*

 
dossier

Archief

Pienter ventje kan ook nog goed schilderen

CO WELGRAVEN − 02/02/98, 00:00

Op het eerste oog lijkt het een gewone vernissage. De kunstenaar babbelt met enkele genodigden en geeft interviews weg aan journalisten. Enkele sprekers prijzen het in dit Berlijnse museum tentoongestelde werk de hemel in: “Van hem gaan we nog veel horen.” En er zijn vanzelfsprekend hapjes en drankjes. Een gitarist en een zangeres laten zoetsappige muziek horen.

Opvallend is wel dat er onder de gasten zoveel schoolkinderen zijn. Ze zitten in een kring op de vloer, doen mee aan een quiz en kijken ademloos toe als een jonge goochelaar op onnavolgbare wijze een knoop uit een stuk touw haalt.

Helemaal opmerkelijk is de leeftijd van de kunstenaar: elf jaar. Je ziet de jongen zo over het hoofd: hij is krap 1.40 meter lang. Een lekker ventje, goedlachs, buitengewoon pienter en zeer verlegen. Christiaan Mooij uit Berg en Dal, vlakbij Nijmegen, legt uit hoe het gekomen is dat een Nederlands jochie schilderijen en tekeningen mag exposeren in een museum in de Duitse hoofdstad: “Mijn tennisleraar is een Berlijner. Hij zag m'n werk en vond dat mooi. Hij kent wat mensen hier in dit museum, en die waren ook wel geïnteresseerd.”

Dat gold eveneens voor de Deutsch-Niederlündische Gesellschaft in Berlijn (een vereniging die de betrekkingen tussen de twee landen wil verbeteren), die de expositie heeft georganiseerd. En ook voor het Berlijnse filiaal van de Nederlandse ambassade in Bonn, dat voor het vervoer van de kunstwerken heeft gezorgd. Zo hangen sinds een paar dagen in een zaal op de eerste verdieping van het Kulturhaus Zwiet in Prenzlauer Berg, een kunstenaars- en volkswijk in het hartje van Oost-Berlijn, tientallen tekeningen en schilderijen van Christiaan.

Stuk voor stuk hebben ze hetzelfde thema: de uil. De kunstenaar: “Wij wonen vlakbij een bos. Daar hoor je altijd een uil, vooral 's nachts, maar ook overdags. Maar waarom ik die vogel ben gaan tekenen, dat weet ik eigenlijk niet meer. Dat is al zo lang geleden, ik was toen pas drie, vier jaar. Toen ik er eenmaal mee begonnen was, kon ik het niet loslaten. Ik vind het mooi om met één thema bezig te zijn en daarvoor verschillende kleuren en vormen te gebruiken. U kunt het zien: elk schilderij is weer anders.”

In de zeven, acht jaar dat hij schildert en tekent, heeft Christiaan zo'n duizend kunstwerken gemaakt, voor deze tentoonstelling nog eens driehonderd. “Ja, ik kan snel werken. Ze hangen hier niet allemaal, hoor. We hebben een keuze moeten maken.”

Dat Christiaan voor de uil heeft gekozen omdat deze vogel de wijsheid symboliseert, ontkent hij ten stelligste: “Nee, dat heeft er niks mee te maken.” Zo gek is de vergelijking niet. Want het kunstenaartje is uiterst begaafd. Op de basisschool heeft hij twee klassen overgeslagen. Hoewel Christiaan pas elf is, zit hij al in de tweede klas van het gymnasium. (In de uitnodiging voor de vernissage gooit de Deutsch-Niederlündische Gesellschaft er nog een schepje bovenop: 'Ondanks zijn elf jaren zit Christiaan al in de zevende klas van het gymnasium in Nijmegen.' Ook bij zijn leeftijd maakt de vereniging een fout: de jongen is volgens haar geboren op 14 augustus 1998.)

Voelt Christiaan zichzelf een wonderkind? “Nee, helemaal niet. Ze vinden me wel heel slim, dat wel, ja. Maar in sommige vakken ben ik helemaal niet goed. Nederlands en Frans bijvoorbeeld, daar haal ik wel eens onvoldoendes in.” Moeder Anja, psychologe van beroep, doet een duit in het zakje: “Maar dat komt omdat je zo'n rotlerares hebt.”

Christiaan begint de dag 's ochtends om half zeven met het spellen van de krant (de moeder: “Hij kent de namen van alle ministers”), gaat naar school, maakt 's middags in rap tempo z'n huiswerk, en gaat naar z'n atelier. Of speelt piano danwel tennis. Of gaat een partijtje voetballen, dat schijnt hij ook goed te kunnen. De organisatoren van de tentoonstelling komen woorden te kort om de talenten van de kunstenaar te omschrijven.

Zijn zoveel loftuitingen niet levensgevaarlijk voor een jongen van elf jaar, die weliswaar nu nog de bescheidenheid zelve is, maar die de neiging zou kunnen krijgen naast z'n schoenen te gaan lopen? Vader Hans, ook al psycholoog, erkent het risico. In een hoekje van de expositiezaal staat hij te somberen. Hij is duidelijk geschrokken van de aanwezigheid van enkele journalisten, is bang dat zijn zoon de prooi wordt van show- en praatprogramma's op radio en tv. “Ik moet er niet aan denken”, verzucht hij.

Pa en ma hebben hun licht opgestoken bij lotgenoten: “We hebben contact met de vereniging van ouders van begaafde kinderen. Daar krijgen we veel tips van. We weten dat we er alles aan moeten doen om Christiaan een normale opvoeding te geven. Dat hebben we trouwens ook steeds geprobeerd.”

De vader noemt het voorbeeld van de schoolkeuze: “Christiaan was volmaakt gelukkig totdat-ie naar school ging. We hadden ons goed georiënteerd en een Jenaplan-school uitgezocht. Het ging daar absoluut niet. Vervolgens hebben we voor een gewone basisschool gekozen, bij wijze van spreken bij ons om de hoek. Daar ging het perfect, hij vond het er gewoon gezellig.”

Christiaan blijft zich ondertussen onderhouden met de gasten op de vernissage, deelt visitekaartjes uit. Zou hij later fulltime kunstenaar willen worden? “Dat weet ik nog niet. Misschien wil ik wel arts worden, of journalist. We moeten eerst kijken of dit loopt. Een museum in Frankfurt heeft ook al belangstelling. En misschien kan ik ergens in Nederland exposeren.”

Op de vraag hoeveel zijn schilderijen en tekeningen kosten, verwijst Christiaan professioneel naar zijn tennisleraar en manager Detlev Koepke, de man die hem ontdekt heeft. Die zegt, zonder na te hoeven denken: “Die kleine tekeningen kosten zestig mark, de grote schilderijen 220. Dat is toch niet veel?”

mailIcon print |