*

 
dossier

Archief

Water en vuur

SYLVAIN EPHIMENCO − 04/04/98, 00:00

Op zich is het een opwindende gedachte om water en vuur bijeen te brengen voor een ultieme confrontatie. Van tevoren weet je bijna zeker dat tussen twee tegenovergestelde elementen geen echte osmose kan ontstaan en dat je dus geen risico loopt om in een slaapverwekkend en op consensus gericht spektakel te verzanden.

Toen ik in de krant de vooraankondiging las over een serie debatten tussen politici en dichters in de Amsterdamse Balie bonkte mijn hart. 'Hollandse Vergezichten' was de poëtische naam die men voor het treffen der giganten had bedacht. De twee meest vooraanstaande politieke leiders van dit moment, Wim Kok en Frits Bolkestein, zouden door de succesvolle dichters/schrijvers Adriaan van Dis en Kader Abdolah aan de tand worden gevoeld. Het lauwe water van het paarse poldermodel versus de vlammenzee van de verbeelding. Ik hoefde er niet lang over na te denken om mijn kamp te kiezen: de bevlogen pen van de dichter won met een ruime voorsprong van de rekenmachine van de politicus.

Achteraf moet ik schoorvoetend toegeven dat ik me vergist heb en dat doorgeschoten surrealisme bar weinig te zoeken heeft in een universum waar koopzondagen en de hypo-theekrente de ideologische scheidslijn in het huidige politieke debat markeren. Niet dat ik me ineens kan vinden in de voorspelbare aforismen van de politicus, wiens droom het is 'dat normen en waarden weer terugkeren' (Kok). Maar ik moet toegeven dat de premier in alle omstandigheden altijd zichzelf blijft. Te weten de man die al jaren symbool staat voor de fietsvakantie door de Veluwe, de koektrommel en een weekeinde kamperen op Texel of te Harderwijk.

De schrijver daarentegen is sneller geneigd om in zo'n met bewonderaars gevuld zaaltje het beeld dat het publiek van hem wil zien te beantwoorden. Ongemerkt wordt hij geleidelijk aan een karikatuur van zichzelf en paradoxaal genoeg is hij degene die zich in populistische stellingen verliest, alvorens in een moeras van hypocrisie te verdrinken.

Afgelopen maandag beukte Adriaan van Dis met bokshandschoenen vol wind in op de elastische buik van Wim Kok. “Waarom moest de economie toch groeien?”, dichtte onze favoriete poëet alsof hij gisteren voor het eerst met zijn ruimteschip op de aarde was geland. Waarom niet juichen voor twee procent minder groei, je baan opzeggen om die af te staan aan een bijstandsmoeder?, alexandrijnde Van Dis tegenover een verveelde Kok. Ja, waarom niet rennen naar je uitgever om net op tijd een nieuwe druk van je laatste bestseller heldhaftig tegen te houden? Waarom altijd papier en inkt moeten verkopen, zelfs op zondag? Waarom niet je auteursrechten afstaan aan Bosnië en je boeken gratis in de derde wereld verspreiden?

Het debat tussen Bolkestein en de van oorsprong Iraanse schrijver Kader Abdolah was nog veel erger. Als ik de transcriptie die Anil Ramdas in NRC Handelsblad ervan gaf moet geloven, is er zelfs sprake van een dieptepunt in surrealistische hysterie.

Abdolah beschuldigde de liberale leider ervan dat hij 'gastarbeiders en vluchtelingen in een zak stopt om ze met een stok te slaan.' En toen Bolkestein saai en geduldig probeerde uit te leggen dat Nederland geen Iran is waar men mensen in zakken stopt of Frankrijk waar migranten in de Seine worden geduwd, begon de schrijver weer zijn versje te declameren: 'Uw waarheid is leeg! Uw waarheid lekt!'

Dit soort taferelen maakt me duidelijk dat je dichters en schrijvers niet uit hun studeerkamertjes moet halen om ze in de wrede alledaagse werkelijkheid te dompelen, waarin politici routinematig dag in dag uit marineren. Omringd door een stofwolk slaan ze ineens op hol en verzinnen ze om de twee zinnen een nieuwe windmolen. En dan is het geen kunstje om met een minimum aan lauw water zo'n kunstmatig brandje te blussen.

mailIcon print |