Hoewel het op de kop af dertig jaar geleden is dat hij voor 'Monty Python's Flying Circus' zijn eerste bizarre en inmiddels wereldberoemde animaties maakte, heeft de Amerikaanse filmregisseur Terry Gilliam (58) weinig van zijn anarchistische humor en frivole fantasieën ingeleverd. De surrealistische tripfilm 'Fear and loathing in Las Vegas' die gisteren in Nederland in première ging, is er opnieuw het bewijs van. ,,Tijdens het filmen heb ik het liefst zo veel mogelijk speelgoed om me heen'', aldus de regisseur in wiens handen een doosje lucifers niet lang veilig blijkt te zijn.
Met zijn lange haren in een staart gewikkeld en een gulle lach op het gelaat ziet hij er uit als een oude hippie. Speels het ene zwavelstokje met het andere aanstekend zodat het tijdens het gesprek prettig knettert, brengt hij zijn ode aan Amsterdam: ,,It's down and dirty and it's messy and stinky.'' Anders dan in zovele andere Europese steden heeft de eenvormigheid hier nog niet definitief toegeslagen, zo verklaart hij. Met stelligheid beweert hij dat multinationals de dooddoeners zijn. Hij wijst op een stad als München die hij zojuist heeft bezocht. Alles is er prachtig gerestaureerd en in de Alte Pinakothek kan hij uren rondzwerven, maar volgens Gilliam is het centrum er verworden tot één grote shopping mall die voornamelijk Amerikaans georiënteerd is en die de ziel uit de mooie oude stad heeft geblazen.
In Londen, waar hij sinds 1967 woont, hebben Amerikaanse ondernemers inmiddels ook behoorlijk huisgehouden, maar het is niets vergeleken bij Las Vegas, waar hij in verband met zijn nieuwste film vijf weken verbleef. Zonder omhaal van woorden noemt hij die gokstad middenin de woestijn 'a manmade nightmare', daarmee tevens de ervaringen van zijn door Johnny Depp gespeelde journalist in het Las Vegas van begin jaren zeventig kernachtig verwoordend. Het allesbehalve flatterende beeld dat hij in zijn film van de gokstad schetst, weerhield een aantal casinohouders er ondertussen niet van alle medewerking te verlenen. Ook moet je van goeden huize komen, wil je in het Hollywood van de jaren negentig zo'n volkomen eigenzinnige productie als 'Fear and loathing in Las Vegas' überhaupt gefinancierd krijgen.
Gilliam: ,,Het is de grote truc om juist binnen het systeem de regels te verbreken. Ik heb geluk gehad, want een film als 'Twelve monkeys', een science-fiction-epos dat voor Hollywoodbegrippen toch tamelijk waanzinnig is, werd een enorm commercieel succes. Natuurlijk speelt een steracteur daarbij een rol. Zo'n ster helpt mensen te interesseren, maar diezelfde mensen moeten vervolgens wel enthousiast zijn en de film bij vrienden en kennissen aanprijzen. Ik ben ervan overtuigd dat het succes van 'Twelve monkeys' niet alleen te danken was aan Brad Pitt en Bruce Willis, want een film als 'The devil's own' met Brad Pitt en Harrison Ford, is behoorlijk geflopt.''
Gilliam is er ook van overtuigd dat er wel degelijk een groot publiek is voor complexe en intelligente films. ,,In feite maak ik gebruik van het Hollywoodsysteem om dat soort films voor een mainstream-publiek vertoond te krijgen. Het louter en alleen bedienen van de filmhuizen vind ik niet zo interessant. Een film als 'Godzilla' is toch een schaamteloze belediging van het publiek. Nee, wat dat betreft moeten er nodig grenzen worden verlegd.''
Met een kofferbak vol psychedelische roesmiddelen onderzoeken de personages in 'Fear and loathing in Las Vegas' zo hun eigen grenzen en dat werd de regisseur met name in Amerika niet bepaald in dank afgenomen. Gilliam: ,,Het waren geen filmcritici die aan het woord waren, maar hoeders van de natie die een anti-drugscampagne voerden. Ik zou het gebruik van drugs met deze film stimuleren. Nonsens, ik heb het drugsgebruik juist op een eerlijke manier behandeld. Het is tegelijkertijd fantastisch en beangstigend, maar die nuance is de anti-drugslobbyisten blijkbaar ontgaan. Bovendien vormt het drugsgebruik hier geen doel op zich, maar is het een middel om de wereld er nog grappiger, nog gevaarlijker en nog gestoorder uit te laten zien.''
Gilliams houding ten opzichte van zijn vaderland Amerika is inmiddels behoorlijk geïnfecteerd door zijn leven in Europa. Volgens Gilliam is Amerika meer en meer een fantasieland geworden waar mensen continu moeten worstelen met de realiteit. Dat hij zelf een fantast in hart en nieren is, sluit volgens hem niet uit dat hij in het echte leven graag met beide benen op de grond staat. Hoewel zijn kinderen inmiddels staan te popelen om naar Amerika te vertrekken, is het leven in het Noord-Londense Highgate hem lief.
Wel zal hij blijven filmen in Amerika. Er zijn plannen voor een vervolg op 'Time bandits' (1980), waarin hij een Engels schooljongetje een merkwaardige reis terug in de tijd liet maken. Of zijn jarenlange droomscenario 'Defective detective' - over een dodelijk vermoeide en cynisch geworden New-Yorkse politieman die door een zenuw-inzinking in een kinderlijke fantasiewereld belandt - ooit nog wordt gerealiseerd, moet hij helaas betwijfelen. Gilliam: ,,Het is een peperdure onderneming die om verschillende redenen steeds weer strandde. Of hoofdrolspeler Nicholas Cage was niet beschikbaar, of de financiering was op het laatste moment niet rond. Het laatste is een absolute vereiste, want die fantasiewereld moet er spectaculair uit zien, met vuurspuwende draken en bomen die in het luchtruim zweven.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.