Morgenmiddag beginnen de acties van leraren en onderwijsondersteunend personeel met een massale werkonderbreking en een demonstratie in Utrecht. Inzet is een nieuwe CAO voor het voortgezet onderwijs, waarbij de vakbonden drie eisen stellen: een maximumlestaak van 26 lessen van 50 minuten per week; een kleinere eigen bijdrage voor seniorenverlof; en meer faciliteiten voor de leden in de medezeggenschapsraden. Zo op het eerste gezicht geen reden om te staken. De achtergronden van de onvrede bij het voortgezet onderwijs zijn dan ook veel ernstiger dan op het eerste gezicht doet vermoeden.
Het mooie beroep van leraar is zodanig gedevalueerd, dat de door de minister benoemde commissie onder leiding van Andrée van Es schrok van de demotivatie en frustratie bij onderwijsgevenden. Een van de - nauwelijks opgevolgde - aanbevelingen was: leraren moeten (studie)-
verlof of een sabbatical year krijgen om hun kennis en vaardigheden op peil te houden. Maar er is allang bekend dat de 'opfrisverlofregeling' een loterij is. Enkele gelukkigen zagen hun aanvraag gehonoreerd, de meesten kregen nul op het rekest omdat het budget op was of omdat schoolbesturen niet meewerkten. Een andere aanbeveling was bevordering van de mobiliteit: docenten zitten (bijna) hun hele leven op dezelfde school. Minister Ritzen kwam met het project 'wisselwerk': docenten kunnen ruilen met collega's elders, zonder rechtspositionele en/of financiële consequenties. Maar ook hier zijn de gelukkigen op één hand te tellen. Bij beide regelingen geldt ook nog eens: opgestaan, plaats vergaan, dus na terugkeer: slechte roosters, ongunstige lestijden). Het adagium is: blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Bovendien, 'eerstegraders' die echt weg willen, krijgen elders honderden guldens per maand minder, ze worden als tweedegraders ingeschaald.
Het is triest om te zien hoe slecht de jonge docenten ('nahossers') worden betaald vergeleken met de oudere docenten. Die tweedeling verziekt het schoolklimaat. Jonge docenten kiezen voor het bedrijfsleven, daar kun je tenminste een carrière opbouwen, terwijl je in het onderwijs maar moet afwachten hoeveel uur er weer beschikbaar is. En als je partner geen baan heeft, kun je het wel helemaal schudden, want een fulltime baan zit er gewoon niet in. Sedert het laatste decennium zien we dan ook een ontwikkeling naar parttime werk. Dat biedt een mogelijkheid om het onderwijs binnen te komen én is een vorm om de werkdruk te overleven. Maar al dat die parttimers maken veel meer uren dan ze uitbetaald krijgen. Ze mopperen op de (oude) eerstegraads-fulltimers, die voor hetzelfde werk veel beter gehonoreerd worden.
Vorig jaar deed de VVO (vereniging van schoolleiders) nog een dringend beroep op de minister en de fractievoorzitters van de drie regeringspartijen het aantal lessen stapsgewijs terug te brengen van maximaal 28 naar 23 lesuren per week. Het blijkt dat in Europa in Nederland het aantal lessen per week het hoogste is: 21 in België, 19 in Frankrijk, 21 in Duitsland. Niet voor niets worden er jaarlijks ruim 3 OOO docenten, vaak na langdurige stress en burn-out-symptomen, afgekeurd.
Daarbij komt dat de enorme schaalvergroting in het onderwijs miljarden guldens heeft opgeslokt en dat docenten in weer en wind tussen allerlei locaties pendelen, met onbetaalde reis- en wachttijden, slechte roosters, zonder eigen lokalen. Aan de top zitten vaak goedwillende centrale directies, die met tegenzin de ministeriële oekazes uitvoeren. Sommige proberen via sponsoring het hoofd boven water te houden. . .
Intussen is de minister opgetogen dat hij de onderwijsbegroting op orde heeft. Het uitgavenpatroon van 0 & W als percentage van het bruto nationaal product is sinds 1992 gedaald van 6,6 naar 5,3 procent in 1996! Wanneer worden de onderwijsvernieuwingen niet meer door de bezuinigingen gedicteerd? Wanneer wordt het beroep van leraar weer aantrekkelijk? Goed onderwijs verdient zich zelf terug.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.