Van onze correspondent BERLIJN - Ruim vijftig jaar na de tweede wereldoorlog is Duitsland eindelijk akkoord gegaan met een schadeloosstelling voor Joden in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie, die geleden hebben onder het nazi-regime.
De regering in Bonn gaat een fonds oprichten waarin ze 200 miljoen mark zal storten, zo'n 225 miljoen gulden. Vanaf 1 januari volgend jaar krijgen Oost-Europese joden gedurende vier jaar een maandelijks bedrag van naar schatting 250 mark. Het gaat om een groep van ongeveer 18 000 mensen, van wie de meesten tachtig jaar of ouder zijn. Voorwaarde is dat ze een half jaar in een concentratiekamp hebben gezeten, of anderhalf jaar in een getto hebben gewoond of geruime tijd hebben moeten onderduiken. Over de schadeloosstelling bereikte de regering-Kohl gisteren overeenstemming met de Jewish Claims Conference (JCC) in New York die de belangen van de slachtoffers behartigt. De soms moeizame onderhandelingen hebben bijna een jaar geduurd.
JCC-voorzitter Israel Miller toonde zich tevreden met het akkoord: “Dit is een zeer positieve ontwikkeling.” Ook vertegenwoordigers van Duitse politieke partijen (zowel uit het regeringskamp als van de oppositie) zeiden ingenomen zijn dat er nu eindelijk overeenstemming is, net als joodse organisaties in Duitsland, die er wel op wezen dat de regeling veel te laat komt: “Elke dag sterven er mensen die recht hebben op dit geld.”
Dat het zolang heeft geduurd, ligt voor een belangrijk deel aan de Koude Oorlog. Tot diep in de jaren tachtig bleek het onmogelijk een akkoord te bereiken tussen de toenmalige West-Duitse regeringen en de betrokken Oost-Europese landen. Bonn heeft de afgelopen decennia weliswaar geld overgemaakt (ongeveer anderhalf miljard mark), maar dat was niet bestemd voor individuele slachtoffers. Voor joden uit West-Europese landen die het slachtoffer zijn geweest van de nazi-praktijken, was er wél een vergoeding. De zaak werd extra navrant toen een klein jaar geleden uitlekte dat tienduizenden oorlogsmisdadigers nog elke maand van de overheid een 'slachtofferpensioen' krijgen van enkele honderden mark. De vergoeding geldt voor iedere Duitser die in de oorlog gewond is geraakt. Ook niet-Duitsers die deel uitmaakten van de Wehrmacht of de Waffen-SS, hebben er recht op.
Met deze regeling, waarmee de Bondsdag in de jaren vijftig akkoord is gegaan, is jaarlijks een slordige dertien miljard mark gemoeid. Het was de bedoeling oorlogsmisdadigers uit te sluiten, maar die bepaling is bij de behandeling van het wetsontwerp in het Duitse parlement geschrapt.
Het nieuws leidde begin vorig jaar tot grote verontwaardiging in binnen- en buitenland. Vrijwel alle politieke partijen drongen erop aan de regeling zo snel mogelijk ongedaan te maken. Een enkele deelstaat is daar op eigen houtje al toe overgegaan.
Duitse tv-rubrieken hebben de afgelopen maanden schrijnende reportages laten zien. Zo kwam een cameraploeg in Letland 179 'soldaten van Hitler' op het spoor die nog elke maand een pensioen uit Bonn krijgen. In dat land wonen 88 mensen die in een concentratiekamp hebben gezeten of die anderszins hebben geleden onder het nazi-regime. Zij hebben tot de dag van vandaag niets ontvangen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.