*

 
dossier

Archief

Verstervingsbeleid kan helemaal niet

Door: redactie − 11/02/98, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters UTRECHT - Protocollen en procedures lossen de onduidelijkheid rond de praktijk van het versterven niet op. Zelfs het woord 'versterven' zelf is een onhandige poging om vat te krijgen op iets waarop geen vat te krijgen is.

Zowel de ethicus Hans Reinders (Vrije Universiteit Amsterdam) als de verpleeghuisarts Bert Keizer (auteur van 'Het refrein is Hein') en de filosoof Paul van Tongeren (Katholieke Universiteit Nijmegen) zeiden dit gisteren in Utrecht tijdens een symposium van de Christelijke vereniging van zorginstellingen over versterven.

Van de driehonderd aanwezigen sprak niemand deze conclusie tegen.

Afgelopen zomer kwam naar aanleiding van publiciteit rond het Groningse verpleeghuis Blaubörgje een discussie op gang over het onthouden van voedsel en vocht aan bewoners van een verpleeghuis. Dit zou een verkapte vorm van euthanasie zijn, waarbij het onduidelijk is wie de verantwoordelijk heeft.

De christelijke vereniging van zorginstellingen wilde met de bijeenkomst van gisteren een aantal onduidelijkheden rond versterven de wereld uit helpen.

Als één ding duidelijk werd, dan was dat wel dat het levenseinde van een diep demente bewoner van een verpleeghuis allesbehalve een regelbaar proces is. Iedere poging van een verpleeghuis om een zogeheten verstervingsbeleid te voeren is zinloos, los van het gegeven dat zo'n woord een ernstige vorm van taalvervuiling is.

Oorspronkelijk wordt met versterven de vrijwillige onthouding van materiële geneugten bedoeld dat onderdeel is van de katholieke vastentraditie.

Nieuw

Na de affaire-Blaubörgje kreeg het woord een nieuwe betekenis en kwam het dicht in de buurt van euthanasie.

Volgens verpleeghuisarts Hans van Delden is dat onterecht. Bij het versterven in de context van verpleeghuizen gaat het niet om de verpleeghuisbewoner die ligt te snakken naar water, terwijl de hardvochtige verpleegkundige nee-schuddend het bed voorbijloopt.

Van Delden schetste de praktijk: het gaat om diep demente patiënten die hun lippen stijf op elkaar klemmen wanneer een verzorger een lepel tot pap gemalen voeding aanbiedt. Soms slaat de bewoner de lepel uit de handen van de verzorger. “Hoewel deze bewoner inderdaad voeding weigert, kan daaruit niet de conclusie getrokken worden dat er sprake is van een doodswens.”

Sonde

Volgens Van Delden kan in dat geval eventueel worden besloten tot het aanleggen van een sonde. Vaak trekt een bewoner die er dan weer uit en dat kan weer betekenen dat de handen van de patiënt noeten worden vastgebonden.

“Dan moeten de vertegenwoordiger van de patiënt en de arts samen overleggen of het middel in verhouding staat tot de kwaal. Er zijn geen algemene uitspraken mogelijk.”

Er zijn evenmin harde argumenten aan te voeren om te stoppen of juist door te gaan met het geven met sondevoeding. Een term als 'medisch zinloos' wordt er met de haren bijgesleept om de beslissing een schijn van gewicht te geven.

Bert Keizer: “Woorden als 'medisch', 'heilig' en 'christelijk' zijn meestal bedoeld om buitenstaanders het zwijgen op te leggen. Die moeten dan denken dat het medisch is en dat het dus wel goed zit. Het is juist noodzakelijk dat buitenstaanders als de familie meedenkt. Dat geldt trouwens ook voor de media.”

Wie toen nog de illusie had dat er nog iets te regelen valt rond het levenseinde van diep demente, voedsel weigerende verpleeghuisbewoners, werd door filosoof Paul van Tongeren uit de droom geholpen.

“Dit is een tragische situatie en net zo als er in de Griekse tragedies geen oplossing is, is ook het versterven geen probleem om op te lossen. Bij versterven gaat het om passiviteit en dat is voor ons in deze tijd moeilijk.”

mailIcon print |