*

 
dossier

Archief

Wilskracht moet verslaafde aan drank uiteindelijk helpen genezen

WILMA KIESKAMP − 12/01/96, 00:00

AMSTERDAM - De euforie liet zich voorspellen. Een wonderpil tegen alcoholverslaving, vanaf maart verkrijgbaar bij de huisarts? De psychiater die in Nederland de grootste voorvechter is van het nieuwe middel, vraagt zich af wat er is misgegaan in de publiciteit. “Het ìs geen wonderpil”, moet dr. Peter J. Geerlings corrigeren.

In zijn kamer in het Jellinek-centrum in Amsterdam rinkelt onophoudelijk de telefoon. Al dagen. De eerste geneesheer van De Jellinek neemt de hoorn telkens met aarzeling op. Alsof hij een bui wil laten overtrekken. Maar het onderwerp blijft onverminderd: Campral. Huisartsen willen informatie. En vooral ook familieleden van alcoholisten, de hoop gevestigd op nieuwe oplossingen. Echte zwagers en 'zwagers' die de wonderpil waarschijnlijk zelf willen proberen, ter bezwering van hun eigen probleem.

“Niemand gaat naar de dokter en zegt: 'Ik heb een alcoholprobleem.' Pas als de situatie onhoudbaar is, vragen alcoholisten doorgaans zelf om hulp”, zegt Geerlings. “De wil om te stoppen, is er altijd wel. Ergens. En die wil is meestal zeer sterk. Maar zelfs het stoppen met drinken verlost een verslaafde niet van het alsmaar denken aan alcohol, van die onrust. Dat is voor de meesten het grootste probleem.”

De Jellinek ziet slechts een fractie van het totale aantal alcoholisten, in Nederland geschat op zeven procent van de volwassen bevolking. In de Jellinek belanden degenen die de bodem onder hun bestaan hebben uitgedronken. De meest problematische groep. De stille drinkers, de massa onder de alcoholisten, komen doorgaans zelfs niet bij hun huisarts. Tenzij met 'maagklachten', of 'slaapproblemen'.

Juist aan die stille drinkers leek Campral een instant-oplossing te bieden. Eén bezoek aan de huisarts voor een strip pillen, en de drang om steeds opnieuw de fles te pakken, zou zijn verdwenen. Geen gedoe met therapieën, AA-bijeenkomsten, ziekenhuisopnames, geen frustratie meer over het ontbreken van wilskracht. Volgens sommigen zou Campral zo effectief de trek in alcohol uitschakelen, dat zelfs de meest problematische verslaafden hun pils glimlachend zouden inruilen voor Spa. Want als in de Jellinek de proeven succesvol waren, hoe moet een stille drinker dan wel niet gedijen bij de wonderpil?

Dat Campral de 'trek' in alcohol vermindert, is in de proeven met het nieuwe middel duidelijk bewezen, zegt Geerlings. Het middel verschilt in effect wezenlijk van het door alcoholisten gevreesde medicijn Refusal. Dat laat de trek in volle omvang in stand, maar veroorzaakt heftige misselijkheid, als de gebruiker het toch weer waagt om alcohol te drinken. En Refusal heeft, ook zonder in de fout te gaan, veel bijwerkingen.

Alternatieven voor dit paardemiddel zijn eerder nog nooit gevonden, en daarom was ook dr. Geerlings aanvankelijk sceptisch over de berichten uit Frankrijk, waar onderzoekers met de werkzame stof Acamprosaat verbluffende resultaten boekten. Ratten die het spul kregen toegediend, verkozen water boven wijn, terwijl de dieren getrainde drinkers waren.

Geerlings leidde, nog steeds met enige scepsis, vanaf 1991 het Nederlandse deel van het klinisch onderzoek. De helft van de proefpersonen kreeg een placebo, een nepmiddel. In Nederland en België samen deden 262 alcoholisten mee aan het klinisch onderzoek, in andere Europese landen nog eens honderden.

Bij mensen bleken uiteindelijk de resultaten diffuser. Pas na enige tijd begint het middel te werken, bleek bij de klinische proeven. De psychiater ziet dat als een voordeel. “Een middel dat onmiddellijk effect heeft, dat doet me wantrouwen. Dan is de kans groot, dat het zèlf verslavend is.”

Zoals altijd, zal de verslaafde het toch weer zèlf moeten doen. De wilskracht moet voor de uiteindelijke genezing zorgen, niet het pilletje. Therapie, of deelname aan een zelfhulpgroep zullen voor de meeste verslaafden onmisbaar blijven bij het 'echte stoppen'. Wel gelooft Geerlings dat het nieuwe medicijn de motivatie kan helpen vergroten.

“Het geworstel om de trek in alcohol uit het hoofd te bannen, wordt iets minder zwaar. Het vermindert niet alleen de zin, maar ook de obsessie, dat denken in èmmers alcohol. Daarmee wordt het toch net iets makkelijker om vol te houden, om stap voor stap te leren, het dagelijks bestaan los te koppelen van drank. Zonder hulp van medicijnen houden de meeste verslaafden het meestal maar twee weken vol, om niet opnieuw op die glijbaan te stappen.”

Dat is geen gebrek aan wilskracht, benadrukt Geerlings. “Een alcoholist kiest allang niet meer om te drinken. Het is een patroon geworden, waarbij de drank is gekoppeld aan vaste momenten in het dagelijks bestaan. De verslaafde zit gewoon gevangen in dat patroon. Elke verslaafde wil daaruit.”

Uiteindelijk gaat het om het veranderen van gedrag. Dat een pil daar bij kan helpen, is nog steeds een gegeven, waarin niet alle hulpverleners geloven. Geerlings ondervond en ondervindt bij collega-artsen grote weerstand voor zijn onderzoek.

“De meeste hulpverleners denken nog steeds dat alleen wilskracht van de verslaafde er toe doet. Ik ben dan de psychiater die het met een pilletje oplost. Maar zo simpel ligt het niet. Ook ik zie wilskracht als de belangrijkste voorwaarde voor succes. Maar niet alleen de verslaafde moet gemotiveerd zijn. Uiteindelijk is volgens mij vooral de houding van de hulpverlener bepalend. Eénderde van de wilskracht kan hooguit uit de verslaafde zelf komen, voor de rest moeten wij zorgen. Dat wordt ook nog wel eens vergeten.”

mailIcon print |