'The Second, Time Based Art from the Netherlands', t/m 9 maart in het Stedelijk Museum in Amsterdam, elke dag geopend 11-17 uur. Cat.+ cd-rom. Later naar Mexico-City, Antwerpen (MUHKA), Karslruhe en Glasgow.
Zelden levert een expositie zo veel plezier als deze keer in het Amsterdamse museum het geval is. Van uiterst dramatische momenten tot goedmoedige humor, het is allemaal kenmerkend voor de nieuwe mediakunst zoals die op dit moment in Nederland wordt gemaakt. In musea is daar weinig van terug te vinden, nieuwe mediakunst speelt zich af in een beperkte kring. Een paar galeries, een enkel kunstenaarsinitiatief, dat zijn de plekken waar ze te zien is.
MonteVideo/TBA is een van die initiatieven, sinds jaar en dag gerund door René Coelho die steeds meer een pleitbezorger van nieuwe mediakunst is geworden.
Coelho werd dan ook terecht gevraagd om deze keus voor het Stedelijk te maken, een tentoonstelling die nog jaren over de wereld zal reizen. Met mediakunst, een nieuwe term die in de plaats van videokunst is geworden, wil het Stedelijk Museum graag beleid maken, maar wie achterom kijkt, ziet dat dat nog niet helemaal lukt. Sinds de jaren '80 heeft het een handvol overzichten opgeleverd als 'The luminous image' en 'Under Capricorn, The World Over' en enkele solo's, zoals Gary Hill en Joan Jonas. Dat is natuurlijk veel te weinig om dit fenomeen, dat zich echt in de voorhoede van de kunstontwikkeling bevindt, op de voet te kunnen volgen.
'The Second' heeft niet de pretentie om een representatief beeld te geven van de huidige stand van zaken in de Nederlandse mediakunst. Daarvoor ontbreken namen als die van Nan Hoover, Sluik/Kurpershoek en Gerald Van Der Kaap, de grondleggers van deze kunstvorm. Coelho selecteerde de kunstenaars op grond van de wijze waarop ze - artistiek inhoudelijk - gebruik maken van technieken als computers, interactiviteit en Internet. Dat leidt tot heel uiteenlopend werk, van overwegend jonge kunstenaars. Op verveling hoeft de kijker niet te rekenen, daarvoor verbaast de inventiviteit van elke deelnemer teveel. Dat betekent niet automatisch dat de kwaliteit hoog ligt, maar je raakt op deze expositie niet spoedig uitgekeken.
In tegendeel, want waar van de bezoeker actie wordt gevraagd (wat niet altijd even duidelijk wordt gemaakt) ben je al vlug meer minuten per werk bezig. Op de blote meisjes van Bert Schutters moet je een paar minuten wachten, voordat je ze op een tropisch eiland in het water hoort plonzen. Wie niet kan wachten, ziet alleen een verlaten strand, maar als je lang genoeg wacht kun je hen horen giechelen. Wie snel gaat kijken, ziet ze nog net voordat ze het palmbomenbosje in rennen.
Behalve humoristisch is de installatie van Kees Aafjes ook sympathiek. Hij opent de rondgang over de expositie met een ruimte waar bijna nonchalant een siamese tweeling in de vorm van een tweekoppige Bambi staat. Het beestje ziet er op voorhand aantrekkelijk uit, maar vraagt ook nadrukkelijk met kleine keelgeluidjes te worden aangeraakt. Koperen sporen over zijn huid zijn verbonden met onzichtbare sensoren die hem bij aanraken luid en duidelijk vreugde doen beleven. Hoe warmer het oppervlak van je hand, hoe meer blijken van sympathie het dier geeft. Ga echter niet bij hem weg, want hij zal je met verwijten blijven achtervolgen.
Voor een bijna even fysieke gewaarwording zorgt Peter Bogers met zijn recent gemaakte 'Heaven'. Hij verzamelde op een reeks monitoren even zo vele menselijke handelingen. Stappen, strijken, zuigen, aftasten en slapen worden samengevoegd op het ritme van een allengs dreunende hartslag die de kijker ten lange leste bij de strot pakt. De monitoren staan zo opgesteld dat het moeilijk is om uit deze ruimte weg te vluchten: een metafoor voor de moderne wereld die ook geen kans op ontsnapping biedt. Bogers combineert de huidige belangstelling voor de fysieke identiteit van de mens met een intrigerende visie op de samenleving die uiteindelijk een benauwend effect oplevert.
Dat effect bereikt ook A.P. Komen, maar op een heel andere wijze. Op een vierluik worden continu kortlopende films van jonge vrouwen gedraaid. Ze zijn druk bezig met simpele, alledaagse handelingen, maar worden zich iets gewaar dat de kijker ontgaat. Komen laat je tijdenlang kijken, zo gefascineerd raak je door deze levende portretten.
Portretten zijn trouwens op meer plaatsen terug te vinden. Bea de Visser schildert van een gevonden fotootje het portret van een onbekende vrouw. Dat zorgt voor 25 bijna identieke schilderijen in de niet-kleuren zwart, wit en grijs. De portretten staan na te zijn gedigitalieerd in een bepaalde volgorde achter elkaar waardoor bij een langdurige projectie de vrouw in een houterige mimiek tot leven komt. De Visser gaat door waar de schilderkunst ophoudt: beweging vult de beperkingen van het statische beeld aan. Een beter pleidooi voor de nieuwe mediakunst is niet te bedenken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.