*

 
dossier

Archief

Kamer stelt Sorgdrager ultimatum

Door: redactie − 25/10/96, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De Tweede Kamer heeft minister Sorgdrager (D66) van justitie gesommeerd vóór maandag 12.00 uur een zakelijk verslag te overhandigen van het persoonsvertrouwelijk onderzoek naar een aantal officieren van justitie dat bij de IRT-affaire betrokken was.

Dit bleek gisteren uit opmerkingen van de voorzitter van de Kamercommissie voor justitie, de CDA'er Van der Burg, tijdens een ordedebatje in de Tweede Kamer.

De Kamer wil weten waarom de Amsterdamse procureur-generaal Ficq in zijn onderzoek naar het optreden van acht IRT-officieren tot een aanzienlijk mildere conclusie komt dan de commissie-Van Traa ( die een parlementaire enquête naar de opsporingsmethoden heeft gehouden ) en de Rijksrecherche. Omdat het om persoonsvertrouwelijk dossiers gaat, die het Kabinet niet wil vrijgeven, vroeg de Kamer ruim anderhalve week geleden om een zakelijke weergave. Woensdag schreef de minister dat zij de Kamer een afzonderlijke brief wil sturen over de verschillen tussen de onderzoeken.

Maar de Kamer wenst niet te volstaan met een brief van de minister over de verschillende invalshoeken tussen het onderzoek van Ficq en dat van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, zegt Van der Burg in een toelichting.

De commissie wil zo snel mogelijk een zakelijk verslag, dat aan de orde moet kunnen komen wanneer de Kamer - in de week van 4 november - praat met Sorgdrager en haar collega Dijkstal (VVD) van binnenlandse zaken over de maatregelen die de ministers nemen naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie-Van Traa.

In het plan van aanpak, dat de minister van justitie en binnenlandse zaken eind augustus naar de Kamer stuurden, komt Sorgdrager tot de conclusie dat “weliswaar enkele leden van het OM anders hebben gehandeld dan mocht worden verwacht, maar dat ook ten aanzien van hen is vastgesteld dat zij hun werk steeds met zeer grote inzet en integriteit hebben verricht”.

Zij stelde dan ook vast dat het onderzoek van Ficq haar vertrouwen in de officieren had bevestigd. De commissie-Van Traa en de Rijksrecherche kwamen na hun onderzoek tot een tegengesteld oordeel over enkele IRT-officieren.

mailIcon print |