Staat er wat er staat, klinkt het zoals het klinkt, is er meer bedoeld, hoe worden vragen gesteld en beantwoord? Gewichtige teksten, gesproken of geschreven, worden in deze rubriek op gezette tijden van kanttekeningen voorzien door
De neerlandicus, met onder anderen Kees Fens in de jaren zestig oprichter van het roemruchte 'close reading'-tijdschrift Merlyn en gepromoveerd op het proefschrift 'Vorm of vent', weegt hier het woord en zijn uiting op hun betekenis.
Vandaag, honderd dagen na het begin van Paars II, het gehalte van het kamerdebat.
De Amerikaanse toneelschrijver
Edward Albee speelt het bijna altijd binnen vijf minuten klaar om de toeschouwers het vervreemdende gevoel te geven dat woord en wederwoord geen enkele logische relatie met elkaar onderhouden, terwijl de personages doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is.
Het lijkt een eenvoudig trucje maar als anderen het proberen, blijkt overduidelijk dat Albee de enige is die het procédé beheerst.
Dat leek tenminste zo tot vorige week, toen in de Tweede Kamer een debat gevoerd werd over de kritiek (of niet-kritiek, dat is moeilijk te zeggen) van D66 op minister Korthals.
Voor mij ligt een fragment van het 'ongecorrigeerd stenogram' van de zitting van de Tweede Kamer van woensdag 4 november. De gedachtenwisseling gaat (misschien) over de merites van minister Korthals. Aan het woord is in eerste instantie de woordvoerder Justitie van D66, Boris Dittrich.
Justitie is nogal in het nieuws, stelt Dittrich, en hij noemt het een en ander:
“Wat mij bij minister Korthals opvalt, is dat hij over het algemeen adequaat reageert, wanneer plotseling dingen van Justitie in het nieuws komen. Meestal kondigt hij dan een onderzoek of een rapport aan. Daardoor neemt hij de eerste gevoelens van onvrede bij het publiek weg. Ik vind dat een goede manier van reageren. Maar het blijft natuurlijk belangrijk om te weten, hoe dat soort dingen uitpakt en hoe dat soort knopen zal worden doorgehakt.”
Hartelijke woorden, want dat een minister die er pas een paar maanden zit al veel knopen moet hebben doorgehakt zal Dittrich niet bedoeld hebben. Hij spreekt over de toekomst en 'wenst beide bewindslieden vruchtbare jaren toe op het departement'.
Nu zou er eigenlijk een toneelaanwijzing in het verslag moeten staan: 'Men kan in de zaal een speld horen vallen'. Was het niet de heer Thom de Graaf, fractievoorzitter van Dittrichs partij, die een paar dagen eerder had uitgeroepen: deze minister doet niet meer dan de schade beperken en toont 'het ambitieniveau van het vriespunt'?
Paleisrevolutie bij D66? In onderling overleg goedmaken wat De Graaf verknald had?
Allicht dat een hele reeks woordvoerders van andere partijen haring of kuit wilde hebben: “Gelet op de complimenten aan het adres van de heer Korthals neem ik aan, dat (de heer Dittrich) de uitspraak van de heer De Graaf dat de minister zou lijden aan een gebrek aan ambitie en visie, niet onderschrijft”, stelt bijvoorbeeld mevrouw Halsema van GroenLinks vast.
“Ik wil daar nu op ingaan”, antwoordt Boris en hij begint over iets anders. Maar even later komt alsnog zijn repliek aan mevrouw Halsema: “Minister Korthals gaf onlangs in het N(ederlands) J(uristen) B(lad) een ontzettend openhartig interview. Het had als titel: 'Rust in het rechtsbestel'. De minister legt uit dat hij wil dat het grote publiek weer vertrouwen krijgt in Justitie. Ik ben dat van harte met hem eens. Maar dat vertrouwen van het grote publiek in het rechtsbestel wek je niet alleen door de gebeurtenissen op je af te laten komen.”
We hebben al gehoord dat minister Korthals volgens Dittrich 'adequaat pleegt te reageren' op onverwachte gebeurtenissen, dus dat 'op je af laten komen' kan niet op hem slaan. Alles pais en vree tussen Dittrich en Korthals.
Maar hoe zit het met De Graaf en dat vriespuntlage ambitieniveau?
Dat komt nu, maar heel erg duidelijk is Dittrich ditmaal niet.
Korthals heeft zichtzelf herkend in Oblomov, de indolente hoofdfiguur van een roman van Gontsjarov:
“De minister moet niet zodanig door deze figuur geïnspireerd raken dat hij alleen maar blijft dromen.”
Een hartelijke raad zoals die onder vrienden past.
Over Oblomov had De Graaf het ook gehad (het lijkt wel een leesgezelschap), maar dat is de enige overeenkomst met het verhaal van Dittrich. Een antwoord aan mevrouw Halsema kan zijn samenvatting van 'Oblomov' (een mager zesje) niet genoemd worden.
Het zal niemand verbazen dat een andere woordvoerder, Patijn van de VVD, daarna peinzend zegt:
“Ik probeer de woorden van de heer Dittrich te duiden.”
Patijn stelt vast: in dit officiële debat herhaalt de fractie van D66 de woorden van de fractievoorzitter niet, en verder merkt hij op: “De minister heeft gesproken over rust in de tent en ik kan mij daar na de afgelopen jaren wel iets bij voorstellen.” Ere wie ere toekomt (het kost mij even moeite om een partijgenoot van de heer H. Kamp lof toe te zwaaien), maar daar slaat Patijn toch wel een spijker op de kop. Na mevrouw Sorghdrager (D66), na Docters van Leeuwen (D66)...
De conclusie van Patijn luidt: “Ik beschouw de interventie van de heer Dittrich als een compliment aan de minister voor diens concrete prioriteitsstelling.”
De VVD-er zal dat, na Halsema, in het geheel drie keer zeggen, en anderen, Kalsbeek (PvdA), Schutte (GPV) voegen zich in de rij.
Antwoord van Dittrich aan Patijn:
“Ik (!) heb niet gesproken over rust in de tent, maar over rust in het rechtsbestel.”
Albee!
De daarop volgende toespelingen van beide heren op lekkende tenten weiger ik op te schrijven, waarschijnlijk was het allemaal leuk bedoeld maar dat maakt het des te erger.
Volgende bijdrage van Boris:
“De kop boven het interview, namelijk 'rust in het rechtsbestel', is een fantastisch eindstation.”
Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar Korthals heeft blijkbaar een fantastisch hoog ambitieniveau, een 'eindstation' is per slot wel iets anders dan 'alleen maar reageren op incidenten'.
De algemene verbazing over de aardige opmerkingen tegen de minister, waartoe de goede inborst van Dittrich hem steeds weer lijkt te drijven, wordt steeds groter. Des te heviger de schrik als de anders zo montere krullenbol opeens klagelijk uitroept:
“Het verbaast mij altijd dat positieve opmerkingen volledig buiten beschouwing worden gelaten en dat vervolgens alleen wordt ingegaan op het onderdeel waarop kritiek wordt geleverd.”
Menigeen moet met de neiging gekampt hebben, op te springen, een arm om de schouder van de verdrietige D66-er te slaan en hem toe te fluisteren: “Maar Boris toch, wij zeggen juist dat wij zo ontzettend blij zijn dat je de minister zo fantastisch hartelijk tegemoet komt, na die zure opmerkingen van Thom!”
Maar Boris herneemt zich. Zoals vaak is het de literatuur die troost brengt - dankbaar gaat hij in op de mening van mevrouw Kalsbeek dat de opmerking van Korthals over Oblomov zelfspot was:
“De minister heeft zelf gezegd: mijn lievelingsboek is Oblomov. Oblomov die in het gras ligt; Oblomov de dromer die een beetje naar insecten luistert et cetera. Het is dan toch logisch dat je zegt: 'Als er zoveel problemen op Justitie afkomen, moeten we geen Oblomov in het kabinet hebben'.”
Mevrouw Kalsbeek nog maar eens: “Het was zelfspot!”
Dittrich: “Een beetje humor mag best in de politiek!”
De andere kamerleden die geen tijd hebben voor toneel en dus nooit iets van Albee gezien hebben, zakken onderuit op hun blauwe stoeltjes. Hoe nu verder?
Mevrouw Kalsbeek, met de moed der wanhoop: “De uitlatingen van de heer De Graaf noemt u toch geen humor?”
“Was u er dan bij?” (Dittrich/Albee).
“Ik heb het in ieder geval wel gelezen.” (Kalsbeek)
Dittrich: “Gelezen. Ik heb zelf natuurlijk ook meteen gevraagd of ik die toespraak mocht zien. Hij heeft uit zijn hoofd gesproken. (...)”
Kalsbeek: “U was er dus ook niet bij?”
Dittrich: “Nee, ik was er ook niet bij.”
Na een beklemmende stilte vraagt de heer Schutte, in een laatste poging tot inzicht:
“Wat is het standpunt van de heer De Graaf nu geweest? Had hij kritiek op het reageren op incidenten, zoals de minister gedaan heeft? Of heeft hij zo gereageerd als u en bedoelde hij: 'Goed, minister, dat hebt u prima gedaan, ga vooral zo door'.”
Boris Dittrich weet gelukkig haarfijn uit te leggen hoe de vork in de steel zit:
“De heer De Graaf heeft aangehaakt bij het voorbeeld van Oblomov die in het gras ligt, alleen maar droomt en verder niets doet. Hij heeft gezegd dat er echt van een ambitieniveau sprake moet zijn, omdat er zoveel problemen op ons afkomen dat je dat niet over je kant kunt laten gaan. Dat is de wijze waarop u die woorden zou moeten opvatten.”
De Kamer gaat maar over iets anders praten.
Naspel
Thom de Graaf, eergisteren in het tv-programma Buitenhof:
“Ik was verrast, verbaasd over het interview in het NJB, waarin (Korthals) weinig ambitie aan de dag legde en het artikel afsloot met een verwijzing naar zijn favoriete roman-figuur Oblomov. Zoals u weet is dat in de literatuur een bekende nietsnut. Het verbaast mij dat hij zichzelf vergelijkt met de figuur Oblomov.”
Humor? Wie het weet mag het zeggen, om een andere befaamde politicus te citeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.