevoetbald hè. En heeft ook nooit een topclub getraind. Daar word ik al vanaf mijn entree bij FC Utrecht, ik was net 25, mee geconfronteerd. En die geluiden zullen nu zeker weer klinken.”

Daarom streelt het hem zo dat Arie Van Eijden zei: 'we zoeken een trainer met ervaring, die daarnaast ook een wat bredere achtergrond heeft dan het veldwerk alleen. Die ook van het managen van een organisatie wat afweet. En we vinden dat jij aan die profielschets voldoet.'

De vraag dringt zich op of Berger zich in het verleden wellicht enigszins miskend voelde. “Ja”, klinkt het zonder aarzelen. “In de voetbalwereld krijgt elke trainer een etiket opgeplakt. De keuze voor een club bepaalt in hoge mate of dat etiket positief of negatief is.”

Toen Berger eind jaren zeventig bij FC Utrecht successen boekte, werd hij gekoesterd als de kroonprins van het trainersgilde. “De mensen vonden het prachtig. Ik was dat jonge ventje met die grote bek, dat Europees voetbal afdwong. Automatisch krijg je dat je naam voorzichtig in verband wordt gebracht met topclubs. Maar toen ik later bij clubs als Sparta en Dordrecht problemen kreeg, was ik ineens een schreeuwlelijk, een bluffer. Dat heeft pijn gedaan.”

Het balanceren op de smalle grens tussen adoratie en verachting frustreerde Berger zelfs in die mate, dat hij weleens overwoog te stoppen. Maar nu is er de erkenning die veel vergoed. “Ik zie het zo: als je in dit vak lang doorgaat, loop je klappen op. Maar als je het nog langer volhoudt, kom je uiteindelijk toch bovendrijven.”

“De nieuwe coach wordt de rode draad tussen alle vertegenwoordigende elftallen, behalve de A-selectie. Wat we willen is een nieuw elan in de vertegenwoordigende elftallen brengen.”

Zo omschreef Hans Jorritsma, technisch manager van de KNVB, vorige week in Voetbal International het takenpakket van de opvolger van de gestopte Hans Dorjee.

Termen als 'nieuw elan' en 'rode draad'. Dat klinkt nogal abstract. Berger concretiseert: “De KNVB wil dat alle nationale jeugdselecties in dezelfde herkenbare stijl spelen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik verrast was toen ik dat te horen kreeg. Ik ging ervan uit dat dat al gebeurde. Maar toen ik vorige week begon met inventariseren, ben ik over dit onderwerp nog niets concreets op papier tegengekomen.”

Het opstellen van een leidraad wordt één van zijn voornaamste taken de komende periode. “Dat is de basis van waaruit we gaan werken.”

Belangrijk thema in die handleiding is het spelconcept van de vertegenwoordigende elftallen. De visie van Berger is duidelijk. “Ik ben een fervent aanhanger van het spelen met vleugelaanvallers in een drie-spitsensysteem. Wie mij kent weet dat ik mijn hele carrière al op die manier speel.”

“Aangezien u als 'rode draad' tussen de vertegenwoordigende elftallen loopt, betekent dat dat het 'grote' Oranje weer met vaste vleugelspitsen gaat spelen.”

Berger: “Persoonlijk heb ik dus een heel uitgesproken mening, maar het is niet aan mij daarover te beslissen. Er is duidelijk afgesproken dat ik een coördinerende functie krijg over alle elftallen, behalve het A-elftal. Dat is het beleidsterrein van Frank Rijkaard en Johan Neeskens. Met hen heb ik nog niet gesproken. Dat zal de komende week wel gebeuren.”

“Wat ik verwacht, is dat we met z'n drieën overleggen en één lijn trekken wat de manier van spelen betreft. Die kan per leeftijdscategorie in detail verschillen, maar het kan volgens mij niet zo zijn dat het A-elftal een volstrekt afwijkend systeem speelt ten opzichte van de overige selectieteams. Dan schiet het met de herkenbaarheid niet op.”

Naast algemeen getinte beleidspunten, heeft Berger ook een specifiek doel voor ogen. In de aanloop naar de Olympische Spelen van Sydney is Jong Oranje tijdelijk omgedoopt tot Olympisch elftal en de ambitieuze trainer wil in Australië van de partij zijn.

“Na mijn aanstelling ben ik al mensen tegengekomen die smalend roepen: 'het Olympisch elftal stelt weinig voor in Nederland. Kwalificatie voor de Spelen lukt jou niet'. Nou, dat moeten ze juist tegen mij zeggen. Zulke opmerkingen versterken mijn ambitie om er iets van te maken. Ik heb begrepen dat het van 1952 geleden is dat een Nederlands voetbalelftal bij de Olympische Spelen aanwezig was. Het wordt dus tijd dat we ons gezicht daar weer eens laten zien.”

mailIcon print |