*

 
dossier

Archief

Groots en meeslepend epos van de Ierse strijd

MARK DUURSMA − 20/03/97, 00:00

Regie: Neil Jordan. Met Liam Neeson, Aidan Quinn, Alan Rickman, Julia Roberts. Te zien in 15 bioscopen.

Collins maakte deel uit van de ondergrondse Sinn Fein-regering en was de oprichter van The Irish Volunteers, een guerilla-beweging die de Engelsen bestreed met gewelddadige aanslagen. Collins voerde onderhandelingen in Londen en keerde terug met de Treaty, een compromis dat Noord-Ierland in Britse handen liet. Voor- en tegenstanders van het vredesverdrag bestreden elkaar in een burgeroorlog, Collins werd vermoord door - vermoedelijk - aanhangers van zijn politieke tegenstander Eamon de Valera.

Neil Jordan, die het scenario meer dan tien jaar met zich meedroeg, maakte geen biopic, maar koos voor een afgebakende periode in de Ierse onafhankelijkheidsstrijd: van de mislukte Paasopstand in 1916 tot Collins' dood in 1922. Weliswaar is Collins in de robuuste vertolking van Liam Neeson het centrum van alle handeling, Jordan toont ook de geschiedenis rondom hem. Zowel de strijd tegen en overwinning op de Engelsen, als de daaropvolgende deconfiture en interne strijd komen aan bod. Niet alleen historisch-inhoudelijk, maar ook qua vorm en ritme bestaat de film hierdoor min of meer uit twee delen. Waar het eerste deel wordt gedomineerd door spektakel en geweld, wordt in het tweede deel de toon gezet door verbale strijd en tegengestelde ideeën over de toekomst van Ierland.

Dit is de ambivalentie die 'Michael Collins' kenmerkt: enerzijds een grootschalig epos met ontploffingen en romantiek voor een breed publiek, anderzijds een serieuze poging om de complexe dilemma's van de Ierse geschiedenis en identiteit uit de doeken te doen. In eerste instantie lijkt Jordan er niet in geslaagd om deze twee benaderingen met elkaar te verzoenen. De overdaad aan geweren en granaten - de authenticiteit van een autobom wordt door historici betwist - slaan de kijker murw. Zeker de kijker zonder voorkennis: zonder verwijzingen naar Bloody Sunday en Black and Tans lijkt het geweld willekeuriger dan nodig. Romantiek is toegevoegd als een kunstmatig ingrediënt: Julia Roberts is na 'Mary Reilly' andermaal verdwaald in Europa en loopt als liefje van zowel Collins als diens strijdmakker Harry Boland (Quinn) ongemakkelijk door de film.

Bij nadere beschouwing blijkt 'Michael Collins' wel degelijk een geslaagde poging om geschiedenis in film te vertalen. Groots en meeslepend is de film niet alleen door het spektakel, maar evenzeer door de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Jordan hanteert het idioom van een gangsterfilm, en niet toevallig doet hij tot tweemaal toe een beroep op het 'Godfather-principe': romantische scènes worden doorsneden met brute liquidaties. De fotografie van Chris Menges zorgt voor een consequent groen-grijs decor, met zelden een felle kleur. Neeson, bonkig van nature, is overtuigend als energieke leider die de Engelsen haat omdat zij hem dwingen om te doden en geleidelijk in een onmogelijke positie wordt gemanoevreerd. Dit laatste vooral door toedoen van zijn ex-leermeester De Valera, gepast mysterieus vertolkt door Alan Rickman. Historici zullen er mee moeten leven: film is minder bang voor hen dan omgekeerd.

mailIcon print |