Burgemeester Hans George Ouwerkerk (1941) profileerde zich jarenlang als een soort ombudsman voor de Groningers, een straatvechter die opkwam voor de 'gewone burger', al moest dat soms dwars tegen alle regels in. Toch ligt ook hij nu onder vuur, omdat juist hij de bewoners van de kansarme Oosterparkbuurt aan hun lot overliet. Toen de ruiten sneuvelden, ging Ouwerkerk naar bed.
Hans Ouwerkerk heeft een 'KNMI-gezicht', zegt hij van zichzelf. Doorgaans glundert het mooi weer, maar o wee als de zaken tegenzitten. Deze week staan de verticale rimpels tussen zijn wenkbrauwen, de wallen onder de ogen en de plooien bij de mondhoeken duidelijk op zwaar weer. Ouwerkerk lijkt gefaald te hebben op het door hemzelf gecreƫerde speerpunt: de zorg voor de burger.
Hij die opkomt voor 'de buurt' en 'de gewone burger', lak heeft aan regels omdat de 'straat nu eenmaal schoon moet', hij die als burgemeester hoofdverantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde, kon de dag voor Oudjaar niet voorkomen dat relschoppers de huisraad van de Oosterparkers naar buiten gooiden. Nog sterker: hij werd niet eens gewaarschuwd en was onwetend van het feit dat de politie zich al om half elf uit de buurt had teruggetrokken om pas tegen twee uur 's nachts met de mobiele eenheid terug te keren.
Wat is er gebeurd die avond in Huize Ouwerkerk, toen om tien voor twaalf de telefoon ging? De politie vroeg of de ME kon worden ingezet, omdat jongeren in de Oosterparkbuurt bomen hadden omgezaagd. Ouwerkerk gaf formeel toestemming en hing weer op. Achteraf zei hij dat hij op dat moment onvoldoende geïnformeerd werd, maar waarom vroeg hij zelf niet door? Was hij te zeer bezig met de voorbereidingen van zijn achtdaagse vakantie die deze week zou beginnen?
De afstandelijkheid van Ouwerkerk in de eerste uren van de crisis in het Oosterpark staat haaks op zijn houding in eerdere overlast-problemen in Groningen. In 1995 heette hij nog de 'Don Quichot tegen het kwaad', een geuzennaam die hij overhield aan zijn niet aflatende strijd tegen de overlast van drugsdealers, junks, zwervers, alocoholisten en hoeren. Op onorthodoxe wijze ageerde hij tegen regels en rechterlijke uitspraken die de aanpak van de overlast en de bescherming van de burger in de weg stonden. Zo was hij woedend op de rechter die een streep haalde door de sluiting van coffeeshop Number One, die Ouwerkerk had laten dichttimmeren. “De man in de straat snapt hier niets van”, aldus de burgemeester van het volk.
Ook in de aanpak van de prostitutie-overlast koos Ouwerkerk nadrukkelijk voor de buurtbewoners en lanceerde hij het plan de kentekens van de hoerenlopers maar te registreren om hen vervolgens een brief te sturen. Kritiek op deze privacy-gevoelige actie wuifde hij nuchter weg met “We zijn er toch niet om de privacy van overlastveroorzakers te beschermen ten koste van de buurtbewoners? ” De Kamer veroordeelde de actie van Ouwerkerk, maar deze was al weer bezig met nieuwe plannen: een zomeroffensief tegen de verloedering op straat met onder andere een alcoholverbod voor de binnenstad. Hij ergerde zich dood aan de onmacht van de politie, 'die gegijzeld wordt door vormvoorschriften'. “Vroeger had de agent nog een wapenstok, waar hij eens een klap mee mocht geven. Zo hoort het. Dat kan vandaag niet meer, je krijgt meteen een klacht”, zei Ouwerkerk in 1995 in Elsevier. En over overlast: “Ik moet als burgemeester niet komen met het verhaal dat ik ook agenten nodig heb voor het voetbal. Heb ik niks mee te maken, zegt de burger. De burger heeft gelijk.”
Met zulke uitspraken lijkt Ouwerkerk zich zeer inhoudelijk te verdiepen in de werkwijze van de politie. Maar niets blijkt minder waar. Onderzoekers van Bakkenist Management Consultants die de Lancee-affaire bekeken, concluderen deze week dat Ouwerkerk zich meer als burgemeester en bestuurder profileert dan als beheerder van het regiokorps. “Hij heeft eenzijdig aandacht besteed aan de financiĆ«le situatie van de regiopolitie Groningen. Maar hij had krachtiger en dwingender op dienen te treden inzake de structurele tekortkomingen in de inrichting en het functioneren van de regiopolitie. Hiertoe rekenen wij ook zijn geringe aandacht voor het functioneren van de korpsleiding en de kwaliteit van het management.”
Ouwerkerk heeft deze week in iets andere termen ook toegegeven dat hij 'gigantisch' in zijn maag zit met zijn positie van eindverantwoordelijke voor de openbare orde in de stad. Maandagavond tijdens de raadscommissievergadering over de Oosterparkrellen: “Ik heb afstand genomen van de politie. Dat gaat heel ver. Maar de vraag is: ben je er daarmee?”, aldus Ouwerkerk, die ook persoonlijk overhoop zou liggen met korpschef J. J. Veenstra.
Ouwerkerk lijkt deze week vermalen te worden door de snel opeenvolgende gebeurtenissen. Toch is hij een ervaren bestuurder. Hij noemt zichzelf met enige trots “een doener.” Hij is impulsief, ongedurig, temperamentvol, driest. Een paar jaar geleden werd hij genoemd als een van de kandidaten voor het burgemeesterschap van Amsterdam.
Zijn talenten als doener vielen al op in de eerste gemeente waar hij als 35-jarige tot burgemeester werd benoemd. Lekkerkerk, Zuid-Holland, was een onbekend dorpje tot er een gif-affaire uitbrak. De grond in de nieuwbouwwijk Lekkerkerk-West bleek zo vervuild, dat 270 gezinnen halsoverkop hun huis uit moesten. De jonge burgemeester speelde een cruciale rol in het beheersen van de daaropvolgende crisis. Hij deed het zo goed, dat de PvdA direct zijn naam noteerde. Ook de tv-ploegen waren dol op hem, want Ouwerkerk sprak gewone mensentaal.
“Er is niets mooiers dan een ramp voor een burgemeester”, vertelde hij jaren later aan Elsevier. “Ik heb enorm genoten van de sessies met al die opstandige mensen. Ik heb er ook van geleerd. Bij calamiteiten zie je hoe afhankelijk mensen zijn van de overheid. Ik was hun kankerpaal.” Deze uitspraak zal hem misschien recent weer te binnen zijn geschoten.
Al jaren voor Lekkerkerk wist Hans Ouwerkerk dat het burgemeesterschap echt iets voor hem was. Hij groeide op in Den Haag, waar hij als driejarig jongetje zijn vader verloor bij het bombardement op het Bezuidenhout. Zelf raakte hij gewond aan een been. Tot zijn twaalfde zat hij daardoor in een wagentje. Het was te danken aan zijn grootouders, die hem opvoedden, dat hij geen kasplantje werd.
Als eerste in zijn familie kon hij, dankzij een beurs, naar de universiteit. Zijn uiteindelijk doel stond voor hem toen al vast: de ambtsketting, maar dan wel op zíín manier. Na zijn studie geschiedenis werkte Ouwerkerk als assistent bij de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, en later was hij medewerker van de Amsterdamse burgemeester Samkalden. Achter de schermen wist hij snel invloed te winnen. Hij was op zijn dertigste al landelijk secretaris. En toen Marcel van Dam in 1973 stopte als ombudsman van de Vara, was het Hans Ouwerkerk die hem opvolgde. Dit korte uitstapje naar de media was een matig succes. Maar na de Vara kwam Lekkerkerk. En daarna Emmen, Zaanstad, Groningen.
Toen hij daar in 1991 aantrad als burgemeester, waren de verwachtingen hooggespannen. Hij deed er zijn imago opnieuw eer aan. Hij kon meteen beginnen met het puinruimen bij de Gemeentelijke Kredietbank, die dubieuze leningen had verstrekt aan zakenlieden en de stad opzadelde met een schade van 58 miljoen gulden. Daarna was er de affaire met museumdirecteur F. Haks, die van fraude werd verdacht.
De gemeenteraad van Groningen verwijt hem wel eens dat zijn plannen al te woest zijn, hun doel voorbijschieten. Te vaak moest de stad maatregelen terugdraaien, omdat de rechter ze afkeurde. De doenerigheid van Ouwerkerk is niet altijd even productief. D66-raadslid Van der Veen noemde Ouwerkerk een man 'met een groot ego.'
In 1996 moet Hans Ouwerkerk voor het eerst hebben gevoeld dat het KNMI niet altííd mooi weer voorspelt. Ouwerkerk had een bijbaan bij het Zuid-Hollandse aannemersbedrijf Mourik verzwegen. “Dat was zandhappen”, zei hij over de excuses die hij moest maken. Maar hij kon slecht begrijpen waarom men vraagtekens plaatste bij zijn integriteit.
Discussies aanzwengelen, dat is waar de PvdA'er altijd goed in is geweest. Hij deed al uitspraken over veiligheid op straat, toen dat in PvdA-kringen nog als VVD-onderwerp gold. Ook deze week was hij het die de discussie over het optreden van zijn eigen korps begon. Maar blijkbaar heeft Ouwerkerk niet bedacht dat hijzelf daarin een hoofdrol zou kunnen krijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.